Private eye te gemakkelijk van inhoud beroofd

Behendig tussen kunst en commercie manoeuvrerend, hebben Joel en (zijn vaste producent) Nathan Coen in korte tijd een indrukwekkend oeuvre bij elkaar gesprokkeld. Sinds 1985 tekenden de broers ondermeer voor de filmische hoogstandjes 'Raising Arizona', 'Barton Fink', 'The Hudsucker Proxy' en 'Fargo'.

HANS KROON

In de geest van de post-moderne jaren negentig is het citeren en assembleren van meerdere inspiratiebronnen in deze films tot kunst verheven. Voor de Coens is de Hollywood-cinema een lusthof waar je tot in lengte van dagen het ene na het andere filmgenoegen in elkaar kunt knutselen.

Hun films pakken telkens anders uit. 'Raising Arizona' was een spetterende komedie, 'Millers' crossing' een onderkoelde gangster-pastiche, 'Barton Fink' een virtuoze exhibitie van het moderne film-expressionisme en 'Fargo' (de beste Coen tot nu toe) een macaber moorddrama waarin realisme en absurdisme hand in hand gingen.

Toch zijn de films van de Coens moeiteloos te herkennen. Doordat ze ontlokt zijn aan de oude Hollywood-glorie hebben ze allemaal iets surreëels. Ook getuigen ze altijd van het plezier, de creativiteit en het perfectionisme waarmee de broers hun vak beoefenen. Puur filmisch gezien, behoren hun films tot het beste wat er momenteel gemaakt wordt.

Al in het begin van 'The big Lebowski' voeren de Coens ons met vaste hand hun film-paradijs binnen. Een tumbleweed rolt over duistere heuvels en verlaten wegen naar nachtelijk Los Angeles. Ondertussen rept een overdreven sonore stem (die moet wel uit het dodenrijk opklinken) over een verhaal dat zich daar eens afspeelde en dat nu maar eens verteld moet worden.

De commentaarstem; het verhaal dat zich in één lange flash-back zal gaan ontrollen en de plaats van handeling maken het meteen duidelijk. De Coens gaan ons vergasten op hun visie op 'private eye'-films als 'The big sleep' waarin Raymond Chandlers held Philip Marlow de hoofdrol speelde.

Zoals van hen te verwachten valt, geven de broers een eigenzinnige en absurde draai aan het oude genre. Hun hoofdfiguur (Bridges) is een rijke neo-hippie die altijd gekleed gaat in slobberige vrijetijdskleding en zich dag en nacht voedt met 'White Russians': een cocktail van wodka, cola, koffiemelk en ijsblokjes.

Jeff Lebowski, bijgenaamd 'the dude'(dandy, fat), slijt zijn dagen in ledigheid en leeft slechts op wanneer hij met zijn vrienden Walter (Goodman), een gefrustreerde Vietnam-veteraan, en de schlemiel Donny (Buscemi) op de bowling-baan rondhangt en eindeloos over niets ouwehoert.

Wanneer deze nietsnut verward wordt met een naamgenoot, de boef 'The big Lebowski', belandt hij in allerlei misdadige intriges, die hij 'white Russian' na 'white Russian' nuttigend laconiek, ja haast geamuseerd, over zich heen laat komen.

'The dude' krijgt ondermeer te maken met een tapijt dat onder geplast is, een ontvoering, een afpersing, een afgehakte teen, een bende die met het racisme koketteert, een vaginaal kunstenares, toestanden in de pornowereld en de dood van zijn vriend Donny. Het laat hem - en in zijn voetspoor na enige tijd helaas ook de kijker - allemaal steenkoud.

Met het holle vat 'The dude' en al die als los zand aan elkaar hangende intriges reduceren de Coens de private-eyefilm veel te makkelijk tot loos vertier en beroven ze 'en passant' hun eigen film van iedere wezenlijke inhoud.

Wat deze keer beklijft zijn incidentele attracties. Het goede spel van alle hoofdrolspelers en een opmerkelijk gastrolletje van John Turturro bijvoorbeeld, of de prachtige droomscène waarin de pornografische implicaties van de dansnummers van Busby Berkeley in de jaren-dertigmusicals te kijk gezet worden.

In vergelijking met de meeste Hollywood-film is dat nog heel wat. Wel is het minder dan we van de Coens gewend zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden