Prijzenslag / Onbemande pomp leidt dans op benzinemarkt

De ANWB gaat goedkope benzine verkopen om de markt open te breken. ,,Niets aan de hand'', zegt Shell. ,,Hoogstens een verschuiving in de markt.'' Maar prijsbrekers kunnen voor hetzelfde geld wel slagen.

AMSTERDAM - Wordt de ANWB, met straks honderd onbemande pompstations langs de Nederlandse weg, kampioen goedkope benzine? ,,Dat lijkt me stug. Zo makkelijk gaat dat niet'', zegt marketingdirecteur Ton Barten van Tango, de huidige nummer één op de markt voor vriendelijk geprijsde autobrandstof. ,,Ik heb van het ANWB-initiatief geen slapeloze nachten.''

In werkelijkheid zit prijsbreker Tango, dat op het ogenblik in Nederland vijftig pompen exploiteert, niet bepaald te wachten op de opening van de ANWB-stations. De automobilistenbond zei donderdag te mikken op een literprijs die zes eurocent onder het gemiddelde ligt, en beloofde één cent extra voordeel voor ANWB-kaarthouders. ,,De mensen kunnen beter bij ons komen tanken. Wij geven iedereen 7 cent korting, niet alleen houders van een ANWB-tankkaart'', aldus Tango-baas Barten.

Met deze waarneming slaat Tango de spijker op zijn kop. Volgens de onbemande-pompenpionier is er in Nederland ruimte voor ongeveer 400 onbemande benzinestations (op een huidig totaal van ruim drieduizend). Maar het risico bestaat dat de ANWB met zijn stuntwerk andere prijsvechters langs de provinciale weg de tent uitvecht, terwijl langs de snelweg de grootmachten Shell, Esso en BP de auto mobilist hoge prijzen blijven vragen.

ANWB-hoofddirecteur Guido van Woerkom lijkt dit gevaar wel te onderkennen: ,,Er wordt nu op ons gelet. Het is zaak dat wij als ANWB beginnen een netwerk op te bouwen, om uiteindelijk de sprong naar de snelweg te kunnen maken.'' De ANWB is het aan zijn stand verplicht de structuur van de Nederlandse benzinemarkt te wijzigen, aldus Van Woerkom. ,,Horzels hebben in de natuur een nuttige functie.''

De Nederlandse benzinemarkt kenmerkt zich door een notoir gebrek aan concurrentie. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft in 2001 vastgesteld dat de Nederlandse oliemaatschappijen de benzineprijzen kunstmatig hoog houden. De Nederlandse consument betaalt structureel te veel aan de pomp. Als belangrijkste oorzaak worden vaak de hoge belastingen en accijns aangevoerd, maar uit prijsvergelijkingen met andere EU-landen blijkt dat ook de 'kale' benzineprijzen in Nederland tot de hoogste van Europa behoren.

Benzinegigant Shell deed gisteren of zijn neus bloedde, en verhoogde de benzineprijzen. ,,Er is ook niks aan de hand. Hooguit kun je spreken van een verschuiving in de markt. Er is een groep klanten voor wie klaarblijkelijk alleen de prijs van belang is, en service, winkel en spaarzegels niet. De tijd zal leren waar deze ontwikkeling stopt'', aldus een Shell-woordvoerder. Dat Shell niet passief afwacht, spreekt vanzelf. Twee jaar geleden ging de maatschappij ook in de onbemande pompenbusiness en stampte Tinq uit de grond. ,,We differentiëren.''

Er is meer aan de hand, zegt Hans Pijl, econoom bij de Afdeling Monetair en Economisch Beleid van De Nederlandsche Bank (DNB). De argumenten waarmee de oliemaatschappijen de hoge 'kale' benzineprijs verklaren, zijn in zijn ogen niet overtuigend. Het is moeilijk te bewijzen dat de oliemaatschappijen in Nederland als een soort 'mini-Opec' opereren, schreef de econoom vorig jaar in de studie 'Prijsontwikkeling op de Nederlandse benzinemarkt'. Maar, constateerde hij, de Nederlandse consument zou natuurlijk moeten profiteren van de geringe afstand tussen raffinaderijen en pompstations in Nederland. Je zou verwachten dat zo'n kostenvoordeel in een lagere prijs aan de pomp tot uitdrukking komt. ,,Heel voorzichtig kan geconcludeerd worden dat de concurrentie in Nederland minder groot is dan in Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk.''

Pijl heeft zijn hoop gevestigd op de overheid -denk aan de opgelegde veiling van pompstations langs de rijkswegen door de oliemaatschappijen Shell, Esso, BP en Texaco om hun marktaandeel te beperken- maar hij ziet ook muziek in initiatieven als dat van de ANWB. ,,Er is in ieder geval anekdotisch bewijs dat de komst van prijsbrekers plaatselijk tot lagere prijzen bij de concurrentie leidt'', zegt hij. Of benzine op deze manier ook substantieel goedkoper kan worden, is niet goed onderzocht, aldus Pijl. ,,In de luchtvaart slagen prijsbrekers erin de markt open te breken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden