Interview

'Prestaties meten: goed voor school en kind'

Annette Roeters: 'Wij zijn misschien wel de enige instantie die de vinger op de zere plek kan leggen.' Beeld Jörgen Caris

Onderwijsinspecteur Annette Roeters wil nog beter het verschil in kwaliteit tussen scholen inventariseren. Ze benadrukt het belang van toetsen, ondanks de kritiek van scholen en ouders.

In het onderwijs is het mode om met dédain over de inspectie te spreken. Onlangs stond de zoveelste actiegroep op tegen de 'afrekencultuur' in het basisonderwijs. Op een bijeenkomst voor onderwijsbestuurders ging het over 'afvinklijstjes', waarop de inspectie haar oordelen zou baseren. Volgens Annette Roeters, inspecteur-generaal van het onderwijs, hebben ze een verkeerd beeld van wat haar inspecteurs doen.

Afvinklijstjes, dat horen we vaak. Laatst nog op een bijeenkomst van schoolbestuurders. Vinkt u af?
"Afvinklijstjes of afrekencultuur, ik herken me er helemaal niet in. Ik denk dat men doelt op ons toezichtkader, waarin we onder elkaar hebben gezet waarop we letten tijdens een inspectiebezoek. Daarbij moet je denken aan zaken als: zijn de leerlingen betrokken bij de les? Houdt de school de voortgang van een leerling bij?

"Daar is niks geheims aan trouwens, er wordt weleens gedaan of het een black box is, maar die overzichten zijn allemaal op internet te vinden en bij de meeste schoolbesturen goed bekend. Dat kader is voor ons een fundament waarop we een oordeel bouwen. En gelukkig ook maar dat we dat vastleggen. Dat houdt het transparant en vergelijkbaar. Onze inspecteurs gebruiken die punten als basis om tot een professioneel oordeel te komen. Het beeld dat ze langskomen om een lijst af te vinken is echt onzin. Er valt namelijk niks te vinken."

Afrekencultuur dan? Dankzij de inspectie zou er in het Nederlandse onderwijs een afrekencultuur zijn.
"Afrekenen? Gaat het om geld? Heeft iemand ooit een cent minder gekregen doordat de kwaliteit van het onderwijs in het geding was? Is er sprake van een afrekencultuur als 98 procent van de basisscholen een basisarrangement heeft en 90 procent in het voortgezet onderwijs? Waar gaat dit over? Natuurlijk ken ik dit soort geluiden al langer. Ik wil op z'n minst weten waar het vandaan komt. Voor mij een goede reden om daarover binnenkort toch maar weer eens om de tafel te gaan met de schoolbesturen en schoolleiders. Vaak komen dit soort ergernissen en emoties voort uit gebrek aan kennis."

Is het schadelijk?
"Nou, het kost veel energie. Ik denk vooral voor scholen zelf. Het zorgt ervoor dat ze gaan opzien tegen het inspectiebezoek en zich op een bepaalde manier voorbereiden. Maar het kost de inspectie ook energie. Met zo'n beeld voelen wij ons tekortgedaan. Hier werken mensen die vaak uit datzelfde onderwijs afkomstig zijn. Zij doen dit werk uit liefde voor het onderwijs.

"Dat soort beelden kunnen we ons ook helemaal niet permitteren. Als je ziet welke ambities en voornemens we hebben met veranderend toezicht (zie kader), dan hebben we daar echt een gezamenlijk draagvlak voor nodig. Daarom gaan we de komende tijd met schoolbesturen in gesprek over de rol van de inspectie én van de onderwijsbesturen. Al hoort het bij toezicht houden dat er altijd wel kritische geluiden van deze en gene blijven komen en dat is prima, dat houdt je scherp."

Hebben scholen reden om tegen een inspectiebezoek op te zien?
"Veel scholen zijn blij met een inspectiebezoek. Verder is het goed als ze zichzelf regelmatig afvragen: hebben we alles op orde? Maar je moet niet hebben dat ze dan dingen gaan maken voor de inspectie, maar waar ze zelf niks mee doen. Dat heeft geen zin. Scholen creëren soms een papieren werkelijkheid om de inspectie te plezieren. Wij komen soms op scholen en dan liggen er ordners vol handelingsplannen, pagina's dik. In de meeste gevallen heb je aan 1 of 2 A4-tjes genoeg."

Gebeurt dat veel?
"We horen het weleens. Ik vraag het ook altijd als ik mee ben op bezoek: hebben jullie speciaal dingen voor ons gedaan of gemaakt? Acteurs ingehuurd om de gesprekken te oefenen? Gewoon om het te wéten. Ik vind het uiteraard niet erg als een bezoek voorbereid wordt, dat is ook een vorm van beleefdheid. Maar het is wél erg als er in de voorbereiding een soort schijnwereld wordt opgebouwd. Een school ontneemt zichzelf dan een impuls tot kwaliteitsverbetering. Daar is het ons immers om te doen. Wij zijn misschien wel de enige instantie die de vinger op de zere plek kan leggen. Dat is natuurlijk wat lastiger als scholen zich anders voordoen dan ze zijn. Wij kunnen veel beter helpen als de schijn niet wordt opgehouden. Maar als dat toch gebeurt, prikken onze inspecteurs daar meestal wel doorheen."

Maar u velt ook een oordeel. Een school moet een bepaalde Citoscore halen, toch?
"Het voordeel van de manier waarop wij naar opbrengsten kijken, is in elk geval dat het meetbaar en transparant is en voor iedereen navolgbaar. Het gaat overigens om een lage norm die elke school moet kunnen halen. De Citoscores blijken empirisch ook geen slechte voorspellers te zijn. Dat zegt niet dat we dat andere deel onbelangrijk vinden. Integendeel. We willen heel graag weten wat een school bijdraagt aan de ontwikkeling van een kind. Twee jaar geleden hebben we een leerstoel gevestigd in Amsterdam waar onderzoek wordt gedaan naar hoe scholen zelf kunnen meten wat ze toevoegen op het gebied van de sociale ontwikkeling, burgerschap en sociale competenties. Dat onderzoek doen we niet eens zozeer om scholen daar in de toekomst op te beoordelen, maar we willen vooral via onderzoek nagaan of scholen dit zelf kunnen meten en evalueren."

U doet uw best, maar u wordt in een negatief daglicht geplaatst?
"Ik moet denken aan wat de kleutertoets is gaan heten. Ook zoiets. In de jaren negentig is zo'n toets ter sprake gekomen in de politiek, onder toenmalig staatssecretaris Tineke Netelenbos. Men wilde met een begin- en een eindtoets leerwinst meten, maar dat plan is van tafel gegaan.

"Onlangs is dus de kleutertoets 'afgeschaft'. Wel letten we op of de school de voortgang van leerlingen in de gaten houdt. Ons criterium was: de leerkracht houdt in de eerste twee jaren op de basisschool ten minste één toets om de stand van zaken te meten of de voortgang te meten. Daar had ook 'peiling' of 'oefening' kunnen staan. Bij de allerjongsten is de praktijk dat ze niet eens weten dat ze een toets aan het maken zijn en eerder een leuk spelletje doen op de computer. Scholen gebruiken dat om te weten in hoeverre een kind woorden beheerst. Zo kun je inschatten: wat voor vlees heb ik in de kuip, wat kunnen ze al wel en wat niet?

"Het was iets wat we belangrijk vonden en vinden. Net als scholen. En ouders. Dat je van kleuters kunt zeggen: zo is hun taalontwikkeling. Maar het heeft op de een of andere manier een lading gekregen waardoor veel verontwaardiging en maatschappelijke druk ontstond. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat de kleutertoets is geschrapt, omdat in de Tweede Kamer het idee leefde dat kleuters geëxamineerd werden."

Dat komt misschien doordat onze Cito-toetsen zo bepalend zijn. Ze meten wat een kind kan, wat een school doet, ze zijn bepalend voor loopbanen.
"Ik ben zó blij dat wij als inspectie gebruikmaken van de Citoscores om scholen te beoordelen. In veel landen, zoals in Engeland, zijn er toetsen die kinderen moeten maken om de school te evalueren. Voor de leerlingen zit er geen enkele meerwaarde in, scholen doen er niks mee ten gunste van de leerlingen. Dat is natuurlijk heel riskant, zeker in die systemen waar ook het geld dat een school van de overheid krijgt eraan gekoppeld wordt. Soms krijgen de leraar of de directeur een prestatiebeloning. Dan zie je dat ze hun best doen om zo hoog mogelijke scores te halen, omdat het van invloed is op het budget of zelfs hun salaris.

"Gelukkig hebben wij zo'n systeem niet. Sterker nog, bij ons is die toets gekoppeld aan de intrinsieke motivatie van de leerling zelf. Die wil die toets graag goed doen: niet voor school of voor de meester, maar omdat het iets zegt over de schoolkeuze.

"Wij hergebruiken die gegevens. Die testen zijn dus niet speciaal gemaakt om te kijken hoe goed de kwaliteit van een school is. Ze worden dus suboptimaal gebruikt. Maar ik vind het zo prachtig dat we niet nog een extra toets hebben ontwikkeld. Daar zou ik als kind ook weinig voor voelen: een toets maken die alleen voor de school is.

"De Citoscores zeggen vrij aardig iets over wat er op die scholen gebeurt. Als die scores naar beneden gaan, is dat voor ons een signaal om de school te bezoeken en te zien hoe het er werkelijk aan toegaat."

Die Citotoets heeft voor u die waarde, ouders en kinderen ervaren het als een eindexamen. Als een zwaard, dat bepaalt of je aan de verkeerde of de goede kant van de lijn mavo/havo uitkomt. Vindt u dat geen bezwaar?
"Later wordt nooit meer gevraagd naar je Citoscore. Ik geloof wel dat het van groot belang is, maar ik denk ook dat enige ontspannenheid van groot belang is. Ik ben ervan overtuigd dat de Citotoets een goed hulpmiddel is om kinderen het vervolgonderwijs te bieden op een niveau dat bij hen past. Toetsen zijn niet zaligmakend, maar ze zeggen wel iets over de individuele leerling en de kwaliteit van de school. Je moet ze altijd in de context bekijken.

"Hoe ging het vóór we de Citotoets hadden, in kleine dorpen? Toen was afkomst vaak bepalend: daar ging iedereen gewoon naar de huishoudschool, een paar naar de mulo en bij hoge uitzondering ging iemand naar iets hogers."

Kijken we dan te verkrampt naar onderwijs?
"Misschien wel."

Goed of excellent
Nu het aantal zwakke scholen gestaag afneemt, groeit de vraag naar manieren om inzichtelijk te maken wat de verschillen tussen scholen zijn. Ook scholen die voldoende presteren, kunnen vaak beter. Vanaf komend schooljaar begint de Onderwijsinspectie met een aantal proeven waarin scholen ook het predicaat goed of - nog beter- excellent kunnen krijgen.

Op dit moment kijkt de Onderwijsinspectie 'risicogericht' naar onderwijs. Dat betekent dat er wordt gekeken naar resultaten van de eindtoets in het basisonderwijs of het eindexamen in het voortgezet onderwijs, naar financiële stukken en of er signalen zijn over het functioneren van de school. Als er aanleiding toe is, voert de Inspectie daarna een onderzoek uit. Uit dat onderzoek blijkt of een school voldoende, zwak of zeer zwak presteert.

Vanaf 2016 wordt het risicogerichte toezicht uitgebreid met een categorie. Scholen kunnen van goed ook excellent worden. Daar gaat een onafhankelijke jury over.

Een goede school is een school waar leraren onder gunstige schoolcondities goed onderwijs geven, zodat alle leerlingen optimale resultaten boeken in alle leer- en vormingsgebieden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden