Proef uitkomst voor ouders met opvoedingsproblemen

AMSTERDAM - Mevrouw Tepper uit Alphen aan den Rijn heeft twee zoons. Op doordeweekse dagen, na schooltijd tot een uur of acht, zorgt ze ook nog voor twee meiden. De tweeling van twaalf komt bij haar thee drinken, spelen, huiswerk maken en eet 's avonds mee voordat ze naar hun eigen huis gaan. Mevrouw L. Tepper is dagpleegmoeder.

ARLETTE DWARKASING

De dagpleegzorg is een uitkomst voor ouders met opvoedingsproblemen, vindt orthopedagoog J. Strijker. Hij heeft gedurende het proefproject dagpleegzorg dat in 1990 begon onderzoek gedaan naar de effecten daarvan. Vandaag promoveert hij op dat onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Ouders die de opvoeding van hun kinderen tussen de vier en twaalf jaar niet meer in de hand hebben, maar waarbij de problemen niet zo ernstig zijn dat de kinderen uit huis geplaatst moeten worden, kunnen terecht bij centra voor dagzorg. In de zogenoemde Boddaertcentra worden de kinderen na schooltijd in groepsverband begeleid en eventueel behandeld. Ook de ouders krijgen begeleiding van het centrum zodat de kinderen uiteindelijk na school weer gewoon naar hun eigen huis kunnen gaan.

Soms echter zijn de kinderen eerder 'gereed' dan de ouders. En sommige kinderen blijken niet geschikt voor groepsbehandeling. Ze worden extra druk of onrustig in een groep of zijn juist te weinig assertief en laten zich door leeftijdgenoten op de kop zitten. Voor deze kinderen blijkt dagzorg in een pleeggezin een goed alternatief.

Gedurende de proef, die drie jaar duurde, volgde Strijker 27 kinderen die vanuit zes Boddaertcentra in het land in dagpleeggezinnen waren geplaatst. Achttien kinderen zijn uiteindelijk weer volledig in hun eigen gezin teruggekeerd. Negen kinderen zijn toch nog uit huis geplaatst. Dit was, aldus Strijker, het gevolg van 'licht crimineel' gedrag van de kinderen. De negatieve invloed die zij hadden op de eigen kinderen van de pleegouders bleek bovendien te groot.

Een geslaagde proef, concludeert Strijker evenwel op basis van die cijfers. Ook financieel gezien. Plaatsing van een kind in een dagpleeggezin kost 12 000 gulden per jaar, in een Boddaertcentrum kost datzelfde kind zo'n 40 000 gulden per jaar. Het contact tussen de pleegouders en de biologische ouders bleek bovendien de wijze van opvoeden in positieve zin te beïnvloeden.

Bijna alle Boddaertcentra hebben de dagpleegzorg ook na beeïndiging van de proef in 1993, voortgezet. Zo ook die in Alphen aan den Rijn. De tweeling van mevrouw Tepper komt al drie jaar bij haar over de vloer. Hun alleenstaande moeder kon de opvoeding niet aan, en de meisjes kwamen dagelijks van school naar mevrouw Tepper. Sinds zij dit schooljaar naar het voortgezet onderwijs gaan komen zij ieder afzonderlijk om de dag.

“Ze vliegen elkaar wel eens in de haren”, zegt Tepper. De afgekeurde röntgenlaborante had zich als vrijwilliger bij het Boddaertcentrum aangemeld toen de proef met de dagpleegzorg begon. “Schoolgaande jeugd, ik hoefde ze dus niet te tillen. En ik hoef ook de deur niet uit.”

Het eerste kind dat Tepper in huis kreeg was een meisje van zes. Twee maanden bracht ze de middagen in het gezin van Tepper door. Helaas werd haar thuissituatie zodanig dat er geen uitzicht meer was op een terugkeer bij haar moeder. Het meisje werd uit huis geplaatst en ook het contact met pleegmoeder Tepper werd verbroken. Een onbevredigend gevoel hield ze daaraan over.

“Ik stuur nog steeds kaartjes met de feestdagen en voor haar verjaardag. Ik krijg nooit antwoord, maar de kaartjes komen ook niet terug, dus blijf ik maar sturen. Al kwam ze maar twee maanden bij ons, ik ben heel intensief met haar bezig geweest. Dat laat je niet zomaar los.”

De tweeling draait gewoon mee in het dagpleeggezin. Tepper zegt hetzelfde te doen als met haar zoons, toen die nog naar school gingen. “Maar ik maak voor de meiden wel bewuster tijd vrij als ze van school komen. Je moet alert zijn op wat de kinderen zeggen. Je eigen kinderen ken je door en door, maar deze moet je eerst leren kennen.”

Aanvankelijk hadden 143 gezinnen zich aangemeld voor de met dagpleegzorg. Toen de zwaarte van het werk hen duidelijk werd en zij informatie kregen over gedragsproblemen van kinderen, viel 70 procent af, aldus onderzoeker Strijker. Dat is ook de reden dat dagpleegzorg alijd kleinschalig zal blijven, meent hij. Omdat de proef geslaagd is, ligt er een voorstel bij de Tweede Kamer om deze vorm van hulpverlening wettelijk toe te staan. Ook andere Boddaertcentra hebben inmiddels plannen om dagpleegzorg te beginnen. Vanuit het buitenland is ook interesse voor het proefproject getoond.

Dagpleegmoeder Tepper heeft in de afgelopen drie jaar zeker een band met de tweeling opgebouwd. Maar ze ziet ze niet als haar dochters. “Nee, het zijn geen eigen kinderen geworden. Je kan niet met ze naar de kapper wanneer je dat nodig vindt, je kunt hun kleding niet aanpassen aan die van je gezin. Dat zou anders zijn wanneer ze helemaal hier in huis zouden wonen. Als dagpleegouder balanceer je tussen je eigen gezin en het gezin van de pleegkinderen. Ik moet voorzichtig zijn in mijn oordeel over de dingen die bij hen thuis gebeuren, want daar gaan ze iedere avond weer naar toe. Nu ze in het voortgezet onderwijs zitten, zouden ze eigenlijk niet meer komen, maar we zijn toch doorgegaan. Ik denk dat het de consequente aanpak en de zekerheid in ons gezin is die hen aanspreekt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden