Review

Prenten vertellen in eigen geuren en kleuren

Eigenlijk is het poëzieprentenboek al eeuwenoud. Het idee van plaatjes met regels rijmende tekst eronder werd honderden jaren geleden al gebruikt in het onderwijs en op centsprenten. Teksten werden uit het hoofd geleerd, en rijm en beeld hielpen daarbij.

Moderne poëzieprentenboeken zijn, hoe anders ook van productietechniek en stijl, nog altijd op dat simpele principe van een versje bij een plaatje gebaseerd. Maar er is wel een verschil tussen educatieve en literaire poëzieprentenboeken. In de educatieve ondersteunt het plaatje de tekst, heeft een dienende functie. Terwijl het beeld zich in de literaire poëzieprentenboeken min of meer verzelfstandigd heeft van de tekst, een eigen verhaal vertelt. Van beide soorten verschenen onlangs uitstekende voorbeelden:

Educatief bedoeld is 'Dit boek is voor jou, het gaat over mij', een 'versjesstripboek' van Erik van Os (tekst) en Marjolein Krijger (tekeningen) voor kleuters. Het bevat achteraan informatie voor ouders over voorbereidend lezen, waarin erop gewezen wordt dat kleuters uitstekend plaatjes kunnen 'lezen', en na enkele malen voorlezen zelf de versjes bij de plaatjes kunnen navertellen. Zo ontdekken ze dat die zwarte kriebeltekentjes onder de plaatjes iets betekenen, dat er een verhaal in zit. En dat wekt weer de wens om zélf verhalen uit die tekentjes te kunnen halen, dus om te leren lezen.

Centraal in 'Dit boek is voor jou, het gaat over mij' staat het jongetje Pepijn. Op het schutblad voorin viert hij zijn vierde verjaardag, op het schutblad achterin zijn vijfde. In de pagina's daartussenin beleeft hij de seizoenen, terwijl er ook versjes zijn over een mopperende mama, over snoepen en tellen. De simpele tekstjes rijmen, en zijn soms regel voor regel in beeld gebracht, zoals 'Mijn ballon/ lag in de zon./ Lekker,/ maar te lang./ Pang!'

Het bijzondere van dit boekje zit hem echter vooral in de tekeningen. Marjolein Krijger verwierf bekendheid met haar prachtige debuut 'Mannetje zoekt een nieuwe hoed' (1994), waarin ze een heel eigen stijl toonde: robuust, met krachtige kleuren, en lijnen zo strak gespannen als een boog. In dit nieuwe boek is dat karakteristieke er helaas af, maar haar prenten blijven spannend en vol beeldgrapjes. Ze doet méér dan slaafs de tekst uitbeelden, onder meer door de capriolen van een Towser-achtig hondje dat nergens in de tekst voorkomt. Kennelijk een hommage aan de Britse illustrator Tony Ross, die dit trucje met een subplot-zonder-woorden voor het eerst toepaste. Het geeft dit 'versjesstripboek' samen met de speelse tekst een meerwaarde die het educatieve overstijgt.

Literaire poëzieprentenboeken zijn 'Marieke, Marieke' van de Vlaamse auteur Jaak Dreesen (63) en 'Dit is het huis bij de kromme boom' van Imme Dros. Voor Jaak Dreesen staan warmte en veiligheid in de relaties tussen kinderen, ouders en grootouders centraal. Vaak gaan zijn boeken over de bedreiging van die relaties, bijvoorbeeld door dood, ziekte of dronkenschap. Hij beschrijft dat sober, maar soms met te hevige emotionele lading. 'De vlieger van opa' (1988), over een opa die sterft en zijn kleinzoon een vlieger nalaat, is wat dat betreft fraai in evenwicht, maar 'Mammie! Mammie!' (1995), over de relatie tussen een moeder en haar negenjarig zoontje dat aan kanker lijdt, is zo beklemmend dat de lezer naar adem snakt. In het nieuwe 'Marieke, Marieke' is er echter opnieuw evenwicht tussen vorm en inhoud, stijl en emotie. Ditmaal houdt de ballade-achtige vorm de thematiek - van een jongetje dat eindeloos wacht op zijn vriendinnetje dat dood blijkt te zijn - in bedwang. De vormgeving van het boekje is stijlvol: steeds een pagina tekst met daarnaast een zwartwitillustratie van Annemie Heymans, gevat in lichtgeel kader. Die illustraties slaan wel op de tekst, maar geven er een vrije interpretatie van. Soms tekent Annemie Heymans iets wat in de tekst niet voorkomt, terwijl ze beeldspraak soms juist heel letterlijk weergeeft: zo is er bij 'De wolkenhemel is jouw bed' een grote wolk op dunne poten te zien waarin je net een gezicht en een hand ontwaart. Eén prent, van wolken met in elkaar overgaande wezens erin, doet aan Escher denken. Een mooi spiritueel boekje over afscheid nemen.

Harrie Geelen schildert met snelle, primaire penseelstreken en is er befaamd om dat hij zijn prenten net iets anders laat vertellen dan de tekst. In 'Dit is het huis bij de kromme boom' van zijn vrouw Imme Dros krijgt hij daar weinig kans voor, maar ontsnapt toch. Imme Dros heeft er een stapelverhaal in dichtvorm van gemaakt, met rijmende zinnen, die zich herhalen. Het is het dramaatje van een kleuter (jongen? meisje?) die gehecht was aan 'het huis bij de kromme boom'. Maar er kwam een zusje en 'Toen zij kwam was het huis te klein' (in dubbele betekenis) en moest er verhuisd worden. De kleuter loopt met de lezer langs alle dierbare dingen van het oude huis. Verdrietig en boos, want zijn/haar geliefde gele eendje is níet meegekomen, terwijl de wieg van het babyzusje wél mee moest. 'Dit is...' vertelt het kind steeds vol heimwee, en dan moet Geelen wel concreet schilderen wat er staat. Maar zodra hij de kans krijgt, vertelt hij zijn eigen verhaal: als voor de tweede keer de zin herhaald wordt over de wieg die mee moest, schildert hij de box. Verder tekent hij wat níet letterlijk in de tekst staat, maar tussen de regels door wel voelbaar is: de jaloezie en eenzaamheid van het kind. Gelukkig komt er een einde aan de narigheid: de post komt een pakje brengen met het gele eendje, en dan kan het met het zusje ook goedkomen. Evenals 'Morgen ga ik naar China' (1995), ook van Dros en Geelen, een warm boek over kindergevoelens waarin de prenten het verhaal meevertellen, maar in eigen geuren en kleuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden