’Prikkers lopen zelf ook enig risico’

Bij de prikcampagne gaat alle aandacht uit naar de risicogroepen die geprikt worden. Maar welk risico lopen de mensen die de prik geven?

Zo’n 15.000 keer per jaar komen werknemers in de zorg, maar ook anderen, via een injectienaald in aanraking met bloed van een ander. Mogelijk zijn ze daarbij besmet geraakt. Paul van Wijk, die deze week op dit onderwerp promoveerde, pleit voor een snelle risicoanalyse bij deze mensen en voor adequate nazorg.

De ziekenhuishygiënist werkt in het Jeroen Bosch Ziekenhuis en is medisch adviseur bij ArboNed. Dat de ’prikkers’ enig risico lopen, mag duidelijk zijn. Je hoeft jezelf met die naald die zojuist nog in het lijf van een ander stak, maar even te steken en je mag je zorgen maken of je misschien een hepatitis B of een hiv-infectie hebt opgelopen. Maar hoe groot zijn de risico’s?

Van Wijk heeft de cijfers voor Noordoost Brabant, de regio van het Jeroen Bosch ziekenhuis, naar heel Nederland vertaald. Dan komt hij op een totaal van 13.000 tot 15.000 ’prikaccidenten’ per jaar. „Afgezet tegen de miljoenen prikken die jaarlijks worden uitgedeeld is dat misschien niet veel. Maar het gaat hier alleen om gerapporteerde gevallen. Uit Belgisch onderzoek is gebleken dat de helft van alle gevallen niet wordt gemeld. Dus misschien moeten we wel uitgaan van 26.000 tot 30.000 accidenten per jaar.”

Die doen zich niet alleen voor in de ziekenhuizen en andere zorginstellingen, maar ook daarbuiten, bij politie (bijtincidenten) of de brandweer. En vergeet de schoonmakers bij de NS niet of de werknemers bij de plantsoenendienst die in aanraking komen met besmette naalden.

Ondanks de grote aantallen, leiden die ongelukjes met prikken zelden tot een daadwerkelijke besmetting. Van Wijk: „Met vier tot vijf hepatitis-B-besmettingen per jaar heb je het wel gehad. Besmetting met hepatitis C ben ik twee keer tegengekomen. Over hiv-besmettingen zijn geen gevallen bekend.”

Maar het gaat Van Wijk dan ook niet zozeer om het aantal daadwerkelijke besmettingen, maar meer om de onrust die ontstaat, zodra iemand zich heeft geprikt. „Zo iemand maakt zich natuurlijk zorgen. Heb ik iets opgelopen? Tot voor kort kon je met zo’n vraag bijna nergens terecht. Terwijl het belangrijk is dat er snel een risico-inschatting wordt gemaakt. De risico’s zijn immers groot als je bijvoorbeeld in aanraking bent gekomen met vers bloed na een bloedafname of bij een bloedtransfusie – groter in elk geval dan wanneer je jezelf prikt nadat je iemand hebt gevaccineerd.”

Van Wijk vindt dat er regionale expertisecentra moeten komen naar het voorbeeld van het meldpunt in het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Daar kunnen mensen zeven dagen per week, 24 uur per dag terecht. Een succes is het ’Prikpunt’ van ArboNed, bedoeld voor werknemers van bedrijven en organisaties die bij ArboNed zijn aangesloten. Van Wijk: „95 procent van de ongelukken doet zich voor op het werk. Dat initiatief van ArboNed is dus heel nuttig.”

Van Wijk meent dat werkgevers moeten zorgen dan hun werknemers zijn ingeënt tegen hepatitis B, een zeer besmettelijke aandoening. Ook veiliger materiaal is zeer aan te bevelen. „In andere landen werken ze al met naalden waarmee je je niet kunt prikken. De punt wordt automatisch met een kapje afgedekt, zodra die uit het lichaam wordt getrokken.”

Terug naar de griepprik. Al heeft hij daarover nu nog geen concrete cijfers, naar de ervaring van Van Wijk gaat het nogal eens mis bij zo’n grote griepcampagne. „We zien het aantal meldingen toenemen. Dat komt voor een deel doordat tijdens zo’n campagne ook gebruik wordt gemaakt van onervaren mensen. Die zijn bovendien vaak niet ingeënt tegen hepatitis B.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden