Prijs winnen? Schrijf een mannelijk boek

De Libris-prijs ging weer naar een man. Dat komt wel degelijk doordat ’mannelijke’ teksten beter scoren.

Er verschijnt wat rommel op de boekenmarkt. Nog voor de Libris literatuurprijs werd uitgereikt, verzuchtte de jury al dat ’het literaire gehalte van de jaaroogst 2006 niet is meegevallen’. De jury mopperde op het marktdenken van de uitgevers ’en hun overdaad aan doelgroepenproza’.

Gebrek aan kwaliteit speelt dus voor alle literaire boeken. Toch is de laatste tijd vooral debat over de vermeende tekortkomingen van één soort boeken: van vrouwelijke auteurs – alsof gebrek aan kwaliteit een vrouwelijke eigenschap is die in de afdeling ’chicklit’ van de boekhandels samen komt.

In het artikel ’Beter je best doen meisjes!’ schreef literatuurcritica Ingrid Hoogervorst dat het geen wonder is dat vrouwen zelden literaire prijzen winnen (Letter en Geest, 28 april). Eigen schuld, moeten jullie maar betere boeken schrijven, roept Hoogervorst. Dat verwijt is maar op een manier te lezen: hadden jullie maar man moeten zijn.

Hoogervorst, zelf ook schrijfster, legt de oorzaak van de vrouwelijke absentie in de literaire eregalerijen op een curieuze wijze volledig bij de vrouwen zelf. Doordat vrouwen niet de literatuur schrijven die de mannelijke winnaars wel schrijven krijgen ze niet de prijzen die de mannen wel krijgen. Letterlijk schrijft ze: „Willen vrouwen dat hun literaire werk in aanzien wint () dan moeten ze afstand nemen van hun eigen leven en ontsnappen aan hun eigen geslacht.” Kortom, de man is de norm.

Om bij het laatste te beginnen: wat zou er overblijven van mannenliteratuur als schrijvers zouden ’ontsnappen aan hun eigen geslacht’? Zou Jan Wolkers ook maar één boek hebben geschreven? En uit hoeveel werken zou de volledig op seksuele driften drijvende Gerard Reve hebben afgescheiden? En wie zou er ooit van Giphart of Zwagerman gehoord hebben? En hoe zit het met Hemingway of Arthur en Henry Miller?

Nog onnozeler is het verwijt dat ’vrouwen afstand moeten nemen van hun eigen leven’. Iedere schrijver, man of vrouw, gebruikt eigen ervaringen. Ik moet er niet aan denken om ’Slaughterhouse-Five’ van de net overleden Kurt Vonnegut te moeten missen, de grotendeels op autobiografisch materiaal rustende boeken van Jorge Semprun en Primo Levi en de uit de eigen ervaring voortspruitende verzinsels van Gabriel Garcia Marquez.

Wie van vrouwelijke auteurs eist dat zij niet over hun eigen leven schrijven, hanteert een dubbele standaard. Egodocumenten zijn slecht als er een vrouwennaam op de omslag staat, niet als de schrijver A. F. Th. Van der Heijden heet?

Een ander belangrijk verwijt dat vrouwelijke auteurs wordt gemaakt is dat ze te gemakkelijk vervallen in psychologiseren, dat de zucht naar verklaring de vrouwen dwarszit in het literaire speelveld. ’Literatuur is immers per definitie meer op zoek naar vragen dan naar antwoorden’, stelt Hoogervorst.

Als die definitie zou kloppen vallen veel mannen door de mand. Zij stellen geen vragen, maar ontwijken ze. Ze vluchten in hun eigen werkelijkheid, waarbij ze er niet voor terugdeinzen te fantaseren over de psyche van de vrouw.

Wat bijvoorbeeld te denken van de roman ’Twee vrouwen’ van Albert Moravia. In zijn beeld geniet een van de vrouwen volop van haar ontketende seksuele driften, slechts enkele uren nadat zij door een groep soldaten is verkracht. Wie iets weet van de trauma’s die een verkrachting veroorzaakt, weet dat voor het slachtoffer deze misdaad niets met seksualiteit te maken heeft en dat zij seks haar hele leven zal associëren met machtsmisbruik en vernedering. Hier speelt de mannelijke fantasie de hoofdrol; Moravia psychologiseert, losgeslagen van iedere realiteitszin. Toch wordt dit boek door de critici als literair hoogstandje beschouwd.

Zou het anders zijn als vrouwen deelnemen aan literaire debatten, in jury’s en redacties van literaire tijdschriften zitten? Nee, dat zal niet helpen; zij kunnen deze functies alleen bereiken op de voorwaarden van de mannen.

Wellicht kan de literaire wereld wat leren van hun muzikale collega’s. De directeur van het Concertgebouworkest wilde meer vrouwelijke muzikanten selecteren. Hij twijfelde niet aan de oprechtheid van zijn selectiecommissie, maar wilde alle factoren uitsluiten die de aandacht van de muziek afleidden. Met een gordijn tussen de ’jury’ en de voorspelende muzikant (m/v) ontstond in zijn orkest eindelijk evenwicht in het aantal mannen en vrouwen.

Het zal voor de literaire wereld veel moeilijker zijn die sekseblindheid te organiseren. Want de reden voor de afwezigheid van vrouwen lijkt literair inhoudelijk te zijn.

De mannelijke ’werkelijkheid’ is voor critici beter te verteren dan de vrouwelijke. Zo is niet alleen sprake van literair seksisme, waar de man de vrouw buiten de selecties houdt. Literair seksisme leidt ook tot seksistische literatuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden