Prijs of planeetje?

Twee schrijvers werden deze dagen in het zonnetje gezet. De een figuurlijk, de ander bijna letterlijk. Charlotte Mutsaers kreeg de P.C. Hooftprijs en Boudewijn Büch kreeg een planetoïde naar zich vernoemd. Ik geloof dat ik, als ik eerlijk ben, toch liever als levend schrijver de P.C. Hooftprijs zou opstrijken dan als dode schrijver mijn naam aan een kosmische kiezel hechten, maar of dat een verstandige keus is weet ik niet.

Planetoïden gaan allicht langer mee. Heel groot is ’ie overigens niet, ’Boudewijnbuch’ heeft een doorsnee van zo’n vier kilometer. Hij is wel erg ver weg, niet iets voor het blote oog, beweegt zich op een afstand van 274 miljoen tot 446 miljoen kilometer van de zon, ergens tussen Mars en Jupiter. Ik denk dat de schrijver, die bij zijn leven niet veel prijzen kreeg maar wel altijd opzien baarde met fantastische verzinsels, er bijzonder mee in z’n nopjes zou zijn. Maar hebben dode kunstenaars eigenlijk iets aan de eerbewijzen die ze postuum krijgen, vraag ik me altijd af. Van Gogh, Schubert, tevreden over wat ze na hun dood aan aandacht kregen die ze bij hun leven onthouden werd? Of vergaat het ze zoals bijvoorbeeld leeuwen, die niet weten dat ze koning der dieren genoemd worden en geen flauw idee hebben dat ze op allerlei wapenschilden prijken?

Nu we het toch over postume eerbewijzen hebben, ik geloof dat ik liever een straat naar me vernoemd kreeg dan een planetoïde, iets waar je nog eens doorheen fietst, met een bordje erop met je jaartallen. Zo’n planetoïde is toch meer iets voor zonderlingen en specialisten, maar in dat opzicht past het wel bij verzamelaar en dodo-kenner Büch. Wij Schoutens hebben trouwens geen klagen. In Amsterdam alleen al twee straten. De Schoutensteeg en de Willem Schoutenstraat, en dan heb je in het Bijbels Museum bijvoorbeeld ook nog het Schoutenkabinet, genoemd naar de grondlegger van het museum. En in de Indonesische archipel ligt onze ultieme claim to fame, de Schouten-eilanden, die tegenwoordig geloof ik helaas niet meer zo heten en onder de minder familiaire naam Biak-Numfor gebukt gaan.

Terug nog even naar die planetoïden, die sinds enige jaren een leuk geschenkje voor jubilerende, jarige of anderszins gedenkwaardige personen vormen. Je hoeft er niet eens dood voor te zijn, er is ook een planetoïde Mulisch en een Miepgies. Verder cirkelen Rembrandt, Godfried Bomans, Anne Frank en Michiel de Ruyter nog altijd om en over ons heen. Vroeger vernoemden we grote planeten naar goden, Jupiter, Mars, Saturnus, maar die zijn inmiddels een beetje opgeraakt. Dat de mens zich inmiddels op de resterende kruimels gestort heeft zegt iets over over de secularisering van ons universum. Maar als de klimaattop maar half lukt en over een paar millennia er weer een ijstijd over ons heen schuift waar we niet tegen bestand zijn, zal het heelal toch weer als vanouds zijn, een naamloos en grondeloos raadsel. Daarom toch maar liever een straat voor eventjes of de P.C. Hooftprijs die Charlotte Mutsaers echt een heel grote vis noemde, die ze had gevangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden