Preparaten link voor sporters

Dopingautoriteit waarschuwt voor voedingssupplementen waar mogelijk doping in zit

Bijna een vijfde deel van de Nederlandse topsporters zegt voedingssupplementen te gebruiken die niet zijn getest op vervuiling. Binnen wielrennen (48 procent) en atletiek (54 procent) ligt de inname van mogelijk met dopingmiddelen besmette preparaten zelfs alarmerend hoger.

Dat is het volgens Herman Ram, directeur van de Dopingautoriteit, 'verontrustende nieuws' dat boven komt uit het onderzoek 'De Nederlandse topsporter en het antidopingbeleid 2014-2015'. Daaruit blijkt ook dat de kennis over dopingreglementen weliswaar is gestegen, maar dat lacunes daarin een serieus risico vormen voor overtreding daarvan.

In april van dit jaar werden tijdens een congres de eerste resultaten gepresenteerd van een onder 740 Nederlandse topsporters uitgevoerde enquête. Belangrijkste nieuwsfeit toen was dat 4,2 procent (oftewel 31 zogenoemde statussporters van NOC-NSF) bewust en over lange tijd middelen gebruikt die op de dopinglijst staan. Jaarlijks wordt circa één procent van de Nederlandse (top)sporters positief bevonden.

Omdat het om een vrijwel uniek onderzoek gaat, valt moeilijk vast te stellen of het aantal Nederlandse gebruikers ten opzichte van het buitenland veel of weinig is. Er zijn internationaal slechts twee officiële onderzoeken bekend, die volgens Olivier de Hon van de Dopingautoriteit bovendien niet als heel betrouwbaar worden beschouwd. Het gaat om onderzoeken in Duitsland, waar het gebruik onder senioren op 30 procent (2007) en junioren op 7 procent (2010) zou liggen.

Ram bracht nog een ander onderzoek in herinnering. In 2011 werd door de internationale atletiekfederatie IAAF en het wereldantidopingagentschap Wada een enquête gehouden onder 2000 atleten die hadden deelgenomen aan de WK en/of Pan-Arabische Spelen. De uitkomst is nooit officieel bekendgemaakt. Een van de onderzoekers lekte anoniem naar The New York Times: bijna een derde van de deelnemers gaf aan in de voorgaande twaalf maanden verboden middelen te hebben gebruikt.

Naast het vaststellen van het (bewuste) dopinggebruik in de Nederlandse topsport, heeft het onderzoek een tweede doel: het in beeld brengen van de kennis die topsporters hebben van het antidopingbeleid, en hun mening daarover. Een van de mogelijke verbeterpunten, concludeerde Ram, is niet alleen kennis overbrengen, maar die ook vertalen in gedrag.

De topsporters die een status hebben bij NOC-NSF, de internationale toppers, scoren wat kennis betreft beter dan hun collega's van nationaal niveau. Toch volharden velen in het gebruik van vervuilde voedingssupplementen, hetgeen positieve dopingtests en acute gezondheidsrisico's kan veroorzaken. Bij circa een kwart van alle dopingzaken worden vervuilde voedingssupplementen door de overtreder als excuus gebruikt. Sporters zijn volgens het dopingreglement zelf verantwoordelijk voor wat ze binnen krijgen.

Ook de kennis van de dopingregels blijft een aandachtspunt. Meer dan een derde van de statussporters blijkt niet te weten dat ze het dopingcontroleformulier altijd moeten ondertekenen, al zijn ze het niet eens met de gevolgde procedure.

Op de stelling 'medicijnen op doktersvoorschrift mogen altijd worden gebruikt' ging 14 procent met het antwoord 'ja' in de fout. Ook is opvallend dat 11 procent van de sporters (3 procent van de statussporters) niet weet dat weigering aan een dopingcontrole deel te nemen een schorsing kan opleveren.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden