Preventie werkt bij vrouwen

Zijn artsen er om zieken beter te maken, of ook om te voorkomen dat gezonde mensen ziek worden? Preventie kan veel opleveren, denkt huisarts Hedwig Vos, maar het kost ook wat.

In haar promotieonderzoek komt onder meer de vraag naar voren waarom huisartsen aan preventie doen bij hun patiënten en wat zij eigenlijk zelf van hun handelen vinden. "Ik kijk ook naar het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke huisartsen op het terrein van preventie. Of dat er is, weet ik niet. De enquête moet nog de deur uit."

Huisarts Hedwig Vos (40) uit Den Haag deed na haar huisartsenopleiding onderzoek naar preventie in de eerste lijn bij vrouwen. De resultaten van haar drie wetenschappelijke studies vertaalde ze naar de dagelijkse praktijk: richting geven aan wat de huisarts concreet kan doen voor vrouwen op het gebied van preventie. "En daar valt veel winst te behalen", concludeert Vos. Ze krijgt voor haar werk én inzet binnenkort de Corrie Hermann Prijs, die de Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen (NVVA) periodiek uitreikt aan een van haar leden (zie kader).

Vos is 'heel vereerd' dat zij als huisarts de onderscheiding ontvangt. "Ik ben geen hoogleraar en nog niet gepromoveerd. De prijs is een positieve druk om je weer te realiseren dat er binnen de gezondheidszorg nog veel te emanciperen valt. Want als je de positie van vrouwen verbetert, verbeter je ook de positie van het gezin." En daarmee maakt Vos meteen duidelijk dat zij haar deskundigheid inzet voor de positie van vrouwen op het gebied van gezondheid.

Voor haar preventieonderzoek richtte ze zich op drie groepen vrouwen, verdeeld in de leeftijdscategorieën 18-22 jaar, 45-49 jaar en 70-74 jaar. Bij de jonge vrouwen bekeek ze hoe hun risicogedrag - roken, overgewicht - zich verhield tot het ervaren van hun gezondheid. "Die relatie is er niet. Jonge vrouwen voelen zich niet ongezonder als ze roken. Het is een lastige groep voor de huisarts, je ziet ze nauwelijks op het spreekuur. Preventie vanuit de huisartsenpraktijk heeft niet zoveel zin, dat kan beter gebeuren door de GGD of via het onderwijs."

Anders ligt het voor vrouwen tussen 45 en 49 jaar, ontdekte Vos. "Ik heb gekeken naar wat je aan preventie kunt doen voor vrouwen die net voor de overgang zitten." Deze groep komt regelmatig bij de huisarts. "Vrouwen met een lagere economische status hebben meer gezondheidsklachten en bezoeken vaker de huisarts, maar uiteindelijk zie je ze allemaal, ook de hogeropgeleiden."

En juist bij deze groep en hun pakweg tien jaar oudere seksgenoten is preventie van levensbelang. Want, stelt Vos onomwonden vast: "Roken is bij deze groep de belangrijkste vermijdbare oorzaak voor gezondheidsklachten. Hart- en vaatziekten zijn inmiddels doodsoorzaak nummer één bij Nederlandse vrouwen."

Dat laatste is al een tijdje bekend, toch lijkt het of vrouwen zich daar zelf niet zo druk over maken. "Er bestaat nog steeds het beeld dat hart- en vaatziekten echte mannenziekten zijn. Bovendien zijn bij vrouwen de klachten minder duidelijk. Ik had onlangs een vrouw op het spreekuur die al een paar dagen kortademig was. Ik heb haar doorgestuurd naar de cardioloog en daar bleek dat ze een hartinfarct had gehad."

Rokende vrouwen hebben trouwens één ding voor op rokende mannen: ze komen vaker bij de huisarts. "Rokende mannen mijden nog meer de huisarts dan niet-rokende mannen, ze vinden de drempel te hoog", zegt Vos. Feit is ook dat mannen nog steeds eerder overlijden dan vrouwen en dat bij 50 procent de doodsoorzaak ligt in hun rookgedrag. Vos: "Rokende vrouwen worden wél gezien door de huisarts, dus bij hen kun je meer aan preventie doen."

De derde groep die Vos onderzocht, de vrouwen tussen de 70 en 74 jaar, bleek weinig risicogedrag te vertonen. Vos: "Ik heb daar gekeken naar de combinatie van chronische ziektes. En dan blijkt dat voor deze vrouwen gezondheidsklachten als ernstige hoofd- en rugpijn veel invloed hebben op de kwaliteit van leven. Daar moet je als huisarts veel meer naar kijken dan naar bijvoorbeeld hoge bloeddruk."

Waarom gaan vrouwen vaker naar de huisarts? "Vrouwelijke patiënten zijn bij preventie betrokken: de huisarts doet het uitstrijkje op baarmoederhalskanker en krijgt de uitslag van het borstkankeronderzoek. En vrouwen komen vaker met de kinderen mee en maken dan gemakkelijker een afspraak voor zichzelf. Of vrouwen te vaak naar de huisarts gaan en mannen te weinig? "Dat is niet bekend, want wetenschappelijk nooit onderzocht, waarschijnlijk geldt allebei."

Vanuit haar promotieonderzoek - waarbij ze zich ook richt op de drie vrouwengroepen - weet Vos, die ook lid is van de werkgroep Vrouwen en Huisartsengeneeskunde en lid van de Raad van Toezicht van het Nederlands Huisartsen Genootschap, dat het onderwerp preventie bij huisartsen nog steeds op de discussieagenda staat. "Toen de huisartsen nog niet zo lang geleden de griepprik gingen doen, was de helft tegen. 'Daar doen wij niet aan mee, wij behandelen zieken', zeiden ze", herinnert Vos zich.

Inmiddels hebben de griepprik, het uitstrijkje en het preventieconsult hart- en vaatziekten hun plek gevonden in de huisartsenpraktijk. Vos: "Zelfs nu de huisartsen vrij alert zijn ten aanzien van preventie moet je je afvragen of het wel zin heeft. Daar moet je wel onderzoek naar doen."

Zou preventie misschien ook helpen bij het vitaler worden van laagopgeleide Nederlanders, die volgens het Centraal Planbureau door hun ongezonde leefstijl meer zorgkosten opslurpen dan de gezondere hogeropgeleiden, en daarmee de solidariteit en betaalbaarheid van het zorgstelsel onder druk zetten? "Tja, als je alleen naar het kostenplaatje kijkt", reageert Vos, oud-gemeenteraadslid voor de PvdA in haar stad.

"Het RIVM heeft nog niet zo lang geleden berekend dat als alle Nederlanders stoppen met roken, de totale kosten van de gezondheidszorg met 12 procent omhoog gaan. Want dan wordt iedereen ouder en uiteindelijk chronisch ziek. Preventie moet niet uit kostenoverweging plaatsvinden, maar vanuit de gedachte dat mensen gezonder worden en dat de kwaliteit van leven toeneemt.

"De centrale boodschap van dit rapport is dat ongezond gedrag slechts een beperkt deel van de huidige zorgkosten veroorzaakt, en dat bevordering van gezond gedrag op termijn leidt tot een stijging van de zorguitgaven. Dit laat uiteraard onverlet dat gezond gedrag veel kan opleveren in termen van gezondheid. Alleen heeft succes een prijs en binnen de zorg soms een dubbele prijs."

Corrie Hermann Prijs
De Vereniging voor Nederlandse Vrouwelijke Artsen (VNVA) kent de Corrie Hermann Prijs periodiek toe aan vrouwelijke artsen die zich binnen hun werk profileren en daarmee bijdragen aan de realisering van de doelstellingen van de vereniging. Enkele van deze doelstellingen zijn: versterking van de positie van de vrouwelijke arts in de medische professie, bestrijding van discriminatie op grond van geslacht (met name binnen de gezondheidszorg) en stimulering van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van vrouwen en gezondheidszorg. In 2012 is de prijs uitgereikt aan prof. dr. Barbara Mulder, hoogleraar cardiologie.

De prijs is genoemd naar de vrouw die als voorzitter van de VNVA van 1975 tot 1981 een belangrijke rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van de doelstellingen van de vereniging. Corrie Hermann was tot mei 2002 actief in de landelijke politiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden