Profetie van Leenhouts is eindelijk getoetst

Het is 17 augustus 1948. In Amsterdam staat de oprichtingsvergadering van de Wereldraad van Kerken op het punt van beginnen. Pal daarvoor hebben tegenstanders, ook in Amsterdam, een conservatieve tegenhanger opgericht, de International Council of Christian Churches (ICCC).

Ds. A. A. Leenhouts is gereformeerd predikant te Enschede. Een doorsnee predikant. Gewaardeerd en gerespecteerd. Persoonlijk is hij voorstander van de Wereldraad en vindt het spijtig dat zijn kerk er verstek laat gaan. Maar die 17de augustus verandert alles. Leenhouts zit in zijn studeerkamer als daar plotseling een geweldig vuur woedt. Ook hoort hij een stem, die zegt: „Elia, Kom!”. En ineens staat hij in de geest bij het kruis. Hij hoort de massa schreeuwen: ’Ha, ha, hij roept om Elia’.

Een onzichtbare hand zet hem aan zijn bureau en hij schrijft: „Mijn kinderen hebben gebeden en Ik antwoord. Neen, Ik zal de antichrist de eer niet gunnen Mijn volk bijeen te brengen” Later beseft hij dat met die kinderen de ICCC- afgevaardigden bedoeld zijn. Juist op dat moment in gebed bijeen. Zijn sympathie voor de Wereldraad slaat om. Sprak de stem niet over de antichrist?

Ook over zijn Gereformeerde Kerk krijgt hij te horen. Zijn Kerk heeft ’profetisch’ gestotterd en ’koninklijk’ gedwongen. Dat gaat over de kerkscheuring (de Vrijmaking) die de Kerk net achter de rug had. ’Gij zult verstandelijke verlegenheden niet hanteren als een bijl om daarmee Mijn tafel stuk te slaan’. De stem slaat de spijker op de kop. Aan het conflict lag een verstandelijke verlegenheid, een onoplosbare twist over de kinderdoop, ten grondslag.

Helemaal aan het eind gaat het over Israël. ’Mijn Geest’, hoort Leenhouts, ’brult om Elia’.

Later volgen meer openbaringen en uiteindelijk kristalliseert Leenhouts’ profetie zich uit rond de ’gemeenschap van Mijn tafel’ en Israël. Als de kerken een tafelgemeenschap vormen, zal Israël jaloers worden en zich tot de Messias bekeren. Israël wordt dan voor de volken een volk van priesters. De eindtijd zal aanbreken.

De staat Israël, uitgeroepen in 1948, drie maanden voor de studeerkamerervaring, past niet in dat patroon. Leenhouts vindt het een Chiël-operatie. Chiël was de bouwheer van de slechte koning Achab, die tegen Gods gebod in de stad Jericho herbouwde.

Was Leenhouts een profeet? Hij is zelf de eerste die die vraag stelt. Nog dezelfde 17de augustus vraagt hij in een brief aan zijn collega J. Overduin om een gesprek over zijn ervaring. Zijn kerkenraad was er snel klaar mee: een zaak voor de psychiater. Hij vertrekt. Eerst naar Soest, dan naar Castricum. In 1958 treedt hij uit het ambt om vrij ’onder de blote hemel te staan’.

In 1983 dringt een groep prominente gelovigen aan op toetsing van Leenhouts’ profetie. Tevergeefs. Dat die toetsing er nu wel is, danken we aan het proefschrift van de Zwijndrechtse predikant Wouter van Herwijnen. Van Herwijnen, die positief staat tegenover profeten in de kerk, toetst Leenhouts aan de hand van zes criteria die de Gereformeerde Synode in 1995 vaststelde en waarvan mij de voornaamste lijkt of de profetie is uitgekomen. Aan die zes voegt hij er twee toe: 1. leidt de profetie tot een nieuw verstaan van de Schrift en 2. schrijft de Geest via de profetie een Derde Testament. De gedachte van dat Derde Testament, via Gods Geest geschreven door profetische mensen als vervolg op het Eerste en het Tweede, dankt Van Herwijnen aan zijn Zuid-Afrikaanse promotor Erasmus van Niekerk. Ja, vindt Van Herwijnen. Leenhouts was een (apocalyptische) profeet. Zijn profetie leidt tot nieuw verstaan over Israël in de eindtijd en is uitgekomen. Kijk naar de deplorabele staat van de Wereldraad. Kijk naar de moeilijke situatie van de staat Israël.

En toch, Van Herwijnen beseft dat zelf ook: zonder eindstand valt over profeten niet objectief te oordelen en zo lang het zo ver niet is, is het bij een profeet niet anders dan bij de koningin. Ze is het, omdat anderen zeggen dat ze het is.

Persoonlijk sta ik sceptisch tegenover Leenhouts, hoe fascinerend ik zijn levensverhaal ook vind. Ik heb niet veel met de link tussen Israël en de christelijke eindtijd, die er meestal op neer komt dat Israël zich tot de Messias moet bekeren om ’onze’ eindtijd mogelijk te maken. Ik vind eigenlijk dat wij christenen Israël niet meer lastig moeten vallen met onze Heiland. Gods Volk heeft daar genoeg ellende van ondervonden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden