Principe van de hoop legde de wanhoop het zwijgen op

Toen Arthur Lehning in december 1998 de P.C. Hooftprijs voor beschouwend proza werd toegekend, liepen de reacties uiteen. Lehning zelf was verbijsterd, toen jury-voorzitter Kees Fens hem het nieuws vertelde: 'Hoe kómen jullie erbij', bracht hij uit. De meeste mensen waren om een andere reden verrast, omdat ze dachten dat hij allang dood was. Lehning, toen 98 jaar en sinds lang woonachtig in Lys-St.-George, ergens in Midden-Frankrijk, moest daar hartelijk om lachen. Sinds afgelopen zaterdag is zijn lach niet meer hoorbaar. Op 100-jarige leeftijd overleed de 'kroongetuige van een eeuw' in zijn woonplaats, op de eerste dag van de nieuwe eeuw.

Van onze kunstredactie

Een socialisme zonder staat. Dat was het nooit verwezenlijkte ideaal van de historicus, essayist en criticus Paul Arthur Müller Lehning. Hij bewoog zich tussen de kwalificaties anarchist, libertair socialist en anarcho-liberaal, richtingen die tegen het einde van de eeuw die hij helemaal meemaakte, op steeds minder bijval konden rekenen. Hij schreef niet alleen zelf - vooral over de raakvlakken van 'cultuur en politiek' - maar maakte ook publicaties door anderen mogelijk. Hij richtte het internationale tijdschrift 'i 10' op, dat in de periode 1927-1929 verscheen. In deze ontmoetingsplaats voor constructivisten van allerlei stempel, nieuw-zakelijken en late expressionisten bracht hij beeldende kunstenaars en architecten van het Bauhaus en de Stijlgroep samen, evenals schrijvers en filosofen, zoals J.J.P. Oud, Mondriaan, Moholy-Nagy, Lissitzky, Kandinsky, Bloch, Ter Braak, Benjamin en Domela Nieuwenhuis. Een gezelschap met zeer uiteenlopende standpunten, maar wat hen verbond was de afwezigheid van ieder dogmatisme.

Lehning was bevriend met schrijvers uit de kring van De Vrije Bladen, onder wie Ter Braak, Marsman en Slauerhoff. Met ter Braak en Marsman voerde hij in de jaren twintig polemieken over individualisme in literatuur en maatschappij. In die jaren schreef hij ook kritieken over modernistisch proza en poëzie.

Lehning was actief in de internationale libertaire arbeidersbeweging. In de jaren dertig was hij onder meer secretaris van de anarcho-syndicalistische Internationale Arbeiders-Associatie en redacteur van Grondslagen. Sinds de oprichting in 1935 was hij verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Van 1939 tot 1947 leidde hij de vestiging van het IISG in Oxford. Op verzoek van Mohammed Hatta verbleef hij van 1952-1954 in Indonesië, waar hij een Bibliotheek voor Politieke en Sociale Geschiedenis oprichtte.

Vermaardheid verwierf Lehning met de publikatie van de Archives Bakounine, de nalatenschap van zijn grote voorbeeld. De Russische revolutionair Michael Bakoenin (1814-1876) was een van de grondleggers van het anarchisme. Lehning gold als expert op het gebied van de revolutionaire bewegingen van voor 1917. Van het communisme heeft hij nooit wat moeten hebben.

Na de oorlog werkte Lehning mee aan de tijdschriften De Vlam, Libertinage en De Nieuwe Stem. In 1978 kreeg hij een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam.

Bij de toekenning van de P.C. Hooftprijs schreef J.J. Oversteegen, die vorig jaar overleed, in Trouw een beschouwing over de betekenis van Arthur Lehning. Hij constateerde dat met goede smaak en intuïtie alleen Lehning 'i 10' niet zou hebben kunnen maken. ,,Andere eigenschappen van zijn persoon spreken een krachtig woord mee. Als Ter Braak Lehning op zijn Parijse vriend Du Perron afstuurt, introduceert hij hem als 'een zachtmoedige Bakoenin'. Of dat nu helemaal waar is, laat ik in het midden, maar de beminnelijkheid van de man, die soms als 'drammerig' voorgesteld wordt, komt er goed in uit en die beminnelijkheid moet velen voor hem ingenomen hebben. De ontmoetingen van Lehning wijzen daar allemaal op. Als hij voor zijn gezondheid in het Zuidfranse Sanary is, zit hij in een restaurantje aan dezelfde tafel als een eenzame, en dan nog onbekende, Duitser: Ernst Bloch. Zij raken aan de praat. Lehning vertelt iets over zijn plannen met een tijdschrift, en Bloch zegt stante pede zijn medewerking toe, en belooft zijn vriend Walter Benjamin ook over te halen. Natuurlijk moet er meer aan de hand geweest zijn dan een innemend optreden. Bloch heeft zijn 'Prinzip Hoffnung' nog lang niet geformuleerd maar het moet in hem rondgespookt hebben, en beiden moeten de verwantschap ervan met het tegendraadse utopisme van Lehning onderkend hebben. Toeval, talent, herkenning - het komt allemaal bijeen.''

Van dichtbij gezien, schreef Oversteegen, lijken leven en werk van Lehning een mozaïek van handelingen en in geschrifte vastgelegde ideeën. ,,Van iets verder af, vanaf het punt waar wij nu staan: een spiegel van de twintigste eeuw, zoals alleen een sterke persoonlijkheid dat kan zijn, iemand die het principe van de hoop steeds weer de wanhoop het zwijgen op heeft doen leggen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden