Presidentsverkiezingen Peru toch nog spannend

LIMA - President Alberto Fujimori leek de gedoodverfde winnaar. Maar de klungelige manier waarop hij in februari de grensoorlog met Ecuador aanpakte begint hem stemmen te kosten. De presidentsverkiezingen van volgend maand in Peru kunnen dus alsnog spannend worden. Want als hij het op 9 april niet mocht halen, wacht El Chino een tweede ronde. Het verleden heeft geleerd dat niemand dan nog weet wie wint.

PAUL HAZEBROEK

Op het eerste gezicht is er voor het staatshoofd van Japanse afkomst nog geen vuiltje aan de lucht. Volgens de laatste opiniepeilingen wil nog altijd tussen de 45 en de 50 procent van de Peruanen hem opnieuw voor vijf jaar als president. En dat is genoeg voor de absolute meerderheid op 9 april, omdat naar verwachting meer dan tien procent van de bevolking niet stemt.

Maar de oppositie put nieuwe hoop uit het feit dat de aanhang van Fujimori de laatste paar weken een procent of vier is gekrompen. Die daling zou te maken hebben met de kwalijke wijze, waarop hij volgens veel Peruanen het land heeft verdedigd in het grensconflict met Ecuador. Want de president stemde in februari op eigen houtje in met een vredesverdrag, terwijl er nog Ecuadoraanse soldaten op Peruaans grondgebied waren. Tegelijkertijd hield hij de bevolking voor dat alle indringers wèl waren verdreven.

''Een formidabele blunder'', stelt ex-topdiplomaat Javier Perez de Cuellar. De voormalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, die in zijn land nu tweede ligt in de race om het presidentschap, noemt het verdrag slecht voor Peru's positie bij de gesprekken over een definitieve regeling van het geschil.

Fujimori houdt vol dat Peru heeft gezegevierd en dat het land ook bij de onderhandelingen geen centimeter voor Ecuador zal wijken. Maar gezegd wordt dat zijn geheime dienst de plannen van Ecuador te laat door had. De Ecuadorianen konden zich zo in het woeste grensgebied op strategische punten ingraven en overal mijnen leggen. De vijand snel verdrijven werd daardoor voor Peru onmogelijk.

Omdat er een loopgravenoorlog dreigde met vooral aan Peruaanse zijde nog veel meer doden, moet Fujimori toen hebben gekozen voor het tekenen van het vredesverdrag, in de hoop dat Peru de komende maanden aan de onderhandelingstafel in het gelijk wordt gesteld. Nog meer bloed vergieten kan de president niet gebruiken.

Peru baseert zijn gelijk in deze affaire op het Protocol van Rio de Janeiro. Onder dit akkoord uit 1942 over de grenslijn tussen beide landen, staat ook de handtekening van Ecuador. Achter de schermen wordt nu ongetwijfeld druk uitgeoefend door onder meer de Verenigde Staten omdat Washington streeft naar een vrijhandelsgebied tot aan Vuurland en dus niet gebaat is bij gerommel in de regio. Gezien het slimme tactische spel van Ecuador, zal Lima vermoedelijk meer over de brug moeten komen dan Quito.

Dat is zorg voor ná de verkiezingen, redeneert de om zijn pragmatisme beruchte Fujimori ongetwijfeld. Maar de oppositie gelooft niet dat de Peruanen zich om de tuin laten leiden en rekent er op de de populariteit van het staatshoofd zal blijven afkalven. Daardoor zou deze op 9 april niet meer de absolute meerderheid behalen en zou er dus toch nog een kiesronde moeten volgen tussen de twee kandidaten met de meeste stemmen. Perez de Cuellar, wiens aanhang bij het electoraat van ruim dertig procent afbrokkelde tot minder dan twintig procent, maar die nu weer wat in de lift zit, meent dat hij in de tweede ronde met steun van de rest van de oppositie zal winnen.

De zich met zijn groepering Union para el Peru (UPP) nadrukkelijk als onafhankelijke sociaal-democraat presenterende ex-diplomaat put moed uit het feit dat de opiniepeilers er met hun voorspellingen vaak flink naast zitten. In 1990 was drie weken vóór de verkiezingen de schrijver Mario Vargas Llosa met veertig procent van de stemmen verreweg de grootste kanshebber. Fujimori, een volslagen onbekende, was vierde met amper zes procent. Na in de eerste ronde bijna evenveel stemmen te hebben vergaard als Llosa, behaalde El Chino in de tweede ronde een daverende zege.

Toch is het onwaarschijnlijk dat de peilers er nu weer zo ver naast zitten. Het Peru van 1990 was een door geweld geteisterde chaos. Bovendien was het land door een niet meer afbetaalde buitenlandse schuld in principe bankroet. De kiezers hadden alle vertrouwen in de traditionele politici verloren. Fujimori bood een nieuw perspectief.

Anno 1995 staat het land er dankzij diezelfde Fujimori veel beter voor. De guerillabeweging Lichtend Pad is zo goed als uitgeschakeld. Daardoor is het na dertien jaar van geweld eindelijk weer min of meer rustig in het land. Ook de nationale economie krabbelt overeind. De inflatie is bedwongen en Peru had vorig jaar van alle Zuid-Amerikaanse landen de grootste economische groei (12,5 procent). Dit jaar lijkt het die koppositie vast te houden, ook omdat het in tegenstelling tot andere landen in de regio tamelijk immuun is voor de gevolgen van de peso-crisis in Mexico.

De meeste Peruanen maken zich nauwelijks druk over het lage democratische gehalte van het Fujimori-regime of nemen het op de koop toe. Ook winden ze zich er niet over op dat voor bijna driekwart van het land nog de noodtoestand geldt, zodat het leger het daar eigenlijk voor het zeggen heeft. Slechts een intellectuele minderheid maakt zich ècht zorgen over de autoritaire regeerstijl van de president en over zijn nauwe banden met de militairen. Zij betwijfelen of internationaal toezicht fraude bij de verkiezingen kan voorkomen.Volgens Fujimori's tegenstanders sjoemelt deze nu al door voor zijn campagne overheidsgeld aan te wenden. Ook de meeste media staan aan de kant van de president. En er zijn militairen betrapt bij het uitdelen van zijn posters.

In het voordeel van Fujimori is ook dat als gevolg van de grensoorlog de verkiezingen wekenlang op het tweede plan stonden. Daardoor kwamen zijn toch al zwakke opponenten nog minder uit de verf bij de kiezers. Perez blijft voor veel gewone Peruanen toch een wat grijze en stijve oude heer, en geen geslepen politicus die het land kan leiden. Ook Alejandro Toledo weet als econoom van eenvoudige komaf de kiezers niet echt te overtuigen en dat geldt ook voor Lima's burgemeester Ricardo Belmont.

Bovendien wijken de programma's van deze kandidaten niet veel af van dat van Fujimori. Ze zijn het eens met zijn liberalisering van de economie, maar pleiten wel voor een meer geleidelijke privatisering van staatsbedrijven en voor meer maatregelen voor de miljoenen armen en werklozen.

Peru's traditionele politieke partijen zijn de crisis van 1990 nog altijd niet te boven. Hun kandidaten komen niet verder dan een procent of vijf. Wel geloven waarnemers dat de sociaal-democratische APRA en de christen-democraten (PPC) op 9 april meer stemmen zullen krijgen dan nu uit de kiezersonderzoeken blijkt, omdat kiezers niet graag zeggen dat ze toch weer op die partijen gaan stemmen.

Al lijkt Fujimori tamelijk zeker van een tweede termijn, toch krijgt hij het waarschijnlijk moeilijker, omdat zijn groepering Cambio 90-Nueva Mayorio volgens de onderzoekers in het nieuwe parlement de absolute meerderheid zal kwijtraken.

Maar daar zal El Chino wel niet wakker van liggen. In april 1992 heeft hij met zijn zelf-coup bewezen heel wel te weten wat hem te doen staat als de volksvertegenwoordiging ècht begint op te spelen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden