Preventie, het lelijke zusje van de 'echte' geneeskunde

De overheid zou meer moeten investeren in preventieve zorg, vindt hoogleraar Mackenbach. Preventie scheelt duizenden doden per jaar.

Griepprik en bloeddrukpil, maar ook vangrail en autogordel hebben de afgelopen veertig jaar op grote schaal sterfte voorkomen. "Jaarlijks hebben we 16.000 doden minder door preventie", zegt Johan Mackenbach, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg in Rotterdam.

Minister Edith Schippers (VVD, volksgezondheid) stuurt over enkele weken haar eerste nota Gezondheidsbeleid naar de Tweede Kamer, met daarin haar visie op preventie. Mackenbach houdt zijn hart vast. Schippers heeft meer dan eens duidelijk gemaakt dat zij niet zo'n hoge pet op heeft van preventie en zeker niet als dat leidt tot maatregelen die de leefstijl van burgers treffen. Dat is al gauw betutteling en daar hoort de overheid van weg te blijven, meent de liberale minister.

Mackenbach vindt die opvatting kortzichtig. Met preventie is een wereld te winnen, zegt hij. "De helft van alle ziektegevallen in Nederland is in principe vermijdbaar." Zijn afdeling maatschappelijke gezondheidszorg van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam bestond onlangs 40 jaar. De prof besloot de successen van preventie in Nederland eens op een rij te zetten. Resultaat was een boek met 22 succesverhalen, dat op een symposium werd gepresenteerd.

De adviezen om wiegendood te voorkomen, de hielprik, de griepprik, de vaccinaties tegen kinderziekten, de screening op het downsyndroom, maar ook: de preventie van arbeidsongevallen en arbeidsziekten, de preventie van vergiftiging, de verwijdering van transvetzuren uit voeding, de bestrijding van tabaksgebruik, de preventie van aids, de behandeling van hoog cholesterol, de bevolkingsonderzoeken naar baarmoederhalskanker en borstkanker; al die maatregelen hebben bijgedragen tot veel minder ziektegevallen en lagere sterfte in Nederland. "Het zijn de stille successen die makkelijk vergeten worden."

Preventie is niet sexy, Mackenbach ziet het aan de studenten geneeskunde. Slechts een handjevol blijft hangen in de preventieve gezondheidszorg. "We kijken met grote bewondering naar de technische hoogstandjes van artsen, die zich met genezing van ernstige ziekten bezighouden. Preventie is meestal geen technisch hoogstandje. De maatregelen zijn relatief eenvoudig. En preventie laat geen tevreden patiënten na, want de successen zijn anoniem: als het goed is, blijft ziekte uit."

In de afgelopen veertig jaar zijn in de preventie vooral de medische ingrepen sterk toegenomen. De vaccinaties tegen griep, de opsporing en behandeling van hoge bloeddruk, het bevolkingsonderzoek naar borstkanker hebben een grote gezondheidswinst opgeleverd. Maar voor Mackenbach zit er aan die maatregelen een schaduwkantje.

"Er zijn mooie successen behaald, maar eigenlijk was het toch vaak reparatiewerk nadat het kwaad al was geschied. We zijn er nogal eens niet in geslaagd het probleem bij de wortel aan te pakken, bijvoorbeeld door eerder kinderen te krijgen, waardoor de kans op borstkanker wordt verkleind. Of door minder vet te eten, waardoor het slechte cholesterol geen kans zou hebben gehad. Door minder zout te eten, waardoor we niet aan de pillen voor hoge bloeddruk hadden gehoeven."

Volgens Mackenbach kan het bereik van preventie aanmerkelijk worden vergroot met maatregelen die het makkelijker maken om gezond te leven.

De overheid heeft het daarbij nogal eens laten afweten, stelt de hoogleraar. "Kijk naar het zout in ons eten. Overal zit te veel zout in, in brood, in kant-en-klaar-maaltijden, in kaas. Er wordt wel aan gewerkt, hoor. Er is een convenant met de voedingsmiddelenindustrie. Maar als we veel eerder met maatregelen waren gekomen, dan hadden we nu veel minder bloeddrukpillen hoeven voor te schrijven."

Mackenbach vindt dat de Nederlandse overheid te makkelijk is geweest met zelfregulering: de voedingsmiddelenindustrie mag het zelf regelen in Nederland.

"Dat geldt voor meer bedrijfstakken. Als je dit soort zaken over laat aan de industrie, gaat het per definitie langzaam. Ik vind dat de overheid moet zeggen: binnen vier jaar moet het zoutgehalte terug tot een bepaald niveau. Zo niet, dan volgen er dwingende maatregelen. Uit wetenschappelijk onderzoek is bekend dat overheden die zichzelf afhankelijk maken van vrijwillige maatregelen van de industrie, een minder effectief gezondheidsbeleid voeren. Dat zie je bijvoorbeeld ook aan de alcohol- en tabaksindustrie. De economische belangen zijn zo groot, dat het volksgezondheidsbelang op de tweede plaats komt.''

Het nieuwe kabinet heeft, om te bezuinigen, de geldkraan dichtgedraaid voor publiekscampagnes om alcohol- en tabaksgebruik te ontmoedigen. "Een ernstige vergissing", vindt Mackenbach. "Die campagnes zijn vaak onderdeel van een bredere strategie. Schippers kan juist veel gezondheidswinst halen uit preventie. Neem de preventie van het roken: ook al is dat politiek gezien ingewikkeld, je kunt als minister van volksgezondheid het Nederlandse volk geen grotere dienst bewijzen dan door een samenhangend pakket van maatregelen te nemen tegen tabaksgebruik."

Johan Mackenbach (red.), 'Successen van preventie 1970-2010' (met dvd), Erasmus Publishing, 96 blz., 24,90 euro.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden