Profiel Zalmai Khalilzad / De Afghaan van Bush

De speciale Amerikaanse gezant voor 'Vrij Irak', Zalmai Khalilzad, verzekerde deze week de versnipperde Iraakse oppositie nogmaals dat de Verenigde Staten er 'absoluut geen belang bij hebben om Irak te blijven besturen'. Het is de vraag of zij dat geloven, maar het is aan Khalilzad wel toevertrouwd om in een conflictsituatie met verdeelde partijen om te gaan. Hij deed dat eerder in Afghanistan, eveneens als gezant van president George Bush.

Khalilzad is een geboren Afghaan en loopt al jaren rond in Washington. De man met een voorliefde voor elegante maatpakken was beleidsadviseur onder twee Republikeinse regeringen en staat bekend om zijn kennis van Afghanistan en het Midden-Oosten. Als havik bepleitte hij onder Clinton vergeefs de omverwerping van het regime van Saddam Hoessein. In een open brief uit 1988 schreven hij en andere neo-conservatieven dat alle pogingen om een staatsgreep op te wekken in Irak vergeefs waren geweest en dat het nu tijd was voor 'harde Amerikaanse actie'. Clinton voelde er weinig voor, maar het tij keerde toen Bush in 2001 in het Witte Huis terechtkwam.

Zalmai Khalilzad werd in 1952 geboren in een elitaire Pasjtoenfamilie in de noordelijke Afghaanse stad Mazar-i-Sjarif. Zijn vader werkte voor de regering van koning Zaher Sjah. Het gezin verhuisde later naar Kaboel. Na de middelbare school verruilde hij de Afghaanse hoofdstad voor Beiroet, waar hij ging studeren aan de Amerikaanse Universiteit.

Midden jaren zeventig emigreerde hij naar de Verenigde Staten waar hij politicologie ging studeren aan de Universiteit van Chicago. Na zijn afstuderen in 1979 -het jaar dat de Sovjet-Unie zijn land binnenviel- werd hij docent politieke wetenschappen aan de Universiteit van Columbia in New York. Halverwege de jaren tachtig werd Khalilzad Amerikaans staatsburger en ging, in de regeerperiode van president Ronald Reagan, werken voor het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken. Hij trouwde met de schrijfster Cheryl Benard en heeft twee zoons.

Khalilzad werd speciaal adviseur voor beleidskwesties en moest zijn licht laten schijnen over de oorlog tussen Iran en Irak en de Sovjet-inval in Afghanistan. Zijn toenmalige baas was Paul Wolfowitz, de huidige neo-conservatieve onderminster van defensie en een van de grootste pleitbezorgers van militaire actie tegen het Irak van Saddam Hoessein. Khalilzad en Wolfowitz waren geen onbekenden. Ze kenden elkaar uit Chicago.

Inmiddels onder de republikein George Bush sr. ging Khalilzad in 1991 -het jaar van de Golfoorlog en de verdrijving van Irak uit Koeweit- werken voor het ministerie van defensie, wederom met Wolfowitz.

Toen Clinton in 1993 het roer van de Bush overnam stapte Khalilzad over naar de conservatieve denktank Rand, waar hij defensie-analist was. Ook werd hij adviseur van het Amerikaanse olieconcern Unocal, waarbij hij ook collega-adviseur Hamid Karzai tegen het lijf liep, de huidige interim-president van Afghanistan.

Rond 1997 deed Khalilzad een haalbaarheidsstudie naar een olie- en gaspijpleiding van Turkmenistan via Afghanistan naar Pakistan. In dat jaar voerde hij daarover gesprekken met de Taliban, die Afghanistan toen bijna geheel in handen hadden. Om het lucratieve project niet te laten stranden maande hij de regering-Clinton tot een soepeler houding tegenover de Taliban.

Khalilzad nam het voor hen op in een artikel in The Washington Post: ,,De Taliban praktiseren niet het soort anti-Amerikaans fundamentalisme zoals Iran dat doet. We zouden bereid moeten zijn ze erkenning te bieden, humanitaire hulp te geven en internationale economische wederopbouw moeten bepleiten. Het is tijd voor de Verenigde Staten om zich opnieuw met Afghanistan te bemoeien.''

Weinigen konden zich echter aan de indruk onttrekken dat de Amerikaanse houding tegenover Afghanistan was ingegeven door oliedollars. Die opstelling veranderde pas in 1998, met de bommen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania. Washington wees met de beschuldigende vinger naar Osama bin Laden, van wie bekend was dat hij zich in Afghanistan schuilhield. En Unocal schoof het pijpleidingproject op de lange baan.

Later herzag ook Khalilzad zijn standpunt. In een publicatie in een The Washington Quarterly, een academisch tijdschrift, betoogde hij dat samenwerken met de Taliban onmogelijk was geworden, nu zij onderdak boden aan Bin Laden. Hij constateerde dat de Al-Kaidaleider een ernstig gevaar vormde voor de belangen van de Verenigde Staten en bepleitte samenwerking met de oppositionele Noordelijke Alliantie.

De Afghaanse adviseur kreeg over deze en eerdere inschattingsfouten nogal wat kritiek te verduren. ,,Als hij in het bedrijfsleven had gezeten in plaats van bij de overheid, was hij allang ontslagen geweest'', zei Anatol Lieven van het Carnegie instituut voor internationale vrede in Washington.

Khalilzad zou misschien nog in de coulissen van de macht hebben gestaan als er op 11 september 2001 geen vliegtuigen het World Trade Center in New York waren binnengevlogen. Maar zijn kennis en achtergrond kwamen de regering van Bush junior nu uitstekend van pas, en hij promoveerde tot invloedrijk adviseur van de president.

Zijn eerdere artikel zou de basis vormen voor het gewapend ingrijpen in Afghanistan en het omverwerpen van het Taliban-regime in het najaar van 2001. Daarna werd de 'Afghaan van Bush', zoals zijn bijnaam toen luidde, benoemd tot speciaal gezant voor Afghanistan.

Eenmaal terug in Kaboel werd Khalilzad al snel omgedoopt tot 'onderkoning van Afghanistan'. Toen vorig jaar de Loja Jirga-vergadering werd gehouden trok hij achter de schermen aan alle touwtjes. Hij dwong de voormalige koning Zaher Sjah er persoonlijk toe diens ambities om opnieuw staatshoofd te worden in de koelkast te zetten. Daarmee was de weg vrij voor de Amerikaanse lievelingskandidaat Hamid Karzai, die vervolgens als enige optie werd gepresenteerd. De stamoudsten konden weinig anders dan hem als interim-president te kiezen.

De uitgebreide aanwezigheid van Afghaanse krijgsheren op de vergadering, leverde Khalilzad veel kritiek op. Hij vergoelijkte dat naderhand. ,,Gewapende facties maken deel uit van het leven in Afghanistan. Hun aanwezigheid is niet noodzakelijk negatief. Het toont hun verlangen om politieke oplossingen te zoeken'', aldus Khalilzad. Dat de meeste Afghaanse krijgsheren onversneden oorlogsmisdadigers zijn, vergat de Amerikaanse gezant toen voor het gemak maar even.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden