President van wat?

OFFICIEEL ORGAAN VAN HET NEDERLANDS GENOOTSCHAP TER BEVORDERING EN VERBREIDING VAN NUTTELOZE KENNIS. OPGERICHT 14 JULI 1989 TE AMSTERDAM. VOORZITTER:JAN KUIJK, SECRETARIS/PENNINGMEESTER: RUUD VERDONCK, LID: ROB SCHOUTEN. 4e JAARGANG NUMMER 23

In 1856 werd de Amerikaanse Guano Act, letterlijk vertaald Vogelpoepwet, van kracht. In deze wet legde de Amerikaanse regering haar claim vast op achtenveertig eilanden in de Stille Oceaan. De guano, vogelpoep en resten van vogels, op eilanden moest gewonnen worden.

In 1898 werden de Amerikaanse bezittingen in de Stille Oceaan uitgebreid met de Filippijnen en Guam. In het Caribisch gebied konden de VS Cuba en Puerto Rico aan hun koloniale rijk toevoegen. Spanje moest deze gebieden afstaan na een kansloos verloren oorlog met de nieuwe machthebber uit de Nieuwe Wereld. Een jaar later ontfermden de Amerikanen zich over het oostelijk deel van Samoa, dat sindsdien gemakshalve Amerikaans Samoa heet.

Daarmee was de eilandhonger niet gestild. Na de Tweede Wereldoorlog kregen de VS van de Verenigde Naties het beheer over een trustschapsgebied in het westen van de Stille Oceaan. De bedoeling van het trustschapsstelsel was, om gebieden rijp te maken voor onafhankelijkheid. Er waren elf van deze gebieden, waarvan er negen onafhankelijk werden en een zich aansloot bij Australie.

Palau

Het Amerikaanse trustschapsgebied is inmiddels geslonken to het ene eiland Palau. Wat nu de Marshall Eilanden, de Gefedereerde Staten van Micronesie en de Noordelijke Marianen heten, maakten ook deel uit van dit trustschapsgebied.

Niet alle hier genoemde eilanden staan nog onder Amerikaans bestuur. Cuba en de Filippijnen zijn in 1903 en 1946 onafhankelijk geworden. In 1979 en 1980 zijn voorts vijfentwintig eilandjes overgedaan aan Kiribati, Tuvalu en Tokelau. Het laatste is een Nieuwzeelands territorium met intern zelfbestuur.

Rommelig

De overige eilanden zijn nog altijd op een of andere wijze verbonden met de Verenigde Staten. Het noordelijke deel van de Stille Oceaan is daardoor weinig minder dan een Amerikaanse binnenzee.

Het meest opvallende aan de Amerikaanse overzeese gebiedsdelen is hun rommelige staatkundige status. Het enige dat de verschillende eilandengroepen gemeen hebben, is dat ze niet behoren tot de vijftig staten waaruit de VS grotendeels bestaan. De exacte status van de gebieden, hun politieke verhouding met de nationale overheid en de juridische status van hun ingezetenen varieren van gebied tot gebied.

De Marshall Eilanden en de Gefedereerde Staten van Micronesie kunnen bij oppervlakkige beschouwing doorgaan voor onafhankelijke staten. Ze zijn lid van de Verenigde Naties en hun inwoners zijn geen Amerikaanse staatsburgers. Verder is de Amerikaanse grondwet in deze gebieden niet geldig. Zwaarder weegt hun Verdrag van Vrije Associatie met de VS. Dat bepaalt dat de VS verantwoordelijk zijn voor de defensie van de eilandstaatjes en dat hun buitenlands beleid in overeenstemming moet zijn met dat van de VS. Deze bepaling heeft een onbeperkte geldigheidsduur. De Marshall Eilanden en Micronesie zijn daarmee in volkenrechtelijke zin niet soeverein.

Als het aan de VS en de plaatselijke machtshebbers lag, had Palau al lang een Verdrag van Vrije Associatie met de VS gesloten. De bevolking heeft zich daartegen verzet, uit angst alle controle te verliezen over de Amerikaanse militaire activiteiten op hun eilanden.

Ongeorganiseerd

De Noordelijke Marianen, Guam, Puerto Rico en de Amerikaanse Maagdeneilanden worden aangeduid met de term 'niet-geincorporeerde, georganiseerde gebieden'. Niet-geincorporeerd wil zeggen, dat de Amerikaanse grondwet slechts beperkt geldig is. Deze gebieden hebben intern zelfbestuur, terwijl de bewoners Amerikaans staatsburger zijn. Op de Noordelijke Marianen na hebben ze een vertegenwoordiger in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Deze heeft in het geval van Guam en de Maagdeneilanden beperkt stemrecht en in het geval van Puerto Rico geen stemrecht.

Amerikaans Samoa is eveneens 'niet-geincorporeerd', maar verschilt van de hierboven genoemde gebieden, omdat het 'ongeorganiseerd' is. Om duidelijk te maken wat dit is, moeten we onze toevlucht nemen tot het Engels. Burgers van Amerikaans Samoa worden aangeduid als Amerikaanse 'nationals' in plaats van 'citizens'. Beide termen moeten in het Nederlands vertaald worden als staatsburger. De Amerikaans-Samoaanse leiders kozen echter voor een aparte term om hun culturele eigenheid te benadrukken.

Een interessant aspect van de insulaire bezittingen is, dat hun juridische status ongrondwettelijk is. De Amerikaanse grondwet stelt, dat alleen 'staten' deel uit mogen maken van de VS. Wat een staat is, is exact omschreven in termen van vertegenwoordiging in het Congres en relaties tussen staten en de federale overheid. Geen van de hierboven beschreven gebieden voldoet aan deze omschrijving. Het Congres heeft een allegaartje van gebieden gecreeerd en daarmee een staatsrechtelijke warboel geschapen. Het Amerikaanse hooggerechtshof heeft zich hier nog nooit over uitgesproken. Zolang dat niet gebeurt, blijft de warboel bestaan.

Van een kleine groep eilandjes in het centrum van de Stille Oceaan is de status wel grondwettelijk. Zij vallen onder direct bestuur van een Amerikaanse overheidsinstelling. Het ministerie van binnenlandse zaken is verantwoordelijk voor de mini-eilandjes Baker, Howland, Jarvis en Palmyra. De luchtmacht zwaait de scepter over Wake Island, terwijl de marine zich bestuurder van Johnston Atoll, Midway en Kingman Reef mag noemen. In het Congres ligt momenteel een voorstel om deze eilandjes bij de staat Hawaii te voegen. Daarmee wordt Hawaii op slag de grootste staat van de VS.

Jan van den Berg

Gewoon raar of excentriek

Excentriciteit, zo is bekend, is typisch Engels. Dat wordt wel verklaard uit de omstandigheid dat ze daar op een eiland wonen, geisoleerd van een meer normaal bestaan. Hoe omstandig dit ook geografisch of zelfs Freudiaans wordt uitgewerkt, de bewoners van IJsland of die van de Fiji eilanden, nog verder verwijderd van de heilzame invloed van continentale beschaving, staan niet bekend als excentriek. Een koppensneller op een exotisch eiland is vreemd, maar niet excentriek, zoals een Brit met bolhoed.

Edith Sitwell geeft in English Eccentrics als verklaring voor de vele gevallen van excentriciteit in Engeland 'het besef van onfeilbaarheid, dat het kenmerk en het geboorterecht is van de Britse natie.'

Er wordt ook gezeg dat het komt omdat die lords en ladies - de bevolkingsgroep met het hoogste percentage excentriciteit - op afgelegen kastelen wonen, niet gehinderd door alledaags leven, en dat ze daardoor wat vreemd gaan doen. Zo is er het verhaal van de Engelse hertog, die logeren ging bij zijn dochter. Vloekend kwam hij uit de badkamer. Zijn tandenborstel werkte niet! Hoezo, werkte niet? Wel, hij schuimde niet. Het bleek dat thuis een bediende de tandenborstel van tandpasta voorzag, daar had de hertog zich nooit in verdiept.

Slavin

Maar ook elders in Europa woont men in kastelen, en wie heeft ooit van een excentrieke Duitser gehoord? Goed, een enkeling als Furst Hermann von Puckler-Muskau, die af en toe met z'n paard van een brug sprong, en die met een Abessijnse slavin en ibissen en krokodillen door Egypte trok; die toen hij niet was uitgenodigd voor een feestje alle rijtuigen van Dresden afhuurde, zodat de wel genode gasten van het bal lopend naar huis moesten. De volgende ochtend trok een lange stoet lege rijtuigen door Dresden. In het laatste zat Puckler-Muskau.

Hij is echter de uitzondering die de regel bevestigt. Het was dan in Duitsland voor de Eerste Wereldoorlog goood form om je in tweed te hullen, aan excentriciteit deed de Duitser niet. Dat was typisch Engels. Keizer Wilhelm II mocht dan wel een admiraalsuniform aantrekken bij het openen van het Berlijnse aquarium, mocht in Doorn tijdens het eten voorlezen uit P. G. Wodehouse (Engelse humor over excentriekelingen!) met verplicht lachen voor de hele familie, mocht gezondheidsoefeningen doen op een rijzadel gemonteerd op een neo-classisistisch krukje - met het admiraals- en vele andere uniformen te bezichtigen in Huis Doorn -, mocht zien hoe graaf von Hulsen-Haesler in doorzichtig rose kostuum het Zwanenmeer danste, dat was eerder vreemd dan excentriek. Een Brit hoefde minder vreemd te doen om excentriek te heten.

Het hele continent en zelfs de Nieuwe Wereld keken vol bewondering naar de Engelse excentriciteit. Een deel van die ver- en bewondering gold het tekort aan vormelijk gedrag. De kasteelheer, die z'n oude broek met een touwtje behoedt voor afzakken. De hertog van Devonshire, die alleen iets zei tegen de gasten in zijn huis die hij aardig vond. De stokoude lady Manners, die kwaad kijkt naar bezoek, dat aarzelend plaats neemt. 'Oh, sorry, is dit misschien uw stoel?' Lady Manners: 'They are all my chairs!' Iets wat overal wordt afgekeurd, of zelfs psychisch onderzoek vereist, omdat het verregaand asociaal is, lijkt hier een aardig trekje.

Zielig

Excentriek is echter niet altijd leuk. Een aantal van de hoofdrolspelers in The British Eccentric van Harriet Bridgeman en Elizabeth Drury is eerder zielig. De Quincey, verslaafd aan opium. Jack Mytton, die tenslotte stierf door zichzelf in brand te steken. Hij had last van de hik en wilde, zoals hij z'n leven lang had gedaan, laten zien dat hij voor niets bang was. Z'n laatste woorden waren: 'Well, the hiccup is gone, by God.'

De grens tussen excentriciteit en niet goed wijs of geestelijk gestoord is vaag. De indeling bij de een of andere klasse berust behalve op het feitelijk gedrag, ook op de status van de persoon in kwestie. Enige beroemdheid is noodzakelijk voor het aura van excentriek. Soms worden daarbij oorzaak en gevolg omgedraaid: bepaalde, eigenlijk doodnormale gewoonten - fietsen, een ons boterhamworst kopen - van een prins of filmster heten excentriek, omdat hij prins of filmster is.

Ondanks deze beperkingen en bedenkingen blijft het een feit, dat het aantal anecdotes over grappige excentriekelingen nergens zo hoog is als in Engeland.

Sommigen zijn zich volkomen onbewust van de omstandigheid, dat meer kleurloze stervelingen hen met verwondering bezien, anderen zijn er vol plezier van op de hoogte. De vader van de zusjes Mitford, te bewonderen in Hons and Rebels, de autobiografie van Jessica Mitford en onder een aantal pseudoniemen in de romans van Nancy Mitford, was een ouderwetse vreemde Brit. Hij had maar een boek gelezen: White Fang van Jack London: 'Dat is zo goed, het kan niet de moeite waard zijn nog een ander boek te proberen.' Het buitenleven was alles. 'Wat een ellendig leven moeten jullie hebben', zei hij tegen de bankdirecteur, 'messing about indoors with other chappies money'. Hij had een hekel aan ongeveer alles en iedereen. Bij naderend bezoek moest het hele gezin plat op de vloer liggen terwijl hij kwaad uit het raam de aarzelende visite wegkeek.

Grijns

In de buurt woonde lord Berners - lord Merlin, in de boeken van Nancy Mitford - artistiek, componist, modern. In alles het tegendeel van vader Mitford en zijn soortgelijke buren, maar op zijn andere wijze minstens zo excentriek. Lord Berners zorgde ervoor dat hij treincoupe's voor zich alleen had door met een sadistische grijns iedereen binnen te wenken, en, mocht iemand inderdaad binnen durven komen, ze te verjagen door de krant ondersteboven te lezen en elke vijf minuten zijn temperatuur op te nemen. Lord Berners verfde de duiven op zijn buitenhuis in alle kleuren van de regenboog, bouwde een folly, een volstrekt nutteloze toren van ruim veertig meter hoog, schreef de Funeral March for a Rich Aunt', liet z'n windhonden met diamanten halsbanden rondlopen en vroeg Penelope Chetwode en haar paard op de thee.

Nicolaas Klei

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden