President Trump was een kwestie van tijd

Het ressentiment van slechtopgeleide Amerikanen jegens de elite vond een uitlaatklep

Zijn naam komt op geen van de 264 bladzijden van het boek voor. De auteur schreef het toen er in de verste verte nog geen sprake van was dat de miljardair de nominatie van de Republikeinse partij in de wacht zou slepen, laat staan de slag om het Witte Huis zou winnen. Maar toch bevat 'Hillbilly Elegy' een interessante verklaring waarom aanstaande vrijdag niet de gedoodverfde winnaar Hillary Clinton maar Donald Trump als 45ste president van de Verenigde Staten wordt geïnaugureerd.


De autobiografie van de jonge dertiger J.D. Vance staat al bijna een halfjaar aan de top van de Amerikaanse bestsellerlijsten. De schrijver geeft een rauwe schets van het milieu waarin hij opgroeide, dat van de blanke, laagopgeleide Amerikanen - de groep die in november in meerderheid op Trump stemde maar die van oudsher eigenlijk Democraat is. En de meeste familieleden zijn bovendien christelijk, al dan niet alleen in naam, en de Republikein wist ook in die kring goed te scoren. Het is een verhaal uit de eerste hand en dat maakt het boek zo aantrekkelijk voor wie de leefwereld van de Trumpaanhangers wil leren kennen.


Vance werd opgevoed door zijn grootouders (die hij liefkozend Mamaw en Papaw noemt), want zijn moeder - alcoholiste, drugsverslaafde en mannenverslindster - was daartoe niet in staat. Mamaw en Papaw, inmiddels overleden, stemden hun hele leven Democratisch.


Papaw ging één keer vreemd: in 1984 koos hij voor Ronald Reagan. Maar dat was niet uit overtuiging, eerder omdat hij zo'n gruwelijke hekel had aan de Democraat Walter Mondale.


We zullen het nooit weten, maar waarschijnlijk hadden hij en z'n vrouw ruim twee maanden geleden op Donald Trump gestemd. Want die beloofde dat Amerika weer groot zou worden en dat de talloze banen die in de loop der tijd naar China, Mexico en al die andere lagelonenlanden zijn gegaan terug zouden komen.


Tot twee keer toe in hun leven hadden opa en oma het omgekeerde gezien, dat de Amerikaanse Droom waar ze zelf heilig in geloofden, voor hun ogen uiteenspatte. Tot in de jaren zeventig woonden ze in de bergen van de staat Kentucky, in de Appalachen, en hadden het daar goed. Hillbillies, heten de mensen daar: ruw volk misschien, altijd een vloek voor in de mond, losse handjes, pistool binnen handbereik, maar eerlijk, rechtdoorzee en hardwerkend. Toen gingen de kolenmijnen, de kurk waarop de streek dreef, dicht, en het verval en de armoede traden in.


Mamaw en Papaw besloten hun geluk elders te zoeken, noordwaarts in Ohio waar de staalindustrie floreerde. Ze streken neer in het stadje Middletown waar de banen voor het oprapen lagen. Ze kregen de zorg voor hun kleinzoon, en hadden het er goed, zeker nadat opa had besloten de drank te laten staan. Maar het staalbedrijf moest de deuren sluiten, met in zijn kielzog ondernemingen die er afhankelijk van waren.


Weer was er armoede en misère, kleinzoon J.D. zag het met lede ogen aan. Maar hij zag ook heel goed dat mensen in zijn familie en omgeving totaal verschillend reageerden op de neergang. Sommigen zetten alles op alles om aan het noodlot te ontkomen, onder wie J.D. zelf; anderen zaten bij de pakken neer, raakten verslaafd aan drugs of drank, verzeilden in de criminaliteit.


Vance heeft het niet zo op die laatste groep begrepen. Zijn ogen gingen open toen hij als middelbare scholier een bijbaantje in de buurtsuper kreeg. Het was de tijd dat de mobiele telefoon opkwam. J.D. had daarvoor geen geld, maar tot zijn verbijstering ontdekte hij dat klanten van wie hij wist dat ze al jaren werkloos waren de duurste en nieuwste exemplaren aan hun oor hadden.


Dat zet kwaad bloed. Politicologen mogen miljoenen woorden wijden aan de vraag waarom de Hillbillies in de Appalachen en de arbeiders in de Rust Belt die vroeger steevast op de Democraten stemden de laatste jaren voor de Republikeinen kiezen, schrijft Vance, maar ik zag in die buurtsuper al het antwoord: mensen voelen zich in de steek gelaten door Washington, hard werken loont niet meer, klaplopers worden in de watten gelegd.


Deze constatering is Vance op veel kritiek komen te staan: knap dat hijzelf de narigheid wist te ontstijgen (hij voltooide de studie rechten aan de prestigieuze Yale-universiteit), maar waarom moet hij mensen uit zijn omgeving die daar niet in zijn geslaagd, als pure losers en profiteurs afschilderen? En waarom moeten we al die ontluisterende kanten van zijn moeder tot in detail lezen?


Het boek is buitengewoon goed geschreven, met rake waarnemingen, veel humor en in een tomeloze vaart. Gezien de langdurige hoge notering in de bestsellerlijsten heeft Vance een gevoelige snaar geraakt. Kennelijk is er bij de Amerikanen behoefte aan een boek dat de achtergronden van Trumps totaal onverwachte overwinning belicht.


Nou is er ook niet zoveel keus, want de meeste schrijvers, journalisten en historici, hadden op Hillary Clinton gegokt. De eerste vrouwelijke president, en dan ook nog eens een voormalige First Lady, mooier kun je het niet hebben. Er stond een rij schitterende boeken op stapel, maar ze zijn stuk voor stuk afgevoerd. En aan een boek over Trump waren nog niet zoveel auteurs begonnen, want hij zou toch verliezen.


De Amerikaanse journalist George Packer, starreporter van het weekblad The New Yorker, publiceerde ruim drie jaar geleden al een boek over de stand van zijn land waarin sommige recensenten ook een aanwijzing lazen dat een populist als Donald Trump weleens president zou kunnen worden - ook hierin komt zijn naam overigens niet voor. Het hooggeprezen 'The Unwinding' is onder de titel 'De ontluistering van Amerika' in een uitstekende Nederlandse vertaling verschenen die in deze maand van de inauguratie een nieuwe druk beleeft.


Packer volgt in zijn boek een paar landgenoten die, in een tijd van economische recessie en bankencrisis, proberen het hoofd boven water te houden: een vrouw die in een fabriek voor auto-onderdelen werkt en haar baan en spaargeld verliest, een ondernemer die tevergeefs in biodiesel investeert, maar ook een politieke lobbyist die voor vicepresident Joe Biden werkt (over wie de auteur uiterst negatief is: een kille politicus die alles en iedereen opzij zet voor zijn eigen carrière). Daarnaast komt de huizencrisis, die vooral in Florida een spoor van vernieling heeft getrokken, uitgebreid aan de orde: angstaanjagend hoeveel mensen die in een diepe ellende heeft gestort.


Maar ook succesvolle en veelal bekende mensen staan geportretteerd: het wonderkind Peter Thiel uit Silicon Valley, oud-minister van financiën (onder president Bill Clinton) Robert Rubin, Colin Powell en Oprah Winfrey. Zo wisselen succes en mislukking elkaar af, en dat laat bij de lezer een ongemakkelijk gevoel achter: de kloof tussen arm en rijk in de VS is alleen maar groter geworden, ook onder Barack Obama die er evenmin gunstig vanaf komt.


George Packer heeft een mooie pen, het zijn prachtig geschreven portretten. Van sommige vraag je je wel af wat ze in het boek doen. Opvallend is dat Packer vooral beschrijft, en veel minder analyseert en concludeert; daar heb je als lezer soms wel behoefte aan.


Wat tussen de regels duidelijk wordt, en wat in het boek van J.D. Vance helemaal scherp naar voren komt, is dat de Democratische Partij het contact met de traditionele achterban behoorlijk kwijt is (en dat tot de ontnuchterende nederlaag in november onvoldoende besefte). De Democraten zijn steeds meer de partij van de elite in de grote steden aan de west- en de oostkust, en van de minderheden: lgbt's (lesbo's, gays, bi's en transgenders), latino's, noem ze maar op; ze worden stuk voor stuk doodgeknuffeld. Maar voor de blanke, hardwerkende arbeiders hebben de Democraten veel minder oog.


Illustratief is dat Hillary Clinton tijdens de campagne de industriestaten in het noorden van het land links liet liggen, want die had ze toch wel in de zak, dacht ze. Die arrogante opstelling is haar duur komen te staan.


Als de Democraten hun huiswerk goed hadden gedaan, was hun opgevallen dat eind vorige eeuw al een linkse filosoof waarschuwde voor de verkiezing van een figuur als Trump. De ongeschoolde arbeiders komen er op enig moment achter, aldus Richard Rorty in 1998, dat de regering in Washington niet hun belangen dient; ze gaan op zoek naar een 'sterke man' die dat wel doet en die vervolgens korte metten maakt met het pamperen van allerlei minderheden. "Al het ressentiment dat slechtopgeleide Amerikanen voelen jegens academici die hun voorschrijven hoe ze zich moeten gedragen krijgt dan een uitlaatklep."


Aan de voorspelling ontbrak alleen de naam van die sterke man: Donald J. Trump.


J.D. Vance: Hillbilly Elegy: A Memoir of a Family and Culture in Crisis. HarperCollins; 264 blz. $ 16,79 (bij Amazon)


George Packer: De ontluistering van Amerika. Een geschiedenis van het nieuwe Amerika van binnenuit (The Unwinding) Vert. Nico Groen. Atlas Contact; 480 blz. euro 24,99


Trump-aanhangers voor hun huis in Middletown, Ohio, De stemming in de traditioneel Democratisch stemmende Rust Belt sloeg om toen de staalarbeiders hun dromen zagen vervliegen door de neergang in de staalindustrie. Hun banen verdwenen naar China, en 'Washington' stond erbij en keek ernaar.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden