Preventieve screenings: hoe zinvol is bevolkingsonderzoek?

Een bloedtest kun je gemakkelijk zelf thuis afnemen Beeld thinkstock

'Totalbodyscans' zorgen voor schijnzekerheid en moeten daarom verboden blijven, vinden artsen. Patiënten voelen zich gerustgesteld als er niets uit zo'n screening komt, maar kunnen een half jaar later toch doodziek blijken. Daarbij jagen ze de zorgkosten op en zorgen ze voor onnodige angst bij patiënten, betoogde hoogleraar ethiek Theo Boer vandaag in zijn oratie. Toch zijn preventieve screenings niet meer weg te denken uit de gezondheidszorg. Hoe zit het met het nut en de noodzaak van andere onderzoeken?

Borstkankertest
Iedere twee jaar krijgen Nederlandse vrouwen tussen de 50 en 75 jaar een oproep om een röntgenfoto (mammografie) te laten maken van hun borsten. Veel vrouwen doen dat ook: acht op de tien komen opdagen bij het onderzoek dat eventuele tumoren in een vroeg stadium moet opsporen - nog voor er een 'knobbeltje' voelbaar is.

Doel van dit bevolkingsonderzoek is om het aantal vrouwen dat overlijdt aan borstkanker omlaag te brengen. Want hoe eerder ontdekt, hoe groter een kans op een succesvolle behandeling. Sinds de invoering van de screening in 1990 is het aantal doden door borstkanker met een kwart gedaald.

Maar of de mammografie bij die daling een prominente rol in speelt, is de vraag. Sinds 1990 is ook de behandeling een stuk verbeterd, benadrukken critici van de screenings. Er zijn namelijk altijd vrouwen die te horen krijgen dat ze ziek zijn, terwijl er bij nader inzien niks aan de hand is. Deze groep lijdt daar een jaar later nog steeds onder, zo bleek in 2012 uit een promotieonderzoek van chirurg Claudia Keyzer.

Toch blijken de voordelen van de mammografie op te wegen tegen de nadelen, schreef wetenschapsredacteur Mariska van Sprundel onlangs in Trouw. Onderzoekers van de International Agency for Research in Cancer, de afdeling van de Wereldgezondheidsorganisatie gespecialiseerd in kanker, legden tientallen wetenschappelijke studies naar screeningsmethoden naast elkaar. Zij concluderen in het New England Journal of Medicine dat de mammografie de meest effectieve methode is: vrouwen die dit regelmatig laten doen, hebben 40 procent minder kans om te overlijden aan borstkanker dan vrouwen die dat niet doen.

Volgens de WHO is de check vooral nuttig voor vrouwen tussen de 50 en 69 jaar. Onder jonge vrouwen zorgt het nauwelijks voor minder sterfgevallen.

Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) stelden vorig jaar nog dat het onderzoek bij vrouwen boven de 70 meer kwaad dan goed doet. Bij deze groep blijkt na behandeling veel vaker dat ze eigenlijk een kleine onschadelijke tumor hadden, terwijl zij wel ingrijpende behandelingen hebben ondergaan.

Op een mammografie kan borstkanker in een vroeg stadium worden ontdekt. Beeld thinkstock

Prostaatkanker
Ook bij prostaatkanker waarschuwden artsen de afgelopen jaren voor onnodig onderzoek. Er overlijden meer mannen mét dan áán prostaatkanker, is een gevleugelde uitspraak onder artsen.

Te vaak leiden de (bloed)tests waarmee prostaatkanker wordt opgespoord namelijk tot vals alarm: verhoogde bloedwaarden (psa-waarde) impliceren namelijk lang niet altijd dat er sprake is van kanker. Dertig procent van de mannen met een zogeheten hogere 'psa-waarde' blijkt niet ziek of heeft geen levensbedreigende prostaatkanker. Ondertussen zijn patiënten wel een periode van onderzoek (na bloedafname volgt vaak een weefselafname) en onzekerheid verder.

Toch zouden gerichte controles onder mannen tussen de 55 en 59 jaar wel degelijk effect kunnen hebben, schreef gezondheidsredacteur Edwin Kreulen begin dit jaar. Een tweejaarlijks bevolkingsonderzoek onder die groep zou jaarlijks 300 levens kunnen redden, becijferden onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het aantal doden door prostaatkanker daalt daarmee met dertien procent. Gemiddeld leidt zou zo'n bevolkingsonderzoek negen 'gezonde levensjaren' extra opleveren. De kosten van zo'n onderzoek komen naar schatting op 18.000 euro per gewonnen levensjaar.

Maar veel artsen vrezen voor onnodige belasting van gezonde mannen en wijzen op de kosten van zulk grootschalig onderzoek. Ook de overheid aarzelt. Het al dan niet ondergaan van testen op prostaatkanker is daarom vooralsnog een beslissing van arts en patiënt samen.

Darmkankeronderzoek
Zo'n 1400 mensen worden volgens de Gezondheidsraad jaarlijks gered door het darmkanker bevolkingsonderzoek. Met een thuistest wordt sinds 2014 gekeken of er bloed in de ontlasting zit - een aanwijzing voor darmkanker. Alle mannen en vrouwen tussen de 55 en 75 jaar krijgen om de twee jaar zo'n 'poeptest' toegestuurd.

De uitvoering is eenvoudig: in de test zit een staafje waarmee je op vier plekken in je ontlasting prikt. Het stokje stop je in een meegeleverd buisje. Samen met een antwoordformulier stuur je het pakket terug. Twee weken later krijg je de uitslag.

Lastiger is het vervolg, daarom was er discussie bij invoering. Als er bloed in de ontlasting gevonden wordt, betekent dat namelijk niet direct dat er sprake is van darmkanker. Het bloed kan ook komen van aambeien of van een poliep. Een rits onderzoeken volgt, en dat geeft onrust. En dan was er nog de kritiek dat al die onderzoeken zelf ook gevaarlijk kunnen zijn voor de onderzochte. Zo kan een coloscopie (een inwendig onderzoek waarbij eventueel kwaadaardig materiaal direct kan worden weggehaald) bijvoorbeeld een darmperforatie geven.

Denk je dat je met een negatieve uitslag van de poeptest aan de veilige kant zit, dan is er nog altijd een kans van minder dan tien procent dat er tóch bloed in je ontlasting zit. Het is dan ook belangrijk om tussendoor naar je ontlasting te blijven kijken, bij klachten naar je huisarts te gaan, en iedere twee jaar het onderzoek te laten herhalen.

Beeld thinkstock

Baarmoederhalskanker screening
Dat de screening van baarmoederhalskanker werkt, staat vast: zonder dit bevolkingsonderzoek overlijden er 400 vrouwen per jaar aan baarmoederhalskanker, met de screening is het 40 tot 50 procent minder. Iedere vrouw tussen de dertig en zestig jaar krijgt daarom om de vijf jaar een oproep om een uitstrijkje te laten doen bij de huisarts.

Met een borsteltje wordt van de baarmoederhals wat slijmvlies afgestreken. Dat wordt onderzocht op afwijkende cellen. Zijn die er niet, dan mag je over vijf jaar terugkomen. Dat betekent overigens niet dat het zeker is dat je geen baarmoederhalskanker hebt. Als er wel afwijkende cellen zijn, dan kun je baarmoederhalskanker hebben, of een voorstadium daarvan.

Veel vrouwen vinden het onderzoek niet prettig om te ondergaan. Voor die vrouwen is er goed nieuws. Vanaf 2016 verandert de test en is het mogelijk om ook zelf baarmoederhalsslijmvlies af te nemen thuis. In plaats van testen op afwijkende cellen, wordt er eerst onderzocht of bij een vrouw het HPV-virus aanwezig is. Is dat niet aanwezig, dan is er meer zekerheid dat je de komende tien tot vijftien jaar geen baarmoederhalskanker krijgt.
Tegen het HPV-virus worden jonge meisjes tegenwoordig ingeënt. Er is discussie of jongens ook ingeënt moeten worden in Nederland, in Amerika wordt het al geadviseerd.

Beeld thinkstock

Thuistests
Consumenten zien het wel zitten, maar veel artsen zijn er niet enthousiast over: de thuisbezorgde pakketjes waarmee je jezelf in je eigen badkamer kan testen op Lyme, Pfeiffer of hart- en vaatziekten.

Volgens het Nederlands Huisartsen Genootschap leveren zulke thuistests bij mensen zonder klachten geen 'gezondheidswinst' op. Volgens de huisartsen is de kans klein dat een test iets opspoort waarvoor ingrijpen is vereist, kunnen ze mensen met een ongezonde levensstijl aansporen op dezelfde voet verder te gaan en 'mensen die horen dat er iets niet helemaal goed is, kunnen zich opeens patiënt gaan voelen'. Daarbij komt dat er vaak sprake is van loos alarm - maar dan zijn mensen al onnodig ongerust geweest en zijn de extra zorgkosten ook al gemaakt.

Als antwoord op de wildgroei aan zelftests ontwikkelde kennisinstituut Niped (gespecialiseerd in persoonlijke preventie, vroegdiagnostiek en e-health) de 'Persoonlijke Gezondheidscheck'. Wie zich zorgen maakt en per se het internet op wil, kan wat het NHG betreft hier terecht. "Wij zijn niet tegen preventie, zolang die maar wetenschappelijk onderbouwd is", zegt een woordvoerder. De Persoonlijke Gezondheidscheck werd ontwikkeld in samenspraak met het NHG en de Landelijke Vereniging van Huisartsen.
De test probeert aan de hand van tientallen vragen verschillende gezondheidsrisico's in kaart te brengen, van hart- en vaatziekten of gewicht tot stress op het werk. Wie grote risico blijkt te lopen kan terecht bij: de huisarts.

Beeld thinkstock
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden