Problemen in buurt Velve/Lindenhof niet opgelost met aanleg crossterrein

ENSCHEDE - De Enschedese buurt Velve/Lindenhof was de afgelopen dagen het toneel voor ernstige rellen. Aanleiding voor de veldslagen die de buurtbewoners met de politie leverden, waren illegale crossen met sloopauto's, maar de werkelijke achtergronden liggen veel dieper. “Die los je met de aanleg van een crossterreintje niet op”, zei burgemeester Mans op een nachtelijke persconferentie na het optreden van de Mobiele eenheid.

Velve/Lindenhof is een van de probleembuurten in Enschede; een buurt waarvan de bewoners zich vrijwel zonder uitzondering aan de onderkant van de samenleving bevinden. Wethouder Dick Buursink ziet zelfs een dreigende tweedeling in zijn stad. Als het huidige overheidsbeleid wordt voortgezet, zullen er volgens hem wijken ontstaan, waar beter gesitueerden zelf de beveiliging ter hand nemen door hekken te plaatsen en particuliere bewakers in te huren.

“Omdat we geen belasting meer willen betalen, heeft de overheid geen geld meer om de burgerij een veiligheidsgevoel te bezorgen. Dan gaan mensen hun eigen domein beveiligen. Dat begint met het plaatsen van een hoge schutting en eindigt met door hekken omzoomde wijken waar de rijken hun eigen veiligheid betalen. En als ze dat eenmaal doen, willen ze helemaal geen belasting meer betalen.”

PvdA'er Dick Buursink heeft als wethouder onder meer 'sociale vernieuwing' in zijn portefeuille. Vandaag mag hij met staatssecretaris Jacob Kohnstamm op toernee door zijn stad. Kohnstamm is binnen het kabinet verantwoordelijk voor het 'grote-stedenbeleid'. Enschede krijgt dit jaar elf miljoen van de 3,5 miljard gulden die het kabinet heeft uitgetrokken voor het oplossen van de problemen in 15 grote steden. De stad stuurde onlangs met gepaste trots als eerste een door de gemeenteraad geaccordeerd plan naar Den Haag voor de aanpak van de problemen in twee probleemwijken: Deppenbroek en de Wesselerbrink.

Dat de problemen in Enschede groot zijn, valt niet te ontkennen. Zo'n 15 procent van de beroepsbevolking is er werkloos, en meer dan 30 procent van de huishoudens moet er rondkomen van een inkomen op het bijstandsminimum. Maandelijks moet het nutsbedrijf bij enige tientallen tot honderd Enschedese gezinnen gas en licht afsluiten. Dat zijn somber stemmende cijfers, maar de toestand in de 14 andere grote steden is niet veel beter of zelfs nog beroerder.

Het plan dat Enschede heeft ingediend, voorziet in een integrale aanpak van jeugd- en veiligheidsproblematiek, het leefbaar maken van verpauperende wijken, het scheppen van werk en de opvang van mensen die de boot dreigen te missen. “Grote-stedenbeleid is natuurlijk deels oude wijn in nieuwe zakken”, zegt wethouder Buursink. “Het grote verschil met vroeger is, dat het beleid nu vanuit één departement - dat van Binnenlandse Zaken - wordt aangestuurd, en dat er één staatssecretaris verantwoordelijk is. We hoeven nu niet langer met onze plannen langs een reeks van ministeries te leuren.”

Op het gebied van de sociale vernieuwing is er in Enschede al het nodige gebeurd. “Vaak met succes”, vindt Buursink. “Tamelijk simpele maatregelen als het aanstellen van wijk-surveillanten en wijk-huismeesters, hebben in combinatie met een evenwichtig plaatsingsbeleid door woningbouwverenigingen tot goede resultaten geleid. In een deel van de wijk Boswinkel hadden sommige bewoners nog niet zo lang geleden de gewoonte, de vuilniszak van drie hoog naar beneden te gooien. Dat scheelde heel wat traplopen. Die wijk is een stuk leefbaarder geworden sinds de betrokken bewoners op hun gedrag worden aangesproken door wijk-huismeesters.”

Het grote-stedenbeleid voorziet onder meer in het experimenteren met zogeheten 'kansenzones'; gebieden waar fiscale voordelen en een minimum aan regels gelden om de economische ontwikkeling te stimuleren. Een ambtelijke werkgroep, met Elco Brinkman als voorzitter, is momenteel bezig daarvoor voorstellen te formuleren. Een aantal straten in de Enschedese wijk Wesselerbrink kan, met een beetje fantasie, als zo'n 'kansenzone' worden aangeduid.

De Wesselerbrink is met haar grote complexen uniforme huurwoningen, een typisch product van de jaren '60. Om leegstand en dreigende verpaupering een halt toe te roepen, besloot de woningbouwcorporatie 'Ons huis' daar enkele jaren geleden tot een opmerkelijk initiatief. Er werd besloten 422 woningen ingrijpend te renoveren. Bij 308 huizen is dat inmiddels gebeurd.

Gevolg van het opknappen van de huizen was, dat de huren tot rond de 750 gulden per maand stegen. Dat betekende dat mensen met een minimum-uitkering volgens de toen geldende regels niet voor een dergelijke woning in aanmerking kwamen, omdat zij volgens de huursubsidieregels niet voor meer dan 650 gulden per maand mochten verwonen. Dat probleem is opgelost door per 'brink' een 'huurmatigingsblok' aan te wijzen, een rij woningen waar men voor 650 gulden mag wonen, terwijl de huur eigenlijk rond de 750 gulden ligt.

Huurders die daartoe wel in staat zijn, betalen gewoon het volle pond. Een ander huizenblok op dezelfde 'brink' ging in de verkoop. “Op die manier ontstond er gemengd wonen; huurwoningen in combinatie met koopwoningen. Dat blijkt vaak een garantie voor een leefbare buurt”, zegt Cor Huyzer, medewerker sociaal beleid van Ons huis.

Tegelijkertijd stond de gemeente een bestemmingswijziging voor een aantal woningen toe; de garages en hobbykamers mochten worden gebruikt als bedrijfsruimte. Zo houdt Alexander Mirza, handelaar in gebruikte landbouw- en bouwmachines, tegenwoordig kantoor in de garage van zijn woning aan de Ypelobrink en heeft zijn buurvrouw Priskilla Moreno een schoonheidssalon aan huis. Beiden zijn vol lof over hun 'brink', die enkele jaren geleden door leegstand en een relatief groot aantal probleemhuurders nog een desolate aanblik bood. “De sfeer van vroeger, is weer helemaal terug”, vindt Priskilla Moreno, die haar hele leven al in de Wesselerbrink woont.

Toch krijgt het experiment voorlopig geen vervolg. “Want je doet als woningbouwcorporatie in feite aan inkomenspolitiek”, zegt Cor Huyzer van Ons Huis. “Aanvankelijk was er ook de nodige weerstand. Dat de ene huurder 100 gulden meer per maand betaalt voor dezelfde woning als zijn overbuurman die een uitkering heeft, werd als onrechtvaardig beschouwd. Bovendien werd het complex waar de mensen maar 650 gulden betaalden al snel aangeduid als 'armenblok'. Om stigmatisering tegen te gaan, hebben we het in de aangrenzende brinken anders aangepakt. Daar heeft elk blok twee of drie 'huurmatigingswoningen' gekregen.”

Met haar fris geschilderde woningen, waarvan er sommige een luifel of balkonnetje hebben gekregen, oogt de Ypelobrink als een oase in een omgeving, die nog bestaat uit rijen grauwe uniforme huizenblokken. “Een prachtig voorbeeld van hoe het kan”, vindt wethouder Buursink. “Maar met dat toestaan van bedrijvigheid in woonwijken en het stellen van een minimum aan regels, moet je erg oppassen. We hebben in Enschede kapitalen uitgegeven om garages, visrokerijen en andere ambachtelijke bedrijven uit de wijken weg te krijgen. Om nu onder het mom van werkgelegenheid voor kansarmen maar weer een oogje dicht te knijpen, daar ben ik niet zo'n voorstander van.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden