Proces zonder grote woorden en gebaren

Siert Bruins heeft in 1944 verzetsman Dijkema gedood, maar kan daar niet meer voor worden veroordeeld, zei de rechter eerder deze week. Verslaggever Nico de Fijter woonde het proces tegen Bruins van begin tot eind bij, en blikt terug.

Af en toe vergat je bijna dat het om een moord ging, zo klein en alledaags ging het er soms aan toe in het proces tegen Siert Bruins. Niet van begin af aan, trouwens. Zeker de eerste dag niet, begin september, toen de hoogbejaarde Bruins als in een processietocht, omstuwd door fotografen en cameramensen, de rechtszaal betrad. Maar die hevige aandacht duurde maar heel even. Op dag twee waren de camera's allemaal verdwenen.

Op al die andere, bijna vijfentwintig, kalme zittingsdagen ging het ongeveer als volgt. Vlak voor de zitting begon, in de Schwurgerichtssaal, op de tweede verdieping van de rechtbank in het Duitse Hagen, kwam Bruins aangeschuifeld, achter zijn rollator, begeleid door zijn twee zoons. Dan ging hij zitten op een van de vier bankjes in de hal. En altijd had hij een paar minuten nodig om op adem te komen. "Keine Luft", hijgde hij dan. Soms knikte hij even kort naar de andere aanwezigen: de arts die er elke zitting bij was, maar nimmer in actie hoefde te komen, soms een buurman uit Bruins' woonplaats Altenbreckerfeld, een studente, een gepensioneerde officier van justitie, een enkele journalist. Even later wandelde iedereen dan de rechtszaal binnen.

En dan ging het weer verder. Soms werd er een deskundige gehoord. Maar meestal begon de zitting met de aankondiging van rechter Heike Hartmann welke oude getuigenverklaringen er die dag zouden worden voorgelezen. Uit 1948, 1949, soms een paar uit de jaren zestig of zeventig. Van de leidinggevende van Bruins, van een paar van zijn collega's bij de Sicherheitsdienst, van verzetsmensen die de oorlog wel hadden overleefd. Over de jacht op het verzet in de regio Delfzijl, over de dood van verzetsman Aldert Klaas Dijkema, over de manier waarop de Sicherheitsdienst in Delfzijl was georganiseerd en welke rol Bruins daar had. Allemaal decennia oud, allemaal van dode getuigen. Veel meer dan hun oude woorden voorlezen zat er niet in.

Tussen de dood van Dijkema en het proces in Hagen lag een gapend gat, geslagen door de geschiedenis.

In de hoop dat gat te dichten was er wel gezocht naar nog levende getuigen, maar dat had eigenlijk tot niets geleid. "Als er een kruisje achter een naam staat", vroeg de rechter op een gegeven moment, "betekent dat dan dat die persoon dood is?" Ja, knikte de Nederlandse politiebeambte. De man was opgeroepen als getuige. In de aanloop naar het proces had hij, na een Duits rechtshulpverzoek aan Nederland, de lijst onderzocht met namen van mensen die de rechtbank in Hagen graag zou horen. Een stuk of vijftig namen stonden erop. Bijna allemaal overleden, was de conclusie. "Maar heeft u dan ook de overlijdensaktes van die mensen verzameld?", vroeg de rechter. Nee, antwoordde de politieman. "Maar we moeten wel zeker weten dat ze dood zijn", zei de rechter. De politieman werd weggestuurd en kreeg de opdracht dat nog eens te onderzoeken. Dat leverde geen nieuwe informatie op.

Het was bevreemdend. Zo ziet het zoeken naar gerechtigheid er dus uit. Geen grote woorden, geen grote gebaren. Een rechtbank die zoekt naar aanknopingspunten maar telkens op dode getuigen en hun oude verklaringen stuit. En een verdachte, die bijna elke zitting weer meldde dat hij het niet goed kon verstaan. "En nu?!", riep de rechter dan, voorovergebogen in de microfoon.

Officier van justitie Andreas Brendel en Bruins' advocaat Klaus-Peter Kniffka stapten tijdens de schorsingen vaak samen in de lift naar de achtste etage. Daar in de kantine - met uitzicht op het lelijke Hagen - dronken ze koffie en kletsten wat over het proces. "Dat-ie erbij was toen Dijkema werd doodgeschoten, dat kun je wellicht nog wel bewijzen. Maar moord? Nee. Gaat je niet lukken", zei Kniffka dan. En hij nam nog een slok. "Kom, we moeten weer", zei Brendel even later.

De grote woorden in de reacties op de uitspraak, staken fel af tegen die bevreemdende alledaagsheid van de voorbije maanden. 'Gerechtigheid'. 'Een onbevredigd rechtsgevoel'. 'Het beest van Appingedam gaat vrijuit.' 'De laatste Nederlandse nazibeul ontloopt zijn straf.'

Tot een echt oordeel kon de rechtbank niet komen, vertelde rechter Hartmann aan de nu weer wel overvolle rechtszaal. Teveel vragen bleven onbeantwoord om te kunnen bepalen of Bruins zich schuldig had gemaakt aan moord. Jazeker, hij heeft op verzetsman Dijkema geschoten, in die septembernacht in 1944, zei de rechter. Maar er is eenvoudigweg teveel tijd verstreken om nu nog te kunnen oordelen. Het gat met de geschiedenis kon niet worden gedicht. Het vonnis werd een verzuchting.

De verdieping 8 Vastzetten hoogbejaarde is onbeschaafd

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden