President Clinton wil voedsel verstrekken via hulporganisaties

AMSTERDAM - Er dreigt ernstige hongersnood in Noord-Korea, volgens het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties. Maar Zuid-Korea roept dat het communistische arbeidersparadijs de schade door overstromingen overdrijft. Seoul protesteert dan ook tegen het Amerikaanse plan om Noord-Korea voedselhulp te bieden.

De Verenigde Staten, Japan en Zuid-Korea vergaderen vandaag en morgen in Hawaii over een van hun gemeenschappelijke problemen: wat te doen met het geheimzinnige bastion Noord-Korea? Het 23 miljoen inwoners tellende land, dat de steun van de voormalige Sovjet-Unie heeft verloren en al kampte met een teruglopende rijst- en graanproduktie, werd afgelopen zomer geteisterd door zware overstromingen. Grote delen van de oogst zouden verloren zijn gegaan. Ouderen zoeken op hun knieën in de velden eetbare wortels, kinderen zouden tekenen van ondervoeding vertonen.

De Amerikaanse president Clinton overweegt daarom voedselhulp te geven via internationale organisaties als het Rode Kruis, die sinds kort in Noord-Korea worden toegelaten. Een “bescheiden voedselhulpprogramma”, zo lichtte een Amerikaanse woordvoerder maandagavond toe. Maar behalve oppositie van het grotendeels Republikeinse Congres, dat mogelijk gruwt van de gedachte aan hulp aan het laatste stalinistische bolwerk, kan de Amerikaanse regering ook tegenstand verwachten van Zuid-Korea.

Volgens Seoul overdrijft de Noordkoreaanse regering de voedselproblemen, om op die manier zoveel mogelijk hulp en mogelijk politieke vriendschap uit het westen te krijgen. Zuidkoreaanse functionarissen beweren zelfs dat de voedselhulp niet naar de hongerige burgers gaat, maar naar het Noordkoreaanse leger - dat met ruim een miljoen militairen buitensporig groot is. Of ze beschuldigen Noord-Korea ervan enorme voedselvoorraden te hebben, maar die niet aan te breken omdat ze voor het leger zijn gereserveerd.

Propaganda

Het zijn verdenkingen die ook in de Verenigde Staten leven, maar die vanuit de mond van Zuid-Korea nogal naar propaganda rieken. Noord en Zuid zijn sinds het einde van de Koreaanse oorlog (1950-1953) nog steeds elkaars vijanden, en Seoul laat geen mogelijkheid onbenut om de communistische noorderlingen in een kwaad daglicht te stellen. Of om politieke hervormingen te eisen, zoals nu in het geval van eventuele voedselhulp.

Feit blijft dat Noord-Korea een van de meest gesloten en geheimzinnigste landen ter wereld is, waarover nauwelijks objectieve informatie verkrijgbaar is. Het claimde altijd zelfvoorzienend te zijn, volgens de juche-theorie die was bedacht door de geliefde Grote Leider Kim Il-sung. Een van de grote verrassingen vorig jaar was dan ook dat Noord-Korea toegaf in grote problemen te zijn geraakt. Wat het motief ervan ook mag zijn, het was het eerste teken van openheid naar de wereld.

Bovendien stond Pyongyang na de zomer voor het eerst hulporganisaties als Artsen zonder grenzen en het Rode Kruis toe, alsmede het VN-Wereldvoedselprogramma (WFP). De buitenlandse hulpverleners hebben weliswaar niet alle hoeken en gaten van het land mogen zien, maar kwamen tot de conclusie dat de Noordkoreaanse regering niet overdrijft. Volgens de officiële cijfers hebben de overstromingen vijftien miljard dollar aan schade veroorzaakt. Er zijn 68 mensen gedood, 100 000 woningen verwoest en een half miljoen mensen dakloos geraakt. De meeste daklozen bivakkeren nog in scholen en openbare gebouwen, maar sommige hulpverleners zagen ook mensen in hutten van hout en plastic. Het vriest er nu gemiddeld tien graden.

De directeur van het inmiddels gesloten WFP-kantoor in Pyongyang, Trevor Page, meent dat er sprake is van “een kritieke voedselsituatie”, die door de internationale gemeenschap “grotendeels wordt onderschat”. Ook het Rode Kruis trekt stevig aan de bel. Volgens beide organisaties leven 130 000 Noordkoreanen op de rand van de hongersnood, vooral in de provincies die aan China grenzen. De regering heeft de voedselrantsoenen verlaagd naar 300 gram rijst per dag, wat ruim onder de norm van de VN ligt.

Vijandig

Weinig landen willen echter Noord-Korea helpen: het Wereldvoedselprogramma-kantoor moest daarom in december zijn deuren sluiten. Ook het Rode Kruis heeft nog maar zestig procent binnen van de 4,3 miljoen gulden waarom het had gevraagd. Voor Noord-Korea was dit magere internationale hulpaanbod afgelopen weekeinde aanleiding om hoog van de toren te blazen.

Er zijn “vijandige elementen”, die Pyongyang proberen te dwingen tot politieke hervormingen in ruil voor hulp, aldus het ministerie van buitenlandse zaken. Waarna de woordvoerder ook nog bekendmaakte dat de militaire top “van begin af aan vermoedde dat de hulpverlening misbruikt zou worden” en erop aandrong zelf een oplossing te zoeken.

Strategie

De rol van het leger in Noord-Korea is een van de vele onzekerheden, (het is nog niet eens duidelijk of de zoon van wijlen Kim Il-sung, Kim Jong-il, echt de macht heeft), die het voor de Verenigde Staten, Japan en Zuid-Korea moeilijk maken om een strategie te bepalen. De voedselhulp die de regering Clinton nu bestudeert, is dan ook beslist niet alleen ingegeven vanuit humanitaire overwegingen. Zijn buitenlandse inlichtingendienst is ook bezorgd over de 37 000 Amerikaanse militairen die in Zuid-Korea zijn gestationeerd.

Het is immers populair om te speculeren dat Noord-Korea in het geval van wanhoop of opstanden door het volk een “provocatieve aanval” zal doen op het zuiden. Deze angst werd in december nog versterkt door de Zuidkoreaanse president Kim Young-il, die meldde dat Noord-Korea 85 bommenwerpers naar de grenszone had gebracht, die binnen zes minuten boven Seoul kunnen zijn.

Paniekzaaien is kenmerkend voor de internationale beschouwingen over Noord-Korea, maar de voedselcrisis werkt Zuid-Korea, Japan en de VS duidelijk op de zenuwen. De vraag is alleen hoe te reageren. Op verzoek van Noord-Korea (dat daarvoor heel wat trots moest inslikken) hebben Zuid-Korea en Japan afgelopen jaar al vóór de overstromingen rijsthulp aan Noord-Korea geboden, respectievelijk 150 000 en 300 000 ton.

De leveranties vanuit Zuid-Korea werden echter stopgezet toen de Noordkoreanen een Zuidkoreaanse vissersboot enterden, waarbij twee vissers omkwamen. En Japan maakte gisteren bekend geen nieuwe rijstleveranties te overwegen. “We menen niet dat dit de tijd is om aanvullende hulp te overwegen”, zei minister Yukihiko Ikeda.

Zolang er geen hongerdoden vallen, wordt Pyongyang blijkbaar ernstig gewantrouwd. Sommige 'Korea-kenners' beweren dat de overstromingen “een buitenkansje” zijn voor de Noordkoreaanse regering, die zonder gezicht te verliezen vervanging zoekt voor de vroegere hulp van de Sovjet-Unie. Bovendien probeert Pyongyang al langer met alle middelen een wig te drijven tussen de Verenigde Staten en de vijand Zuid-Korea. De voedseltekorten lijken nu weer zo'n nieuw middel (zelfs al zijn ze wel reëel) om de anti-Noordkoreaanse bondgenoten hoofdbrekens te bezorgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden