President van twee Frankrijken

Emmanuel Macron op weg naar zijn overwinningsspeech bij het Louvre. Beeld EPA

Emmanuel Macron is vanaf morgen echt president van Frankrijk. Wat kan hij doen aan de kloof tussen winnaars en verliezers in zijn land, tussen optimisten en pessimisten. Hoe helpt hij vanuit de succesvolle stad de achterblijvende periferie?

De termen verschillen, maar de diagnose vertoont treffende overeenkomsten. In Nederland staat hoogopgeleid tegenover laagopgeleid. Kosmopolitisch en tevreden tegenover provinciaal en vaak boos . "De bakfietsende GroenLinks-stemmer kent wel een arme allochtoon, maar geen PVV-stemmer", noteerde de electoraal geograaf Josse de Voogd al in 2012.

De Britse essayist David Goodhart spreekt in een dit jaar verschenen boek van Anywheres en Somewheres. De eerste categorie, de mensen van overal, voelen zich volgens Goodhart op hun gemak in een wereld waarin grenzen vervagen of verdwijnen, waar personen en handelswaar zo vrij mogelijk circuleren. De Somewheres daarentegen, de mensen van ergens, verzetten zich tegen juist tegen de gevolgen van vrijhandel en immigratie.

In Frankrijk heet de grote theoreticus van de kloof Christophe Guilluy, net als De Voogd sociaal-geograaf. Guilluy is de auteur van onder andere 'La France périphérique' (Het Frankrijk van de periferie). Dit boek beschrijft hoe er als het ware twee Frankrijken ontstonden, wat oplettende vakantiegangers bekend zal voorkomen. Er is een Frankrijk van dynamische, grote steden, de zogenoemde metropolen. En er is een Frankrijk van versleten middelgrote en kleine stadjes en rurale gebieden. De finale van de presidentsverkiezingen bevestigde Guilluy's idee. Frankrijk nummer 1 stemde vooral Macron, Frankrijk nummer 2 ging massaal voor Le Pen.

Kleine blanken

De onroerendgoedmarkt speelt in het krachtige narratief van Guilluy de rol van uitvoerder bij het uit elkaar drijven van de twee stukken Frankrijk. In de geglobaliseerde metropolen kunnen eigenlijk alleen nog maar kapitaalkrachtige hogeropgeleiden terecht. Laagopgeleide of ongeschoolde immigranten horen in dit krachtenveld bij de insiders. Want behalve een schreeuwende behoefte aan kader hebben de steden veel goedkope arbeidskrachten nodig in vooral de bouw, de horeca, de schoonmaak en kinderopvang. "In zekere zin zijn zij het personeel van een nieuwe, stedelijke elite", merkt Guilluy op. En het personeel kan terecht in de sociale woningbouw.

Voor de petits blancs, de kleine blanken, zijn deze wijken geen optie. Met racisme heeft dat niets te maken volgens Guilluy. "Niemand wil een minderheid worden in zijn eigen omgeving, dat is een universeel gegeven."

Globalisering betekent ook dat Europese steden steeds meer op elkaar gaan lijken, signaleert Guilluy. "Je spreekt in de centra overal dezelfde prettige, redelijke en open mensen en er is ook een uniforme esthetiek. Terwijl de arbeider in zijn stinkende dieselauto wordt verdreven, gaat de nieuwe heersende klasse in Parijs, Hamburg of Amsterdam naar cafés met hetzelfde nostalgisch industriële decor."

De marginalsering van de periferie, de metropolisering, de gentrificatie: deze krachten zijn overal in de westerse wereld aan het werk. "Er is een Zweden van de periferie en zelfs een klein land als Nederland heeft een periferie. Globalisering zorgt in alle ontwikkelde landen voor dezelfde dynamiek en hetzelfde type protest."

De tafel omgooien

Dat is ook de analyse van de liberale politcoloog Dominique Reynié, directeur van de liberale denktank Fondapol. Trump, de Brexit, PiS in Polen, Erdogan in Turkije: elke keer ziet de electorale kaart er hetzelfde uit. "De periferie en het platteland staan steeds weer tegenover de winnaars van de globalisering in de metropolen."

Het goede nieuws is dat Frankrijk nu een gematigde en pro-Europese president heeft, denkt Reynié. "Het slechte nieuws is dat een meerderheid van de bevolking dat niets kan schelen. Tel eens de stemmen op Le Pen, de blancostemmers en de thuisblijvers van de tweede ronde van 3 mei bij elkaar op. Dan kom je op 57 procent die bereid is de tafel om te gooien, zoals we in Frankrijk zeggen. Dat is ongekend, historisch. In 2002 toen Jean-Marie Le Pen de tweede ronde haalde kon je 39 procent rekenen tot het anti-systeem kamp."

Wie denkt dat Frankrijk nu gekozen heeft voor een moderne, liberale wending zit er daarom ver naast, benadrukt Reynié. "De zorgen van de Fransen zijn al jaren hetzelfde weten we uit peilingen: bovenaan staat de koopkracht, gevolgd door werkgelegenheid, veiligheid, immigratie en islam. En er is geen enkele reden om te denken dat Macron in staat is op deze gebieden binnen afzienbare tijd resultaten te boeken."

Wat kan Macron in die omstandigheden doen om het evenwicht tussen beide Frankrijken te herstellen? Een lastige vraag, vindt Reynié. "Er zijn allerlei hervormingen mogelijk", zegt hij na enig nadenken. "Maar Macron zal voorzichtig moeten opereren: zodra een ingreep, hoe bescheiden ook, te boek staat als liberaal of rechts, wordt het een ideologisch gevecht en riskeer je een blokkade van het hele land."

Misschien dat Macron zich tegen privileges op de arbeidsmarkt moet keren. "Dat deed hij eerder als minister van economie, toen hij partij trok voor de Uber-chauffeurs. Dat zijn vooral jongeren uit immigrantenwijken die willen werken maar als nieuwkomer op de arbeidsmarkt geen kans maken op een contract voor onbepaalde tijd. Dat is voorbehouden aan de insiders op de arbeidsmarkt."

Vrijstaand huis

Macron zelf is zich maar al te bewust van de kloof. In zijn campagneboek 'Révolution' wijdt hij verschillende pagina's aan het probleem. De jongste president ooit, die drie jaar geleden nog plannen maakte voor de lancering van zijn eigen start-up, verwacht veel van innovatie. De staat moet naar zijn idee stoppen met het overeind houden van oude industrieën zonder toekomst en de nieuwe economie aanmoedigen. En hij spreekt zijn vertrouwen uit in de bekende doorsijpel-theorie: volgens die gedachte tilt een stijgend tij uiteindelijk alle boten op. "Onze metropolen zijn zo sterk" schrijft Macron, "dat niet één gebied ten dode is opgeschreven."

Dat klinkt allemaal nog erg algemeen. Maar volgens de econoom Nicolas Bouzou, auteur van het optimistisch getoonzette boek 'L'innovation sauvera le monde' (Innovatie zal ons redden) bevatten de plannen van Macron genoeg concreets. "Hij wil tienduizenden woningen bouwen, vooral in de dynamische zones waar de prijzen voor veel mensen onbereikbaar hoog zijn omdat het aanbod belachelijk klein is. Dit kan ook een manier zijn om bijvoorbeeld de Parijse regio te ontsluiten voor mensen in de periferie."

Eenvoudig zal dat niet zijn, beaamt Bouzou. Eerdere grootste bouwplannen liepen stuk op bureaucratie en een woud aan inspraakprocedures. Er is ook een hardnekkig cultureel probleem: Fransen willen het liefst een vrijstaand huis met een eigen terrein, ook de lage inkomens. Dat ideaal is voor velen alleen nog te verwezenlijken in de periferie.

Daarbij zijn Fransen extreem honkvast. 60 procent van de bevolking leeft in hetzelfde departement als waar men is geboren. "Maar je moet ergens beginnen", denkt Bouzou. "Je kunt mensen ook financieel stimuleren meer te bewegen. Toen onlangs een vestiging van treinbouwer Alstom Belfort in Oost-Frankrijk in de problemen kwam, ging de staat meteen extra treinen bestellen die niet nodig zijn. Met al die miljoenen had je de werknemers ook vertrekpremies kunnen geven."

Wat volgens Bouzou ook bruikbare ideeën zijn van Macron: het ontwikkelen van het toerisme en het upgraden van streekproducten in gebieden waar niet veel te beginnen valt met de nieuwe economie. "En natuurlijk moet er nieuwe infrastructuur komen die vergeten stadjes verbindt met de metropool in de regio."

Bouzou's collega David Thesmar, verbonden aan de businessschool van de Amerikaanse universiteit MIT, zou kiezen voor een 'meer basale benadering'. "De problemen van de huizenmarkt, of scholing van werklozen, dat zijn allemaal zaken die erg moeilijk zijn op te lossen. Wat heel eenvoudig en direct resultaat oplevert is ingrijpen in het minimumloon. Het kost een werkgever nu 1600 euro om iemand aan te nemen, dat is veel te veel voor de Franse provincie. De lasten voor de werkgevers moeten snel omlaag, dat zou een zegen zijn voor een land dat al decennia structurele massawerkloosheid kent."

Guilluy ziet wel iets in het ontwikkelen van toerisme of het opnieuw leven inblazen daarvan in gebieden waar het in de versukkeling is geraakt.

"Waar dat kan, moet je dat natuurlijk doen. Maar wat echt niet mogelijk is, is meer mensen in de grootsteedse agglomeraties concentreren, dat moet je echt uit je hoofd zetten."

Middenklasse

Uiteindelijk is het economische model het probleem, benadrukt hij. "Het werkt, het zorgt voor welvaart. Maar dit model creëert geen samenleving. De metropolen verdienen tweederde van het nationaal inkomen, terwijl 60 procent van de Fransen in de periferie verblijft.

Dat betekent dat voor het eerst sinds de Industriële Revolutie een meerderheid van de bevolking niet meer woont waar het geld wordt verdiend. Dat zijn natuurlijk niet allemaal verliezers van de globalisering, maar de economisch kwetsbaren zijn hier in de meerderheid."

Het geloof in de doorsijpel-theorie die de welvaart vanuit de metropolen als vanzelf over grotere delen van het land moet verspreiden, geeft aan hoe moeilijk het is om een 'aanvullend systeem' te bedenken, constateert Guilluy.

"De Amerikaans-Servische econoom Branko Milanovic heeft laten zien dat de belofte dat het stijgende tij alle boten optilt niet is waargemaakt. De armoede in landen en China en India werd tussen 1988 en 2008 stukken minder, maar de middenklasse in het westen verarmde, krompt."

Volkse Front National

Het nadenken over oplossingen wordt daarbij gehinderd door de opkomst van het Front National denkt Guilluy. "Met de demonisering van het Front zijn ook de volkse bevolkingslagen gedemoniseerd. De aandacht die zij zouden moeten krijgen, wordt vertroebeld door vooroordelen: waarom zou ik me interesseren voor mensen die verkeerd denken, voor mensen die verkeerd stemmen? Het 'Frankrijk van boven' wordt onrustig bij de confrontatie met het 'Frankrijk van onderen', dat de achterkant van het decor vormt van de succesvolle multiculturele metropolen."

Macron moet zijn kans hebben, besluit Guilluy. "Toen hij minister was van economie heb ik op zijn verzoek bij hem mijn verhaal gehouden. Hij was erg geïnteresseerd en had geen grote bezwaren tegen mijn diagnose. We zullen zien."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden