Probeer een van die mensen te zijn die niets ontgaat

Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun persoonlijke motto, leefregel of ultiem inspirerende zin.

’Met de voorbereidingen voor de Preek van de Leek ben ik nog niet zo ver. Ik ben een echte deadlinewerker. Misschien heeft dat ook wel te maken met mijn motto, dat ik zo lang mogelijk mijn ogen open wil houden. Ik denk dat de druk van een deadline ook goed werkt om iets nieuws te ontdekken. Het helpt me om een gedachtesprong te maken. Ik neem een aanloop en als ik dan ga schrijven moet ik niet te veel meer nadenken. Ik durf dan meer. Als ik dan later mijn eigen beweringen terug lees, dan denk ik: ja, dat is precies wat ik bedoelde.

De zin is afkomstig van de Amerikaans-Engelse schrijver Henry James, uit zijn essay ’The Art of Fiction’ (1884). Het is bedoeld als een advies aan beginnende schrijvers: schrijf altijd vanuit je eigen ervaring, maar probeer ook iemand te zijn die zich in de buitenwereld niets laat ontgaan. Ik probeer naar dat laatste te leven. Het is een aansporing voor mezelf. Ik heb nog wel eens de neiging om weg te zinken in mijn eigen gedachten. James waarschuwt me om niet weg te duiken of om mezelf te verdoven. Hij doet een beroep op de andere kant van mijn persoonlijkheid, mijn verlangen om de wereld om mij heen ten volle te ondergaan.

Mijn werk bestrijkt veel gebieden en veel registers. Naar aanleiding van mijn essaybundel ’De wijde wereld’ uit 2000 werd ik geprezen over de manier waarop ik hoge en lage cultuur met elkaar mengde. Maar dat doe ik niet omdat ik het cool vind, voor mij is dat heel natuurlijk. Er zijn in de wereld voortdurend dingen die me opvallen. Dat kan iets op straat zijn of op televisie, in een Hollywoodfilm of een filosofische beschouwing. Dat is een kwestie van bewustzijn, een levenshouding. Je moet het zien als een vorm van gretigheid naar de wereld toe.

De wijde wereld was ook een doorbraak voor mezelf. Tijdens het schrijven besefte ik instinctief wat het schrijven van essays eigenlijk voor mij betekent. Het gaat me erom te ontdekken hoe de wereld er volgens mij uitziet en welke plaats ik daarin inneem. Sindsdien is mijn werk beschouwelijk en persoonlijk tegelijk. Wanneer ik over politiek of cultuur schrijf, stel ik mezelf altijd de vraag: wat heeft het met mij te maken? Iedereen wordt tegenwoordig bestookt met grote woorden als verlichting en moderniteit, globalisering en pluriformiteit, maar meestal blijven het abstracties. Wat betekenen die woorden voor een individu? Welke houding neem je in? Daar gaat het mij om.

Na de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten is alles minder vrijblijvend geworden. Vragen over de eigen identiteit en de eigen fundamenten zijn tegenwoordig weer pregnant. Die behoefte moet je serieus nemen en dat heb ik ook gedaan in mijn laatste essay Onredelijkheid. Achter alle hysterie en incidenten in de Nederlandse politiek van de afgelopen jaren zie je wel degelijk een worsteling met fundamentele vragen die worden opgeroepen door globalisering en immigratie. Ik moet bekennen dat ik voor 11 september 2001 niet echt geïnteresseerd was in politiek. Ook nu voel ik geen behoefte om me aan te sluiten bij een politieke of ideologische stroming. Ik ben niet links of rechts, ik ben geïnteresseerd in de manier waarop mensen omgaan met een steeds onoverzichtelijker wereld. Je kunt mij een gewapende humanist noemen. Geen humanist van de rooskleurige soort, van mensen die in een videoclip van Michael Jackson elkaars hand vasthouden en een kring rond de wereld vormen. Wanneer mensen te dicht op elkaar komen, zijn ze eerder geneigd elkaar de hersens in te slaan dan elkaar in de armen te vallen. Maar ik ben zeker geen cynicus. Ik geloof niet dat de mens van nature goed is, maar wel dat we er met z’n allen het beste van kunnen maken.

Ik schrijf nu een nieuw essay over betrokkenheid. Wat ben je de wereld verschuldigd? Wat doe je met het gegeven dat de schoenen waar je op loopt, waarschijnlijk zijn gemaakt door een twaalfjarige in een ontwikkelingsland? De emancipatie van het individu en het opeisen van de individuele vrijheid schept een nieuw probleem: in welke mate ben je verbonden met anderen? Door de emancipatie maakt het individu zich los van de groep die hem een moraal oplegt. De denkfout die vaak gemaakt wordt is dat met de emancipatie van het individu ook de morele vragen zijn beantwoord. De vraag is wat je met je vrijheid doet. Iedereen mag tegenwoordig bijvoorbeeld zelf uitmaken of hij voor of tegen abortus is. Maar het feit dat abortus is toegestaan, ontslaat je niet van de plicht om er zelf over na te denken. Waarschijnlijk gaat dit thema ook terugkomen in de Preek van de Leek, zondag. Het is het probleem van de vrijheid. Hoe ’het ik’ zijn eigen moraal daarin definieert en hoe die individuele vrijheid raakt aan die van anderen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden