Profeet Mohammed vervulde een dubbelrol, dat moest wel fout gaan

Beeld Frank Castelein

Mohammed vervulde een dubbelrol: als profeet én krijgsheer: Dat moest wel fout gaan, aldus Sam Janse. Maar kan de islam de onzalige verbinding tussen religie en politiek wel doorbreken?

Dat Allah God is en Mohammed zijn profeet, is de kern van de islam. De shahada, de islamitische geloofsbelijdenis, luidt: ‘Ik getuig dat er geen godheid is dan alleen God en ik getuig dat Mohammed de gezant van God is.’ Het zijn de woorden die in verkorte vorm op de vlag van Saudi-Arabië staan, het hartland van de islam. Deze ene God heeft wel vele profeten, maar die ene, Mohammed, is de profeet bij uitstek. Dat zijn onopgeefbare geloofspunten voor de islam. Wie dat in islamitische landen ter discussie stelt, kan gevaar lopen. Een rustige theologische discussie daarover is dan ook veelal niet mogelijk.

Dat Mohammed de profeet van Allah is, betekent dat God zijn definitieve boodschap aan de mensheid via hem heeft gegeven. Hij is in het theologisch jargon van de islam ‘het zegel der profeten’. De laatste en de hoogste. De leden van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, die geloven dat Mirza Ghulam Ahmad (1835-1908) een profeet was die na Mohammed boodschappen van Allah doorgaf, zijn volgens de mainstream islam geen echte moslims. Soms valt dan het woord kafirs, een term die veel kan betekenen, maar nooit iets goeds.

Religieuze interpretatie

In het interreligieuze gesprek tussen christenen en moslims is de vraag naar Mohammeds identiteit een heet hangijzer. Moslims erkennen Jezus als profeet. Ligt het niet voor de hand dat christenen dan ook Mohammed als profeet erkennen? Deze symmetrie is echter schijn, aangezien moslims Jezus als een voorlopige openbaring van Allah zien en aan christenen vragen om Mohammed als definitieve boodschapper van de Allerhoogste te erkennen. Het is alsof christenen tegen Joden zeggen: wij erkennen Mozes, dan moeten jullie Jezus accepteren.

Of iemand profeet is, valt met geen wetenschappelijke middelen te beantwoorden. Het gaat om een religieuze interpretatie. Alles valt of staat met het begrip ‘openbaring’. Bestaat God en laat Hij zich kennen? En van wie heeft de Allerhoogste zich dan bediend om de mensheid zijn boodschap door te geven?

De islam kent een rij profeten die we ook in de Bijbel vinden: Noach (Nuh), Abraham (Ibrahim), Mozes (Musa) en Jezus (Isa). Hun plaatjes worden wel wat geretoucheerd vanuit de islam. Zo ontkent de Koran dat Jezus aan het kruis is gestorven. Het verhaal van een loser past gewoonweg niet in een religie die kracht wil uitstralen.

Pure, onveranderde boodschap

In elk geval is Mohammed de definitieve profeet. Het islamitische verhaal is in grote lijnen dit: Mohammed kreeg rond 610 bij Hira, een berg bij Mekka, voor het eerst een verschijning van de engel Gabriël (Jibril). In de loop van 22 jaar gaf de engel hem de boodschap van Allah door. Omdat Mohammed niet kon lezen of schrijven, kon hij de woorden alleen maar onthouden en reciteren. Anderen schreven ze later op. Zo ontstond de Koran, die sindsdien nooit meer veranderd is. Wezenlijk in deze gedachtegang zijn de gelijkstellingen: woord van Allah = boodschap van Gabriël = het door Mohammed gereciteerde = het als Koran neergeschrevene = de Koran die in 2017 nog steeds bestaat. Geen letter is intussen veranderd. Een vertaling is eigenlijk niet toegestaan, want Allah spreekt in het Arabisch. De islam zou dus niet de problemen kennen zoals die zich hebben voorgedaan bij de ontstaansgeschiedenis van de Bijbel, waar honderden handen en monden aan hebben gewerkt en waarbij we gevoeglijk mogen aannemen dat de teksten in de loop van de eeuwen wel enige bewerkingen hebben ondergaan. De Koran is immers de pure, onveranderde boodschap van Allah via de profeet Mohammed, tot op de dag van vandaag aan ons doorgegeven.

De eenvoud van deze redenering maakt haar aantrekkelijk. Ook al bewijzen vondsten van oude Koranhandschriften in Jemen dat de tekst van de Koran terdege is veranderd in de loop van de eeuwen, wie geloven wil in het dogma, laat zich niet door een paar feiten afschrikken.

Er is ook een ander verhaal over Mohammed. Over Mohammed de aanvoerder, Mohammed de veroveraar, Mohammed de machthebber. Hij moest vanuit Mekka uitwijken naar Medina, omdat zijn stadgenoten zijn profetische boodschap afwezen. Zijn oproep om zich aan te sluiten bij de islam riep verzet op. Maar met een leger van getrouwen wist hij in het jaar 630 Mekka te veroveren. Met enig bloedvergieten. Dat wordt bij hoog en bij laag ontkend, bijvoorbeeld door Karen Armstrong, maar volgens Ibn Ishaq, de oudste verzamelaar van mondelinge overleveringen over Mohammed (achtste eeuw), vloeide er wel bloed.

Daarna kreeg Mohammed binnen korte tijd een groot deel van het Arabisch schiereiland onder controle - ook niet zonder geweld. Joodse stammen die zich tegen hem verzetten, werden vermoord of verdreven. Na zijn dood zouden islamitische legers als een stoomwals over het Midden-Oosten heen gaan.

Giftige cocktail

We hoeven niet terug naar de middeleeuwse demonisering van Mohammed. De wereldgeschiedenis heeft wredere heersers gekend, ook in het christelijke Europa. Beleid, wijsheid, politiek en militair inzicht zijn hem niet te ontzeggen. Dat is het punt niet. Het punt is dat de combinatie van religieuze en politiek-militaire functies problematisch is. Religie en macht zijn in de regel geen goede mix, maar een giftige cocktail. We hebben machthebbers nodig, we hebben ook profeten nodig, maar de combinatie levert een ongewenste verstrengeling van belangen en bevoegdheden op. Wie kan nog in vrijheid voor een religie kiezen als de stok achter de deur staat in geval van ongeloof en afwijzing?

Het leven van Mohammed laat het al zien. Veel islamologen nemen aan dat de vriendelijke gedeelten van de Koran uit de vroege periode van de profeet komen, toen hij nog in Mekka woonde en geen macht had. Mensen zonder macht zijn vaak vredelievende mensen. De meer gewelddadige passages uit de Koran stammen waarschijnlijk uit de latere tijd, toen hij zich een stevige machtsbasis in Medina had verworven. Macht corrumpeert en ik geloof dat deze wet voor alle mensen geldt.

In Israël is het ondenkbaar dat één persoon zowel koning als profeet is. Een koning is daar sowieso een verdacht figuur. Het Oude Testament scheert langs de rand van het anarchisme. Als de Heer koning is, moet je toch geen mens op de troon zetten! Het bijbelboek Rechters laat het prachtig zien. Zonder koning gaat het niet, want dan ‘doet ieder wat goed is in zijn ogen’. En mét een koning gaat het evemin, want dan krijgen we machthebbers als Abimelech die zijn regering begint met het vermoorden van zijn broers en vervolgens een tiranniek bewind voert.

Kortom, er kan alleen een koning komen als mensen beseffen dat machthebbers gevaarlijke mensen zijn. En als er een koning aangesteld wordt, moet het er een zijn ‘uit het midden van uw broeders’, zoals het bijbelboek Deuteronomium het zegt. Niet erboven, maar ernaast. Koningschap als noodmaatregel. Met wetten waaraan de machthebber zich te houden heeft. Daar zit een diep besef achter dat macht riskant is en dat de concentratie van macht in één persoon om moeilijkheden vraagt.

Tegenstem

Daarom is er in Israël ook altijd nog de figuur van de profeet. Hij hoort niet bij het instituut, bij het establishment, maar hij is de tegenmacht, of liever nog: de tegenstem. Hij heeft niets achter zich staan, behalve de God in wiens naam hij spreekt. Hij lijkt soms uit de hemel te vallen en kan zomaar op de paleisstoep staan. Amos, van beroep veeboer en vijgenteler, moet de koning van Israël ervan verwittigen dat hij zijn straf niet zal ontlopen voor het onrecht dat hij heeft gedaan. En zo gebeurt het regelmatig. De profeet Natan bij koning David omdat deze overspel en moord heeft gepleegd. De profeet Elia bij koning Achab vanwege moord en onteigening van een wijngaard. In het Nieuwe Testament richt Johannes de Doper zich tegen koning Herodes omdat deze vorst zijn eigen broer had geschoffeerd door diens vrouw af te pakken en met haar te trouwen.

Een dergelijk profetisch protest is in de Umwelt van Israël ondenkbaar. In Egypte kan het niet, in Babylonië niet, in Assyrië niet. De tegenstelling wordt het duidelijkst in Egypte. Of er tegenstemmen tegen de bijna almachtige farao zijn geweest weten we niet. Het moet wel, want repressie roept altijd verzet op, maar het politbureau en het politieapparaat werkte zo doeltreffend dat er geen spoor van protest in de Egyptische literatuur is achtergebleven. Daarentegen zijn de proteststemmen van Israëls profeten in de ‘officiële literatuur’ terechtgekomen, in de Bijbel. Koningen en andere machthebbers worden hierin systematisch beoordeeld op hun handelwijze, of ze recht spreken en handelen of niet. In Israël is de moderne scheiding der machten niet uitgevonden, maar er is wel een besef geboren dat macht gevaarlijk is en gecontroleerd en beoordeeld moet worden. Zo bezien behoren deze profetische stemmen tot de voorgeschiedenis van onze westerse staatsinrichting. De profeten van Israël zijn vergelijkbaar met de tegenmachten en tegenkrachten van onze samenleving: volksvertegenwoordiging, rechtbank, pers, social media en ombudsman.

Het is dus niet zo vreemd als Joden en christenen er moeite mee hebben om Mohammed als een profeet te zien. Een ‘koning’ die ook profeet is, kan dat goed gaan? Een profeet die macht heeft, is dat koosjer, of beter: halal? Is dat niet één pet te veel? Waar blijft het profetisch protest als de machthebber over de schreef gaat? Alle andere profeten, alle tegenstemmen zijn in principe uitgeschakeld, want ze zijn ondergeschikt aan die ene hoogste profeet: Mohammed. Dat is bovendien een profeet die de politieke en militaire macht heeft om tegenstemmen tot zwijgen te brengen.

Volgens moslims ligt hier geen echt probleem. Mohammed was namelijk niet alleen de definitieve profeet, maar ook de perfecte machthebber. Hij is op geen enkele fout te betrappen.

Weeffout

Als dat waar zou zijn, zou het Koninkrijk van God rond 630 zijn aangebroken. Dat is voor Joden en christenen moeilijk te geloven. Samen met moslims bewijzen ze namelijk alle dagen dat het zo ver nog niet is. Vandaar mijn aarzelingen om Mohammed een profeet te noemen.

Ik weet dat het in veel islamitische landen levensgevaarlijk is om dat te zeggen. Daar gaan macht en religie gelijk op. Voor mij is dat juist het bewijs dat profeten geen koningsmantel moeten dragen en koningen geen profetenmantel. De huidige islamitische praktijk laat de weeffout goed zien die er vanaf het begin in de islam zit: geweld in dienst van de ware religie wordt acceptabel en bruikbaar geacht.

Op de vlag van Saudi-Arabië staat, zoals gezegd, de geloofsbelijdenis, maar daaronder is een zwaard afgebeeld. Ik geloof niet dat dit ergens in de moslimwereld problematisch wordt gevonden. Religie en politiek gaan immers gelijk op en elke moslim is geroepen om de theocratie te realiseren. Dat wil zeggen: de boodschap van Allah en zijn profeet Mohammed te verkondigen en gehoorzaamheid aan de wetten van de Allerhoogste en zijn profeet zo nodig met geweld af te dwingen. In de sharia is dat uitgewerkt. Daarin worden alcoholgebruik, overspel en geloofsafval niet alleen moreel veroordeeld, maar krijgen ook de bijpassende straffen toegemeten. Op het laatste vergrijp staat zelfs de doodstraf. Het is namelijk een miskenning van de unieke profeet en zijn unieke God.

Gelukkig wordt de soep door veel moslims niet zo heet gegeten. Toch is dit de lijn die in de sharia wordt uitgewerkt en met een beroep op de gezaghebbende overleveringen over Mohammed verdedigd.

Het jodendom heeft het theocratisch experiment uitgeprobeerd, onder meer in de laat-oudtestamentische periode en onder de Makkabeeën, maar is er onder invloed van de rabbijnen van teruggekomen.

Wat er tegenwoordig in Israël gebeurt, is spannend en vanuit het boven geschetste perspectief zorgwekkend, omdat religie en politiek opnieuw een verbond aangaan. Hoe koosjer is dat?

De beweging van Jezus streefde geen theocratie na, maar organiseerde zich in gemeenten waar mensen zich op basis van vrije keus bij konden aansluiten. Het christendom kon na Constantijn de aantrekkingskracht van de theocratische gedachte niet goed weerstaan - macht lonkt altijd - maar heeft nog niet zo heel lang geleden met schaamte en schande ontdekt dat het een doodlopende weg is.

Nu de islam nog. Het zal daar niet eenvoudig zijn, omdat de verbinding van religie en politiek, van profeet en machthebber er zo diep in verankerd ligt, namelijk in het leven en in de identiteit van Mohammed zelf. Dus ook in de identiteit van de islam. Is de islam op dit punt te hervormen met behoud van de islam? Het lijkt me een gordiaanse knoop. 

Sam Janse is bijbelwetenschapper te Ameide. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden