Prijs voor kopiëren met lef

aanmoedigingsprijs | Vier jonge kunstenaars kregen van koning Willem-Alexander de prijs voor vrije schilderkunst. Het werk van de winnaars staat bol van de verwijzingen naar de kunstgeschiedenis.

Vinden jonge kunstenaars het moeilijk om geëngageerd werk te maken? Is er zoveel aan de hand in de wereld dat ze zich onmachtig voelen om stelling te nemen op het schildersdoek? Deze vragen leven bij de jury van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Koning Willem Alexander reikte deze aanmoedigingsprijs voor jong schilderstalent gisteren in Amsterdam uit aan de vier winnaars. Er waren 243 inzendingen.

Ze waren er genoeg, de bijdragen waaruit maatschappelijke betrokkenheid spreekt. Maar juryvoorzitter Benno Tempel (directeur van het Gemeentemuseum Den Haag) vindt het opvallend hoe vaak ook het persoonlijke leven als onderwerp is gekozen.

"Alsof de thema's van de wereld te groot zijn geworden. Je kunt natuurlijk wel een vluchteling schilderen, maar daarmee doe je nog geen uitspraak over de vluchtelingencrisis. Als de werkelijkheid te confronterend is, kun je ook wegkijken van de problematiek."

Dat doet verder niets af aan de kwaliteit van de inzendingen. Die is over de hele linie hoog. De jury prijst niet alleen de technische vaardigheden van de kunstenaars, die behalve verf ook zand, gips, klei en piepschuim gebruiken en zelfs de schuur- en freesmachine niet schuwen voor meer reliëf en daarmee extra zeggingskracht. Ze maken ook 'intelligent' werk, waarin ze onder meer reflecteren op de kunstgeschiedenis met haar verschillende stromingen.

Dat geldt ook voor de winnaars. Zo zal de aandachtige kijker in het werk van Sam Salehi Samiee (1988, Teheran, Iran), dat bol staat van symbolen over de kruisiging, 'De Schreeuw' van Edvard Munch ontdekken. Bart Kok (1985, Lochem) liet zich voor de (vervaagde) achtergrond van zijn komische werk 'Borderline' inspireren door Gerhard Richter. Het hoofd van het mannetje met penselen doet denken aan het werk van Roger Raveel.

Bij het werk van Mike Pratt (1987, Sunderland, Groot-Brittannië) moet je meteen aan het afgesneden oor van Vincent van Gogh denken. Op een ander werk maakte hij een variant op nog zo'n spraakmakend object uit de moderne kunstgeschiedenis: het urinoir van Marcel Duchamp.

Dat lijkt misschien op kopiëren, maar de jury vindt het juist van 'lef' getuigen. Pratt geeft er dan ook een heel eigen draai aan met een 'viezige combinatie' van verf en kleur die de jury 'ronduit lekker' noemt. Hij verwijst daarmee ook nog eens naar 'bad painting', een stroming in de schilderkunst waarin een opzettelijke wansmaak overheerst. Pratt springt er ook uit omdat je zijn werk amper nog schilderkunst kunt noemen. Het zijn driedimensionale objecten, gemaakt van onder meer siliconen en piepschuim.

De vierde prijswinnaar Tanja Ritterbex (1985, Heerlen) houdt het 'gewoon' bij de verfkwast. Ze deed al vier keer eerder mee en elk jaar zag de jury haar groeien. Er gebeurt heel veel in haar kleurrijke schilderijen over de Arabische wereld, waarin ze vaak zelf de hoofdrol speelt. Het is volgens de jury knap hoe ze alle elementen in haar complexe werk weet te verbinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden