Prince en John Lennon in Pyongyang

Lange tijd was Amerikaanse muziek taboe in Noord-Korea. Daarom wordt het optreden van het New York Philharmonic in Pyongyang in 2008 gezien als een historische doorbraak. (Trouw) Beeld AFP
Lange tijd was Amerikaanse muziek taboe in Noord-Korea. Daarom wordt het optreden van het New York Philharmonic in Pyongyang in 2008 gezien als een historische doorbraak. (Trouw)Beeld AFP

In Noord-Korea begint maandag het beroemde Arirang-festival voor muziek, dans en acrobatiek. Alle optredens staan volledig in dienst van de staatsideologie. Toch staat de deur op een kier voor westerse muziek.

Noord-Koreaanse populaire muziek is wennen voor het westerse oor. Niet alleen gebruiken Noord-Koreaanse componisten een ander toonsoort dan hun westerse collega’s, in het land van Kim Jong-il is muziek volledig ondergeschikt aan de staatsideologie. Voor Noord-Koreanen dus geen ’ik hou van jou en blijf je trouw’, maar muzikale hommages aan de Grote Leider Kim Il-sung (1912-1994) en zijn zoon, de Geliefde Leider Kim Jong-il. „Noord-Koreaanse liederen gaan over de Grote Leider en over hoe in de toekomst de hele wereld volgens de staatsideologie, de Juche-leer, ten goede veranderd zal zijn”, legt schrijver en filosoof Henk Weltevreden uit, die de afgelopen tien jaar Noord-Korea regelmatig bezocht en een roman over Noord-Korea schreef.

Deze odes worden muzikaal vertaald in militaristische marsmuziek, revolutionaire opera’s en zoet klinkende liedjes die in de verte aan Chinese popmuziek doen denken. Lieve meisjesstemmetjes en synthesizerklanken zetten de toon.

Volgens componist Konrad Boehmer, die Noord-Korea tweemaal bezocht, is de populaire muziek van Noord-Korea vooral beïnvloed door de muziek van de voormalige Sovjet-Unie. „In de jaren twintig, dertig en veertig stonden China, en Noord-Korea nog sterker, onder invloed van Russische muziek. Die mengden ze met hun eigen toonladders. Dus voor het niet-geoefende oor lijkt de muziek van Noord-Korea wel wat op de Chinese muziek. Veel Noord-Koreaanse componisten zijn trouwens in de toenmalige Sovjet-Unie opgeleid, maar dat willen ze zelf niet weten. Er wordt namelijk beweerd dat alle muziek door de Grote Leider Kim Il-sung zelf is verzonnen en volstrekt origineel is.”

Boehmer is zelf niet bijster gecharmeerd van de muziek van Noord-Korea. „Het is een soort clichémuziek met steeds dezelfde akkoorden. Voor mij is de muziek sociologisch interessanter dan muzikaal. Westerse pop is oneindig veel geraffineerder qua kleur en instrumentatie dan de Noord-Koreaanse populaire muziek. Je hebt in Noord-Korea te maken met het brute, naakte muzikale materiaal.”

De componist herinnert zich een optreden dat hij bijwoonde tijdens een muziekfestival in Pyongyang. „Er trad een Mongoolse zangeres op, dik als een biervat, die een aria zong. Zelfs aan het einde hadden we nog niet door wat ze zong. Het bleek de ’Habanera’ uit Bizets Carmen te zijn.” Grinnikend: „Het was fabelachtig!”

Ook Henk Weltevreden plaatst kritische kanttekeningen bij de kwaliteit van de Noord-Koreaanse muziek. „Noord-Koreaanse muziek zit vol poëzie en is vaak melancholisch. Men is er zeer muzikaal en het zangniveau is hoog. Maar in onze oren klinkt de muziek zoetsappig, sommigen zouden het kitsch noemen.”

Hoewel de muziek voor westerse oren niet direct aanlokkelijk klinkt, weten volgens Weltevreden de Noord-Koreanen hun eigen muziek zeker te waarderen. „Je hoort de muziek overal. In de straten en in de fabrieken, als arbeidsvitaminen. In de pauzes pakken ze een gitaar en zingen die liederen.”

Ook volgens componist Boehmer genieten Noord-Koreanen van hun eigen muziek. „Als je in Noord-Korea een concert bijwoont, merk je dat het applaus na een westers nummer beleefd is, maar dat er na een eigen nummer enthousiast geapplaudiseerd wordt.” Het feit dat de muziek ideologisch geïnspireerd is, doet volgens Boehmer niets aan de populariteit af. „Net zoals onze jeugd zich ook niet realiseert dat de populaire muziek door onze industrie wordt opgelegd. Kijk maar naar Michael Jackson: hij was toch een volkomen synthetisch industrieproduct? En na zijn dood wordt hij opgehemeld alsof hij een soort Jezus was.”

In het Westen bestaat het beeld dat buitenlandse muziek in Noord-Korea uit den boze is. In de praktijk blijkt dat volgens Boehmer en Weltevreden genuanceerder te liggen. Zo scoorde Boehmer in 1979 met een van zijn composities een grote hit in het communistische land. „In mijn linkse tijd in de jaren zeventig heb ik voor een Noord-Koreaanse propagandafilm de muziek gemaakt. Sindsdien ben ik in hun optiek de grootste componist van Europa. De compositie werd toen wel zestig keer per dag op de radio gedraaid. Maar wel in een versie die ik niet kon verstaan. Toen ik in 1979 werd uitgenodigd om naar Noord-Korea te komen en daar een concert bijwoonde, hoorde ik een nummer waar ik van dacht: ’Dat ken ik toch, maar waar van?’ Het bleek mijn compositie te zijn, in een ’lichtelijk’ veranderde versie. Ze hadden er een verjaardagslied voor Kim Il-sung van gemaakt.”

Tijdens zijn bezoek kwam componist Boehmer, die nog onder Karlheinz Stockhausen studeerde, er achter dat er op het staatsconservatorium in Pyongyang wel degelijk belangstelling was voor westerse klassieke muziek, zij het in een aangepaste versie. „Toen ik het staatconservatorium bezocht, vroeg ik of ik de lesruimtes mocht zien. Daar speelde een jongen ons iets voor dat ongelooflijk naar Chopin klonk. Ik kreeg toen uitgelegd dat ze een speciale manier hadden om met westerse muziek om te gaan. Noord-Koreaanse componeren de stukken zelf, maar wel in de stijl van westerse klassieke componisten.”

Bijna drie decennia later reisde Boehmer opnieuw af naar Noord-Korea om een bezoek te brengen aan het April Spring Friendship Art Festival in Pyongyang. Op dit jaarlijkse festival, dat integraal op staatstelevisie wordt uitgezonden, komen artiesten uit de hele wereld hun ’vriendschap’ met de dictatuur laten zien. „In 2007 bezocht ik Noord-Korea op eigen initiatief”, herinnert Boehmer zich. „Dus er was geen rode loper op het vliegveld en geen meisje dat trillend een bosje plastic bloemen aanbood.” Schaterlachend: „Dat heb ik node gemist!”

Tijdens zijn bezoek constateerde de componist dat de deur voor westerse muziek inmiddels op een kiertje was gezet. „Pasten ze in 1979 de westerse muziek nog aan de Noord-Koreaanse cultuur aan, in 2007 hadden ze voor het April Spring Friendship Art Festival al buitenlandse musici uit Berlijn en Frankrijk uitgenodigd die westerse composities onbewerkt voordroegen.”

Henk Weltevreden ziet net als Boehmer voorzichtige veranderingen in de Noord-Koreaanse houding ten opzichte van westerse muziek. „Men is erg voorzichtig met westerse muziek. Je kunt niet alles meenemen het land in. Westerse muziek zou het denken van de mens in Noord-Korea kunnen beïnvloeden en dat wil men buiten de deur houden. De Verenigde Staten en de Amerikaanse cultuur waren lang taboe in Noord-Korea. Daarom was het een historische doorbraak toen vorig jaar het New York Philharmonic in Pyongyang mocht optreden.”

Ook zijn eigen optreden in Pyongyang illustreert volgens de filosoof de groeiende Noord-Koreaanse belangstelling voor muziek uit het Westen. „In april van dit jaar bezocht ik met het Delta Saxophone Trio, twee Britten en een Hollander, het Spring Friendship Art Festival. We speelden nummers van Soft Machine (een Britse jaren zeventig popgroep, red.) en die muziek werd goed ontvangen: we wonnen een prijs voor de beste compositie van het festival.”

Bovendien lijken de Noord-Koreanen niet alleen oor te krijgen voor westerse klassieke muziek, ook westerse popmuzikanten dringen er langzaam door. Zo trof Konrad Boehmer tot zijn verbazing op een verzamel-cd met populaire muziek een nummer van Prince aan en merkte Henk Weltevreden dat zijn jonge gidsen nieuwsgierig waren naar westerse pop. „Onze gidsen wilde graag muziek horen van Elton John. Ook John Lennon is er bekend.”

Boehmer durft zelfs wel de stelling aan dat er een nieuwe muziekstroming aan het ontstaan is in Noord-Korea. „Ze proberen een opening te creëren. Ze zijn nog lang niet toe aan wat wij moderne muziek noemen. Dat kun je ze niet kwalijk nemen, want ze hebben een ander toonsysteem en zijn dus niet aan onze moderne muziek gewend. Maar in de cd-winkels hebben ze cd’s die eruit zien als onze pop-cd’s, met fraai uitgedoste jongens of meisjes op de cover. De muziek is een mengeling van soft mainstream pop en eigen harmonieën en melodieën, zoals ik die ook uit Japan, China en Zuid-Korea ken. Ik heb wel het idee dat er een minder agressief type muziek aan het ontstaan is. En voor hen is die softere muziek misschien een doorbraak, zeker als je vijftig jaar lang alleen marsmuziek hebt gehoord.”

(FOTO AFP) Beeld AFP
(FOTO AFP)Beeld AFP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden