Proef met telewerken bij ministerie geslaagd

DEN HAAG - Telewerken, een gedeelte van de werkweek thuis voor je baas bezig zijn, zal gewoon worden. Het biedt zowel de werkgever als de werknemer grote voordelen.

GEORGE MARLET

Wie naar Maarten Botterman luistert, vraagt zich af waarom telewerken nog niet op veel grotere schaal voorkomt. Botterman (29) is senior adviseur telewerken bij het ministerie van Verkeer en waterstaat. Het ministerie heeft de afgelopen twee jaar proefprojecten met telewerk uitgevoerd, waarbij zestig ambtenaren betrokken waren. De filosofie achter het experiment is dat telewerken kan bijdragen aan een flexibeler arbeidsorganisatie en aan het terugdringen van het gebruik van de auto. De resultaten van het experiment zijn zo positief dat vanaf deze maand in principe alle diensten met telewerk kunnen beginnen. Botterman verwacht dat over twee jaar zo'n zeshonderd ambtenaren tussen de 20 en 60 procent van hun werktijd thuis zullen werken. Theoretisch kunnen op den duur zevenduizend ambtenaren gaan telewerken. De overige negenduizend ambtenaren zijn 'objectgebonden', bij voorbeeld kantonniers en brugwachters.

De proefneming heeft uitgewezen dat telewerken, mits goede afspraken zijn gemaakt over communicatie en werkoverleg, de kwaliteit van het 'produkt' ten goede komt. De produktiviteit stijgt, werk wordt tijdiger afgeleverd en de motivatie van de werknemer neemt toe.

De voorzieningen voor telewerken zijn betrekkelijk simpel. Met een werkkamer, een (tweede) telefoonlijn, personal computer en fax kom je een heel eind. Botterman heeft zelf in zijn vorige baan bij de directie Noordzee van Rijkswaterstaat ervaring opgedaan met telewerken. Hij werkte een dag per week thuis in Schiedam en deed dat ook in de uren voor of na een vergadering buiten de deur. "Je kunt veel geconcentreerder kunt werken, je wordt niet gestoord. Bovendien kun je zelf het werkklimaat regelen en op uren werken dat je je goed voelt. Uit mijn studententijd was ik gewend om ook 's avonds tussen elf en twee uur te werken; dat gaat nog steeds uitstekend. Als werk niet per se tussen negen en vijf op kantoor hoeft te gebeuren, waarom zou je het dan niet thuis kunnen doen?"

Het gevaar van telewerken is dat mensen juist door het ontbreken van die traditionele begrenzing langere dagen gaan maken. "Je verdient aan de ene kant je reistijd terug, maar je moet ook het inzicht en de discipline krijgen dat je ook een priveleven kunt leiden." Discipline is ook vereist om niet te gaan luieren, hoewel daar volgens Botterman niets op tegen is. "Ik ging rustig het gras maaien, naar de kapper of boodschappen doen. Als je overdag maar vier of vijf uur werkt, kun je dat 's avonds gemakkelijk inhalen. Het leuke voor mij was ook dat ik van onze twee kinderen ontzettend veel heb meegemaakt. Ik heb op een gegeven moment wel de deur van de werkkamer op slot gedaan, want de kinderen willen steeds naar je toe. Het is slecht voor de concentratie, als ze om je heen aan het spelen zijn. Om die reden kan telewerken ook geen alternatief zijn voor kinderopvang."

Bij het ministerie van Verkeer en waterstaat geldt een kaderregeling voor telewerken. Voorop staat dat telewerk alleen op vrijwillige basis geschiedt en dat de ambtenaar op kantoor recht houdt op een eigen werkplek. Telewerk mag er niet toe leiden dat een werknemer zich aan zaken als werkoverleg onttrekt. Chef en medewerker gaan een 'wilsovereenkomst' aan waarin afspraken worden vastgelegd over bereikbaarheid, vergoeding, werktijden en apparatuur. De werkgever stelt bijvoorbeeld een computer ter beschikking of geeft een vergoeding voor gebruik van een privecomputer. Die investering in de thuiswerkplek heeft zijn grenzen. Een technisch tekenaar die met zeer geavanceerde en kostbare computers werkt, zal zijn werk op kantoor moeten doen. Datacommunicatie en tekstverwerking zijn vanuit huis wel goed mogelijk. Bij de 'selectie' zal een chef allereerst kijken naar het werkpakket en dan naar zelfstandigheid en motivatie van een medewerker en vragen of er thuis een rustige werkplek is.

Het experiment heeft uitgewezen dat vooral inhoudelijk werk dat veel concentratie vergt zich leent om thuis te doen. In de praktijk blijkt dat vooral middelbaar en hoger personeel voor telewerk in aanmerking komt, hoewel het niet waarschijnlijk is dat minister Maij-Weggen een deel van de week thuis gaat werken. Dat vooral de hogere functionarissen telewerken, geeft op kantoor wel eens scheve ogen, erkent Botterman. "Een stukje naijver, dat bestaat wel. Iemand bij post- en archiefzaken kan uiteraard niet thuis werken. Voor een typiste of iemand die zich bezighoudt met orderverwerking zou het nog wel kunnen, maar dan wordt het toch gauw stukwerk." Aan het begin van het experiment waren de 'achterblijvers' vooral bang dat ze het drukker zouden krijgen met de telefoontjes voor de telewerker. "Dat bleek dus reuze mee te vallen. Iedereen weet gauw genoeg dat je thuis bereikbaar bent. Zo kon ik mijn baas op zijn telewerkdagen thuis altijd bereiken, terwijl hij op kantoor steeds in gesprek was."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden