Productiebig verdient ook geluk

Steeds meer wetenschappers erkennen dat dieren, net als mensen, pijn voelen en kunnen genieten. Maar nog nooit rolden er zovele van de lopende band, als product voor de gulzige mens. Hoog tijd voor internationale dierenrechten, bewaakt door een tribunaal.

Een tijdje geleden was op de televisie te zien hoe een vrouw aan een lopende band gele pingpongballetjes selecteerde. In een duizelingwekkend tempo werden de balletjes opgepakt en links of rechts in een opvangbak gemikt. Pas toen de camera inzoomde was te zien dat het kuikentjes waren, met duizenden kwamen ze van de lopende band af. Rechts was voor de haantjes (slacht), links voor de hennetjes (legkippen). Er zijn heel veel van dit soort lopende banden. Het aantal kippen dat per jaar in de wereld het loodje legt, bedraagt 42 miljard. Dat zijn er bijna 80000 per minuut. Er gaan 1,2 miljard varkens door, 800 miljoen konijnen en 4 miljoen paarden.

Volgens professor Dirk Boon van de Universiteit van Utrecht heeft van de in Nederland gehouden productiedieren 90 procent ernstige tot zeer ernstige welzijnsproblemen. In andere landen met een massale bio-industrie -China en Maleisië, maar ook de Verenigde Staten- hebben dieren nog minder rechten. Productiedieren zijn, ondanks het grootschalige leed, vrijwel rechteloos, hetgeen betekent dat niemand, ook niet organisaties als Dierenbescherming of Varkens in Nood het in rechte voor ze op kan nemen.

'Het is verboden zonder redelijk doel bij een dier pijn of letsel te veroorzaken danwel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen', aldus artikel 36 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Mishandeling van dieren is dus toegestaan zolang die met een 'redelijk doel' gepleegd wordt. Het voornaamste redelijke doel zijn de economische belangen. Vanwege de export naar Duitsland worden jaarlijks miljoenen biggen gecastreerd. Volgens de wet moeten biggen ouder dan vier weken verdoofd gecastreerd worden. En deze verdoving mag alleen door een dierenarts worden uitgevoerd. Omdat dierenartsen duur zijn, castreert de boer liever zelf, onverdoofd, als de biggen drie weken zijn. Het gaat in Nederland om ongeveer 12 miljoen biggen per jaar en daarbij moet gezegd worden dat ook de boeren het castreren liever afgeschaft zien. Het kost een hoop werk en het castreren gaat gepaard met oorverdovend gegil. Daarom verplicht de Arbowet het dragen van oorbeschermers voor de mensen die castreren. Dit -terechte- voorschrift geeft aan hoe groot het verschil is tussen de rechtsbescherming van de mens, de veroorzaker, en van het productiedier, het lijdend voorwerp.

Dat dieren rechteloos zijn, is een gevolg van de historische ontwikkeling. In aanvang kon het dier voor zichzelf opkomen. Dat lukte ten opzichte van de mens niet al te best, waardoor, in elk geval volgens sommige theorieën, hele diersoorten verdwenen. Als gevolg hiervan verdween het aanbod van loslopend vlees en werd de mens gedwongen om de veeteelt ter hand te nemen. Millennia lang hebben mens, productiedier en de natuur zo in redelijke harmonie opgetrokken. Het dier was er niet veel slechter aan toe dan de mens. Dit wijzigt zich abrupt eind jaren zestig van de 20ste eeuw, als de moderne mens met al zijn vrijheden en welvaart opstaat.

De welvaartsgroei is mede een gevolg van de introductie van een grootschalige, op technologie gestoelde bio-industrie, waardoor voedsel, met name varkensvlees en eieren, sinds de jaren zestig, ondanks de inflatie, nauwelijks duurder is geworden.

Het ontstaan van de bio-industrie met de degradatie van het productiedier tot massa-object is hand in hand gegaan met een sterk toegenomen welvaart en meer rechten en vrijheid voor de mens. Niet voor niets noemen Theodor Holman en J.J. Voskuil de productiedieren het proletariaat van de 20ste eeuw. Het heeft er alle schijn van dat de westerse mens over de ruggen van miljarden dieren steeds rijker is geworden en dat hier sprake is van egoïsme, of zoals de Australische filosoof Peter Singer dat noemt, van discriminatie naar soort. De 'niet-menselijke dieren' worden gediscrimineerd ten opzichte van de 'menselijke dieren'.

'Some animals are more equal than others' schreef George Orwell al in 'Animal Farm'. Menselijke dieren als de leden van de Raad van Bestuur van Ahold verdienen tot 6,2 miljoen euro per jaar. Een niet-menselijk dier, als een varken uit de bio-industrie, levert de boer ruwweg 150 euro per stuk op en een biologisch varken zo'n 200 euro. Zouden de menselijke dieren van de raad van bestuur genoegen nemen met een salaris van 500000 euro, dan is het bespaarde geld voldoende om vrijwel alle varkens die Albert Heijn in Nederland inkoopt, en dat zijn er honderdduizenden, een fatsoenlijk leven te geven.

Niet alleen economische belangen vormen de legitimatie om de 'dierlijke dieren' te discrimineren. Ook de wetenschap en meer specifiek het 'behaviorisme', dat de laatste dertig jaar de gedragswetenschappen bepaalde, heeft de bio-industrie gelegitimeerd. Veel behavioristen ontkennen dat dieren in staat zijn pijn te ervaren of neuroses te ontwikkelen. Het gedrag van de hond, bang weer geslagen te worden door zijn baas, wekt de schijn dat de hond echt bang is voor pijn, maar het is een onbewuste reactie zonder bewuste pijngewaarwording, zeggen ze. Het is projectie van mensen te denken dat de hond ook echt lijdt.

Uitsluitend objectieve metingen zijn relevant. Kennis vergaard op andere wijze, zoals door zich te verplaatsen in anderen, levert geen bewijs. Vanwege deze grondhouding is de wetenschap niet in staat gebleken het bewijs te leveren dat dieren in de bio-industrie ernstige welzijnsproblemen hebben.

Elk weldenkend mens met een redelijk inlevingsvermogen kan zich voorstellen dat een varken, met anderen opgepropt in een hok, een miserabel leven heeft. Wetenschappelijk is dat niet te bewijzen. De ontkenning van pijn en persoonlijk welzijn bij dieren is er de oorzaak van dat productiedieren nog steeds geen rechten hebben. Het heeft geen zin productiedieren te beschermen; zolang ze op tijd eten en drinken krijgen, is er niets aan de hand.

Langzaam maar zeker is echter sprake van een kentering in het wetenschappelijke denken over dieren. De Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde hanteert het analogiebesluit dat stelt dat veel dieren door hun anatomische en fysiologische gelijkenis met de mens, alsmede doordat deze dieren bij pijn hetzelfde gedrag als de mens vertonen, net als de mens kunnen lijden.

Maar het gaat niet alleen om pijn. Dieren kunnen ook genieten. Uit de verhalen van Rudy Kousbroek is bekend dat varkens van muziek houden. Documentairemaker Jeroen Visser zag op Sardinië dat een aantal loslopende varkens 's avonds uit zichzelf op een rijtje ging zitten. De varkenshoeders bleken iedere avond folkloristische liedjes te zingen voor toeristen, de varkens apprecieerden dit zeer. Onderzoek van het William and Mary College (VS) bevestigt dat meeuwen gedrag vertonen dat uitsluitend voor het eigen plezier is. Kortom, dierlijke dieren worden steeds menselijker. Ze ervaren pijn, kunnen plezier maken, hebben neuroses en goede buien. Wel missen ze de rechten van de mens.

Door globalisering en toegenomen consumptie van eiwitten zal het probleem van miljarden productiedieren en hun rechteloosheid tegenover multinationals, boeren en gulzige consumenten verder toenemen. Historisch gesproken bevinden de productiedieren zich nu op een dieptepunt, het zijn er meer dan ooit en ze hebben minder status dan ooit. De hoogste tijd om dieren rechten te geven.

Het moet daarbij gaan om fundamentele rechten en niet wetgeving die voor het eerste het beste financiële argument moet wijken. Het moeten rechten zijn die tegen eenieder ingeroepen kunnen worden, tegen Ahold, de minister van landbouw, tegen boeren en misschien zelfs de consument. Internationaal werkende rechten die dieren beschermen, tegen honger, dorst, kwelling, pijn, eenzaamheid, overbevolking en verveling en die een natuurlijke groei en opvoeding garanderen. Heel gewone zaken, die wel wat geld kosten: 1 eurocent extra voor een liter melk of 1 euro extra voor een kilo varkensvlees of 5 eurocent extra voor een ei om koeien, varkens en kippen buiten te laten lopen.

De invoering van een Universele Verklaring voor de Rechten van het Productiedier is vooral een kwestie van geld en moraal. Typisch Nederlandse zaken en reeds daarom zou het Internationale Gerechtshof voor Dierenrechten prima in Den Haag gevestigd kunnen worden. Later hopelijk gevolgd door een door de VN erkend Dierengerechtshof. De miljarden dieren in de bio-industrie kunnen niet zonder en verdienen zo'n bescherming.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden