Presidium vergeet dat juist de falende partijen het probleem zijn

LEX OOMKES

De politieke partij is in de vorm zoals wij die kennen, sinds de opkomst aan het einde van negentiende eeuw, bijna aan het einde van haar natuurlijk leven. De grote ideologieën lijden een zieltogend bestaan. Partijvorming gaat tegenwoordig op basis van vermeend onrecht één bevolkingsgroep aangedaan ('de ouderen, die onze welvaart opbouwden worden aan de kant gezet') of uit vrees voor een geïmporteerd geloof, laat staan dat de bedreigde dieren geen partij zouden hebben om hen een stem te geven.

Tegelijkertijd wil het presidium van de Kamer de politieke partij tot norm der dingen verheffen. De dames en heren, die samen het bestuur van de Kamer vormen, hebben het bestaan de deur te openen naar een stelsel, waarbij de partij de norm wordt voor de financiering van het individuele Kamerlid.

Inderdaad, het aantal afscheidingen van individuele of groepen Kamerleden van de oorspronkelijke fractie (en dus partij) neemt een hoge vlucht. Het overzicht van alle afscheidingen sinds 1919 is al lang, maar tot in de jaren tachtig ging het om een aantal geïsoleerde gevallen. Sindsdien is de omvang geëxplodeerd. Het ene Kamerlid begon nog niet voor zichzelf of de andere groep koos alweer voor een zelfstandig bestaan.

Het historische overzicht suggereert een sterk verband tussen de kracht van partijen en het aantal afsplitsingen. Naarmate de politieke partij krachtelozer wordt, neemt het aantal kleine zelfstandigen in de Kamer toe. Nog afgezien van het bizarre geval Johan Houwers. Op zijn hernieuwde politieke 'loopbaan' staat nu eenmaal geen maat. De onmacht van politieke partijen heb ik de laatste tijd niet treffender horen illustreren dan door René Cuperus. De medewerker van de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, weet alle afscheidingen onlangs voor de radio aan een aspect van de verzwakking van de politieke partij.

Cuperus was ooit lid van de partijcommissie die de kandidatenlijst voor de verkiezingen voorbereidde. Hem waren de haren ten berge gerezen. Partijstandpunten of eigen stellingname waren maar zijdelings van belang. Veel belangrijker was het geslacht van de eventuele kandidaat en mogelijk, zo dat mooi uitkwam, de regio waar hij uit voortkwam.

Partijen, aldus de stelling van Cuperus, zijn zelf verantwoordelijk voor alle avonturiers in de Kamer die voor zichzelf beginnen. Ze zouden de kandidaatsstelling veel serieuzer kunnen nemen.

Bij de VVD was de afgelopen jaren iets soortgelijks aan de hand. Diverse Kamerleden vertellen maar al te graag dat voor Rutte zijn eerste klinkende verkiezingsoverwinning behaalde, de partijbonzen tot en met plaats 25 op de lijst serieus naar de kandidaten keken. Vanaf plaats 26 was het niet zo belangrijk meer.

Dit soort praktijken kan alleen afgestraft worden door ruim baan te geven aan elk individueel Kamerlid. Of hij zich nu wil afscheiden of niet.

Maar zo denken de leden van het presidium van de Kamer (uiteraard) niet. Zij vertegenwoordigen juist partijen die met al die afscheidingen worden geconfronteerd. Zij zijn de vooruitgeschoven posten van de falende partijen en denken met het geld van de belastingbetaler in de hand het stervensproces van de politieke partij, zoals wij die nu nog kennen, nog een tijdje uit te kunnen stellen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden