'Prins betrokken bij couppoging tegen Soekarno'

Prins Bernhard wilde in 1950 ’vice-roy’, onderkoning van Indonesië worden. Waar of niet? Wie zelf wil oordelen, kan de bronnen raadplegen.

Tv-presentator Jort Kelder en historicus Harry Veenendaal hebben zich bij de presentatie van een nieuw boek over prins Bernhard gepast uitgedost. Op hun revers de witte anjer. „Het is morgen precies vijf jaar geleden dat prins Bernhard ging hemelen. We zijn in stijl”, aldus Kelder met de van hem bekende ironie.

’ZKH’ luidt kortweg de titel van het boek dat zij gisteren in het Haagse hotel Des Indes presenteerden. ZKH (Zijne Koninklijke Hoogheid), dat zijn de drie hoofdletters waarmee Gerrie van Maasdijk doelde op prins Bernhard in de dagboeken die hij in de jaren vijftig ten tijde van de Greet Hofmans-affaire bijhield. Van Maasdijk was destijds achtereenvolgens algemeen secretaris der hofhouding en Kamerheer in buitengewone dienst van koningin Juliana.

Onder meer op die dagboeken baseren de schrijvers hun hoofdstelling: dat prins Bernhard in 1950 betrokken was bij wapenhandel met Indonesië, en bij de couppoging van kapitein Raymond Westerling tegen de regering-Soekarno begin dat jaar. Bernhard zou erop uit zijn geweest ’vice-roy’, onderkoning van Indonesië, te worden.

„Wij baseren ons niet alleen op die dagboeken. We hebben tientallen bronnen, zoals overheidsrapporten. En we hebben met veel mensen gesproken. Iedereen zegt: het klopt wel zo ongeveer wat jullie beweren.” Maar even later erkent historicus Harry Veenendaal dat het ultieme bewijs voor hun stelling ontbreekt. Het zou volgens hem ook naïef zijn om dat te verwachten. „Van Holleeder zullen ze ook nooit een brief vinden waarin hij regelrecht erkent Endstra te hebben vermoord.”

Wetenschappelijke pretenties hebben de schrijvers niet, noten ontbreken in hun boek. Maar raadpleeg zelf onze bronnen, zeggen de schrijvers, wijzend op de dozen en mappen die ze mee hebben genomen naar het zaaltje in Des Indes. De bronnen zijn hun heilig: die staan ook afgedrukt in het boek, of zijn te vinden op www.stichtingalibaba.nl. Historicus Gerard Aalders, onvermoeibaar Bernhard-onderzoeker, wilde gisteren wel beamen dat Veenendaal en Kelder uiterst verantwoord te werk zijn gegaan.

Veenendaal is als sinds 2001 in het bezit van de dagboeken van Van Maasdijk. Deze hofdignitaris werd in 1950 door prins Bernhard als secretaris van de hofhouding het paleis uitgewerkt, maar door koningin Juliana als kamerheer in buitengewone dienst weer aangetrokken. Dit tekent de verhoudingen binnen het paleis destijds. Tot woede van de prins was Juliana in de greep geraakt van gebedsgenezeres Greet Hofmans. Het paleis raakte in kampen verdeeld en Van Maasdijk behoorde duidelijk tot het Juliana-kamp. In 1956 moest hij het veld ruimen.

Van Maasdijk komt in 1950 door stom toeval achter de coupplannen en alarmeert Cees Fock, de hoogste ambtenaar van premier Drees. De premier zet de marechaussee aan het werk om de zaak te onderzoeken. Dit resulteert in zeven onderzoeksverslagen, de Duyff-rapporten.

Tot zijn verbazing kreeg Veenendaal begin dit jaar kopieën van die rapporten toegestuurd. Ook Cees Fasseur heeft ze, volgens Veenendaal en Kelder onvolledig, kunnen raadplegen voor zijn studie over Juliana en Bernhard die in 2008 verscheen. Volgens hen heeft Fasseur er alles aan gedaan de zaak te bagatelliseren. Fasseur zei gisteren in de Volkskrant niet onder de indruk te zijn van het verhaal van Veenendaal en Kelder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden