Prijs van het koteletje is geen Europese zaak

In de economische wetenschap is de varkenscyclus een begrip. Het behelst het verschijnsel dat aanbieders van producten massaal reageren op een fluctuerende prijs, maar tegen de tijd dat hun reactie doorwerkt op het aanbod, is die prijs alweer omgeslagen. Zo komen hun nieuwe producten pas op de markt als de prijs alweer laag is en daalt de prijs nog verder.

Juist de sector waaraan de cyclus zijn naam ontleent, lijkt zich de afgelopen jaren aan deze wetmatigheid te onttrekken. Een blik op de prijs van varkensvlees in de afgelopen twintig jaar laat zien dat er, ondanks de gebruikelijke golfbeweging, vooral sprake is van een trendmatige neergang. En die prijzen zijn niet eens gecorrigeerd voor de inflatie van de laatste twee decennia.

De varkensboeren zijn die lage prijzen meer dan beu en legden deze week de slachterijen stil uit protest. Nadat het dioxineschandaal in Duitsland bekend werd, is de vraag naar varkensvlees daar fors gedaald, met lagere prijzen tot gevolg.

Ten onrechte, zo meent de Nederlandse Vakbond Varkenshouders: het Nederlandse vlees voldoet aan hoge kwaliteitseisen en heeft niets te maken met de dioxinekwestie in Duitsland. Het vlees zou juist méér moeten opbrengen nu mensen het Duitse vlees niet langer vertrouwen.

Hoe begrijpelijk het gevoel van de boeren ook is, het gaat voorbij aan de enige logica die geldt in dit soort kwesties: die van de consument. Die is onvoldoende geïnformeerd en geïnteresseerd om zich te buigen over welk vlees wel of niet veilig is. Het gevoel ’er is iets aan de hand met het vlees’ overheerst en het schap wordt overgeslagen. Dat is zuur, maar moeilijk te voorkomen.

Staatssecretaris Bleker van landbouw voelt mee met de boeren, zo liet hij donderdag weten. Wat hem betreft moet de Europese Unie ingrijpen door varkensvlees op te kopen om zo de prijs te ondersteunen.

Dat is niet alleen een beproefd, maar ook een bewezen mislukt recept. Eerder stelde Europa minimumprijzen in voor melk, wat resulteerde in de melkplas, boterberg, en uiteindelijk in de superheffing en de quotering van de markt. Al jaren doet de EU moeizame pogingen verder uit de markt terug te treden, met weinig succes.

Meer dan tien jaar geleden kwam de Europese Commissie erachter dat de individuele boeren niet gebaat zijn bij financiële steun voor hun productie. Immers, zolang Europa de prijs garandeert is er geen enkele prikkel een (eventueel) overaanbod terug te dringen. Daarom koos Europa een tijd terug al de weg van directe inkomenssteun boven de minimumprijzen.

Gisteren zei Bleker tijdens de Berlijnse voedselbeurs Grüne Woche dat ’het familiebedrijf de ruggengraat moet blijven van de agrarische sector in Nederland’. Subsidies uit Brussel moeten erop gericht zijn de bedrijven concurrerend te houden ten opzichte van grootschalige, kapitaalkrachtige bedrijven.

Waarbij zouden familiebedrijven het meeste gebaat zijn: steun getoetst aan inkomen of dezelfde toeslag op productie als buitenlandse megabedrijven?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden