'Priesterschap voor vrouwen komt zeker, met een schok' Graalvrouw Van der Schot (81) weet het zeker

Een leven lang gewijd aan de Graal, een lekenbeweging van vrouwen in de r.-k. kerk. Van de droom als jong meisje misdienaar te kunnen worden ('het verspreiden van die heerlijke geur van wierook'), naar een leven van reizen door de wereld met wereldbekering als ideaal. “Met een overmoed die alleen de jeugd gegeven is.” Maar wel als leek, “want aan meer dachten we niet eens”. En nu een verlangen het priesterschap voor vrouwen nog mee te maken. “Terug naar het begin van de kerk waar Maria Magdalena als eerste apostel werd beschouwd. Het komt. Dat weet ik zeker. Met een schok, zoals dat ook in de natuur het geval is.”

JANNY VAN DER MOLEN

Volkomen lam en volkomen leeuw. Met dat ideaalbeeld voor ogen trainde de Nederlandse Jezuïet Jac van Ginneken begin jaren twintig 'zijn' Vrouwen van Nazareth die later zouden opgaan in de Graal. Om heerser en onderdanige te zijn, zoals Jezus was. Extreem volgzaam en extreem initiatiefrijk tegelijk.

Frances van der Schot, 81, is Graalvrouw. “We moesten alles zijn. Dat betekende ook beschikbaarheid voor het leven. We waren het daar ook allemaal mee eens. We waren vurig en zeer toegewijd.” Ze was 18 toen ze met de Graal in aanraking kwam en hoorde over wereldbekering en de taak van vrouwen daarin. “Ik huppelde door het Vondelpark waar ik hen had horen spreken, naar huis. Mijn hart was van dat ene vervuld: de wetenschap dat ik als vrouw de wereld kon beïnvloeden. Ik was belangrijk. En ik heb nooit meer aan die roeping getwijfeld.”

De Graal kent nu geen leden meer. Wel zijn er wereldwijd - de Graal is in twintig landen actief - ongeveer 250 vrouwen die zich voor het leven aan de beweging hebben gebonden. Ze richten scholen op, organiseren vrouwengroepen en moedigen meisjes aan zich te ontplooien.

In de jaren dertig, toen de Graal grote bekendheid genoot, waren in Nederland, waar het begon, tienduizenden meisjes actief binnen de Graal. Bekend en geliefd waren de Pinksterspelen waar duizenden meisjes in uniform met vlaggen, zang en dans hun katholieke geloof uitdroegen.

“We waren als het ware de eerste feministische golf binnen de r.-k. kerk. Al die meisjes van toen zijn opgegroeid met de overtuiging dat ze iets voor de kerk konden betekenen,” zegt Van der Schot.

In de eerste jaren van de Graal was de beweging nog niet helemaal los van tradities. De vrouwen werden immers in eerste instantie geleid door een man en de vrouwen die overal ter wereld netwerken zouden opzetten, kregen een degelijke training die 'kloosterachtig' aandeed. Maar eenmaal buiten de muren waren het namelijk gewone, 'modern' geklede vrouwen. En al snel gingen de vrouwen hun eigen gang, woonden samen in Graalhuizen en stoorden zich niet aan conventies.

Wel bond de 'harde kern' zich voor het leven. Van der Schot deed haar 'dedicatie' van soberheid, dienstbaarheid en celibaat toen ze 21 was. Nooit spijt van gehad trouwens. “Ik blijf bij waar ik in geloof. Graal en katholiek. Die twee dingen vormen heel mijn wezen.”

Een jaar na die dedicatie, 1936, stapte ze met vier andere vrouwen op de boot naar Australië waar ze groepen voor katholieke meisjes opzetten. De verwachtingen van de vijf Nederlandse Graalvrouwen waren hooggespannen. “Een bisschop die ons had gezien tijdens een bijeenkomst in Dublin, had enthousiaste verhalen verspreid. De Graalmeisjes in Europa droegen in die tijd kleurige kostuums en wapperden met vlaggen. Die vernieuwing zag ik wel zitten. Een frisse wind. En het sloeg ook inderdaad overal aan. We waren jong en altijd vrolijk.”

Van der Schot zou veertien jaar in Australië blijven. Vlak voor de oorlog kwam tijdens een ongeluk de leidster van de Autralische Graal om het leven. Van de ene op de andere dag kreeg ze de leiding. “Onvoorbereid en, denk ik nu, ongeschikt. Maar we hadden geen twijfels. We gingen door.” Toch groeide de onzekerheid over de koers die de Graal was ingeslagen in Australië. “Toen ben ik op een oorlogsschip naar de Verenigde Staten gegaan. Daar was Graalvrouw Lydwine van Kersbergen iets heel nieuws begonnen: Een vorming tot christen door te leven met het ritme van het liturgisch jaar en de natuur. Ze werd daarbij geholpen door grote vernieuwers van kerk en maatschappij zoals Dorothy Day, oprichtster van de Catholic Worker Movement. Mijn tijd daar heeft me erg veranderd.”

Toen de oorlog ook voor de Verenigde Staten voorbij was, kon Frances haar familie opzoeken in Nederland. Zij was daar sinds 1936 niet meer geweest. “Ik voelde dat ik er niet meer echt bij hoorde omdat ik de oorlog niet had meegemaakt.”

Frances ging terug naar Australië waar ze tot 1950 bleef. Toen werd ze naar Zuid-Afrika gezonden. “Dat was een heel moeilijke tijd. We woonden in een witte wijk en konden moeilijk in contact komen met zwarte vrouwen. We kregen wel eens meisjes over de vloer, maar dat mocht eigenlijk niet. Het waren de ongelukkigste jaren van mijn leven. Na een aantal jaren had ik het gevoel: hier ga ik aan ten onder. Toen heb ik zelf gedacht dat ik weg moest. Maar ik wilde toch doen wat er van me gevraagd werd.”

Frances bleef zeven jaar in Zuid-Afrika, maar ging in die periode voor een half jaar naar Oeganda om daar een Graalschool op te zetten. “Tot dan toe hadden alleen priesters en zusters in de missielanden gewerkt.”

Het was 1957 voor Frances terugkwam naar Nederland. De vier jaar die volgden studeerde ze Engels om zo op een hoger niveau les te kunnen geven. Voor het eerst in ruim twintig jaar kon ze de rooms-katholieke kerk in Nederland weer op de voet volgen. “De positie van vrouwen was wel wat veranderd, maar voor echte veranderingen waren we nog te onzeker. Het was een tijd van zoeken.”

Weinig over

Van de Nederlandse Graal was sinds de oorlog nauwelijks iets over. Tal van bewegingen waren in de oorlog immers verboden en in de jaren daarna kwam de Graal niet echt meer van de grond.

“Ik aanvaardde dat het nu wat minder goed ging met de Nederlandse Graal. Er zijn opwaartse en neerwaartse golven. Dat hoort bij het leven. Bovendien hadden we in andere landen al veel bereikt. Sommigen vonden het jammer dat we ons zo richtten op het buitenland dat we onze eigen afdeling waren vergeten.”

De jaren die volgden op het Vaticaanse concilie gebeurde er veel in de r.-k. kerk. “Begin jaren zestig werd het mogelijk kerkdiensten te houden in de eigen taal. Bijna iedere kerk nam dat meteen over. En dan was er de biecht. Tot die tijd waren we braaf iedere maand naar de biecht gegaan en opeens hoefde het niet meer. En niemand taalde er naar.”

In 1961 werd Van der Schot opnieuw naar Oeganda gezonden waar ze tot 1970 zou blijven. De school die Graalvrouwen een paar jaar eerder 'in een schuurtje op een heuveltje' hadden opgezet, werd een groot succes. “De bedeesde meisjes van toen hebben nu goede posities. En ze zetten zich meer af tegen mannen die half dronken thuiskomen en de vrouwen misbruiken. Want dat vond ik het meest tragische in Oeganda: die slaafse houding ten opzichte van mannen.”

Op 58-jarige leeftijd kwam Frances definitief terug naar Nederland om nog tot haar 65-ste Engelse les te geven op avondscholen en om actief te blijven in de kerk (ze is onder andere actief in het oecumenisch werk in de Bijlmer) en in de Graal.

De Nederlandse Graal veranderde geleidelijk in een oecumenische vrouwenbeweging. “En dat is goed. Er komt nooit vrede in de wereld als er conflicten zijn tussen de verschillende godsdiensten. We moeten ons openen voor de ander. En als de Graal verandert, spring ik mee.”

En als de rooms-katholieke kerk springt? “Die springt te laat. De kerk hoort te leven in de sfeer van de tijd, niet in het verleden. Nee, ik word niet moedeloos van deze paus. Hij heeft ook weer zo zijn achtergrond. Maar ik geloof niet dat we grote veranderingen zullen meemaken zolang hij nog in het Vaticaan zit.”

“Ik vraag me wel vaak af of het allemaal niet wat sneller kan. Ik hoop zo dat ik een priesterschap voor vrouwen nog mag meemaken. Dat zit er vast niet meer in. Maar dan denk ik aan de veranderingen die er toch al tijdens mijn leven zijn geweest. De versobering van de eerste communie, de liturgische vernieuwing, de mis in de eigen taal, het niet langer verplichten van de biecht en meisjes als misdienaar. En een totaal nieuwe denkwereld met een groeiende verantwoordelijkheid voor leken.”

Celibaat

“Vaak kwamen deze veranderingen toch nog plotseling. Nu getrouwde anglicaanse priesters binnen de r.-k. kerk actief worden, groeit de tegenstand tegen het exclusieve celibaat verder. En dat begrijp ik wel, hoewel ook ik celibatair heb geleefd. Andere kerken laten ons zien dat ook een priester met vrouw en kinderen toegewijd kan zijn. Misschien staan gehuwde priesters zelfs wel meer in het gewone leven.”

“De priesters van de eerste kerk waren vaak ook getrouwde mannen. En vrouwen! Van Ginneken hield ons dat altijd al voor. Van Kilsdonk vergeleek het uitsluiten van gehuwde mannen en vrouwen van het priesterschap laatst met het ontfutselen van Esau's geboorterecht. Maar nu krijgen we dat terug. Daar ben ik heilig van overtuigd.”

Zou de Graal van vandaag zich daar hard voor moeten maken? “Dat zou ik fijn vinden. Maar aan de andere kant denk ik: wij hebben ook goed werk gedaan. We zaten alleen misschien nog wat te dicht bij de oude tradities. Ik hecht niet zo aan mijn eigen clubje. Anderen kunnen dat werk ook doen. Maar de Graal moet wel een vrouwenbeweging blijven. Tot het moment dat vrouw en man volkomen gelijkwaardig behandeld worden.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden