Proces over oorlogsverleden rakelt ook bloedbad met Algerijnen op

Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - Door het proces tegen Maurice Papon liggen niet één maar twee zwarte bladzijden uit de geschiedenis van Frankrijk opengeslagen. Formeel staat de zieke oude man terecht wegens deportatie van bijna 1 700 joden in de Tweede Wereldoorlog. In de verhoren worden nu echter ook de wonden van oktober 1961 opengehaald: de maand waarin de politie van Parijs tientallen Algerijnse demonstranten doodde. Papon was toen politiechef.

Normaal blijven Franse officiële archieven zestig jaar ontoegankelijk. Minister van cultuur Catherine Trautmann maakte afgelopen week echter bekend dat het archief over de gebeurtenissen van 17 oktober 1961 binnenkort al zal worden geopend. Dit vanwege “het verlangen van de regering om de tragische repressie van die dag op te helderen”.

De Algerijnse kwestie lijkt een zaak in de zaak Papon te worden. De gebeurtenissen worden opgerakeld in een poging inzicht te krijgen in Papons karakter. Was hij een kille, meedogenloze bureaucraat of juist een brave, toegewijde ambtenaar die onder moeilijke omstandigheden zijn best deed voor Frankrijk? Om die vraag te beantwoorden komt ook zijn latere loopbaan komt aan de orde, zoals zijn functie als Parijse korpschef in de jaren zestig.

Frankrijk was in die tijd verwikkeld in een bloedige oorlog met Algerijnse onafhankelijkheidstrijders. Een demonstratie van het Algerijnse Nationale Bevrijdingsfront (FNL) in Parijs was dan ook verboden. Toen op 17 oktober 1961 toch duizenden Algerijnen probeerden naar het Place de la Concorde te komen, trad de politie hard op. Volgens ooggetuigen werd niet alleen geschoten, maar werden ook tientallen Algerijnen geboeid in de Seine gegooid. Nog weken later werden er lijken opgevist.

De officiële balans luidde: 3 doden en 64 gewonden, volgens historici zijn er die dag echter zo'n tweehonderd Algerijnen gedood. Maurice Papon gaf vorige week tijdens een verhoor toe dat er inderdaad mogelijk vijftien tot twintig doden zijn gevallen. Maar, zei hij, dat kwam niet door het harde optreden van de politie. De doden vielen volgens hem door onderlinge afrekeningen.

Onzin, aldus een politieagent die er destijds bij was. In een interview met het weekblad L'Express vertelde René Letard afgelopen vrijdag dat Papon de agenten had verzekerd dat ze ongestraft hun gang konden gaan. “We gingen naar de bovenste verdiepingen van gebouwen en schoten op alles wat bewoog.”

Ook talloze Algerijnse ooggetuigen en gewonden van toen zeggen dat er geen sprake was van onderlinge afrekeningen. Zo vertelt Mustapha Cerchari dat de mobiele eenheid de geweren op hem richtte bij de Concorde, en dat hij talloze doden zag. Niet op die bewuste dag, maar een paar dagen eerder was ook hij door de Parijse politie in de Seine gegooid. Eén agent wilde op hem schieten, maar een ander waarschuwde dat het aantal kogels was geteld. Sommige agenten gebruikten daarom hun stropdassen om Algerijnen te wurgen, zo vertelde een Franse gepensioneerde agent vrijdag aan het tv-station RTL.

Sommige Franse historici betwijfelen echter of de opening van het officiële archief wel zoveel zal opleveren. De politie is niet gek, aldus hoogleraar Jean-Marc Berlière aan de universiteit van Dijon. Ze hebben natuurlijk geen rapporten over de gebeurtenissen van toen. Misschien één rapport over een van de drie officiële doden, waarin gezegd wordt dat hij gewapend was. De historicus vreest dat het archief uit slechts een verzameling krantenknipsels bestaat, en zeker geen bevel van Papon bevat. De politie ging volgens hem gewoon door het lint tegen de Algerijnse FLN-demonstranten, die immers ook geen lieverdjes waren.

Om die reden kreeg Papon vorige week steun van oud-premier Pierre Messmer, die een moreel verschil schetste tussen de jodenvervolging en de Algerijnse kwestie. Papon had volgens Messmer moeten weigeren voor de illegale Vichy-regering joden te verzamelen. Maar in 1961 kon Papon niet anders dan het Franse regeringsbeleid volgen. “Of je het leuk vindt of niet, we waren toen met Algerije in oorlog”, aldus Messmer. “Het toestaan van een demonstratie van het FLN in Parijs zou als een mes in de rug van de 500 000 Franse jongens in Algerije zijn geweest.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden