Premier tussen makke schapen

Brave regent maakte geen geheim van zijn zieleroerselen

De auteur buigt zich over een fascinerende hoofdpersoon, maar die komt pas laat in zijn boek uit de verf

Paul van der Steen

Hij had het geluk nog net op het juiste moment, tussen 1959 en 1963, premier van Nederland te zijn. Sommigen zagen in Jan de Quay "de gezellige oom uit het zuiden des lands, die graag een rondje geeft". Anderen vonden hem "een brave man, maar geen minister-president natuurlijk". De voorman van de Katholieke Volkspartij (KVP) worstelde met het ambt, voelde zich onvoldoende politicus, maar groeide toch uit tot een populaire bestuurder. Hij leidde, zoals historicus Henk te Velde ooit schreef, "de bevolking met zachtheid langs bekende paden gelijk de herder zijn schapen".

Iets later, met een land vol minder makke lammeren, had dezelfde man zomaar voor enorme brokken kunnen zorgen. Waar bijvoorbeeld Piet de Jong, premier tussen 1967 en 1971, slim omging met de snel veranderde tijdgeest, zou De Quay (1901-1985) waarschijnlijk een gedateerde regent zijn gebleven. Eind 1969 had hij een afkeer van de jeugd ontwikkeld. "Maar nog meer van de meelopers. Alles buigt voor de oproerkraaiers." Hij vulde inmiddels een groot deel van zijn tijd met commissariaten en ergerde zich aan de overvragende vakbonden. "Ga opzij, tuig der welvaart", riep hij tegen demonstranten bij een aandeelhoudersvergadering. De Quay was het soort man dat zijn gezin meenam naar het theater met de opdracht de zaal demonstratief te verlaten zodra er echtscheiding ter sprake zou komen in het opgevoerde toneelstuk. Aldus geschiedde.

Biograaf Cees Meijer heeft met De Quay een fascinerende hoofdpersoon in handen. De Quay was een van de drie leiders van de Nederlandsche Unie aan het begin van de oorlogsjaren. De beweging bleef omstreden: was ze nu vooral een daad richting bezetter of een steeds meer collaborerende organisatie?

De Quay was commissaris van de koningin in het Noord-Brabant van de wederopbouw, en kabinetslid in de jaren veertig, vijftig en zestig. En, prettig voor de levensbeschrijver: hij hield lang dagboeken bij. Dat zijn geen droge opsommingen van bezigheden maar registraties van zijn zieleroerselen. Zijn worsteling met het premierschap kun je bijvoorbeeld tot in detail volgen. Nadat met een diner een punt was gezet achter vier jaar kabinet liep het echtpaar De Quay bijna zingend naar huis. "Het leek wel Bevrijdingsdag", zou de premiersvrouw later vertellen.

De gedroomde De Quay-biografie schreef Meijer niet. Daarvoor voegt zijn boek te weinig toe aan bijvoorbeeld Wichert ten Have's standaardwerk over de Nederlandsche Unie of het boek van het Centrum voor parlementaire geschiedenis over het kabinet-De Quay. Aan de kernvraag van elke goede biografie, What made the man tick?, komt Meijer in de eerste helft nauwelijks toe. Bij de latere jaren van zijn hoofdpersoon raakt hij wat beter op dreef.

Volgens Meijer verdient De Quay alleen al meer waardering vanwege zijn rol tijdens de Nieuw-Guineacrisis rond 1962. De biograaf noemt het pragmatisme van de premier in dit geval heilzaam. Hij hielp bloedvergieten voorkomen en wist ondanks ernstige, interne meningsverschillen de eenheid van het regeringsbeleid te bewaren.

Maar de rol van De Quay kun je gemakkelijk ook anders beoordelen. Vanaf het begin af aan neigde hij naar overdracht van het laatste stukje kolonie in de Oost aan Indonesië. Meijer beweert dat de stemming in Nederland jegens Soekarno en Jakarta het onmogelijk maakte om dat standpunt ook uit te dragen. Na al te openhartige uitlatingen tegen de pers tijdens een cocktailparty deed De Quay helemaal een stap terug, ten gunste van zijn minister van buitenlandse zaken Joseph Luns - een havik in dit dossier.

Een wat meer uitgesproken optreden van de premier had de stemming binnen het kabinet mogelijk al eerder kunnen laten omslaan. Nu vond de grote draai pas plaats nadat de Amerikanen onomwonden duidelijk maakten dat Nederland op geen enkele steun hoefde te rekenen bij een mogelijk conflict met Indonesië. De Quay speelde niet per se een sleutelrol. Net als bij de meerderheid van zijn kabinet en andere opinieleiders was bij hem nu definitief het besef doorgedrongen dat een echt conflict ten koste van alles voorkomen moest worden.

Waarschijnlijk blijft De Quay in de geschiedenisboekjes toch de man van de Nederlandsche Unie. Wellicht is er ook nog plaats voor zijn echte verdienste: de manier waarop hij als commissaris van de koningin in Noord-Brabant (zijn 'gelukkigste jaren') een nog grotendeels agrarische provincie hielp moderniseren. De Nederlandse economie en export - in beide is het Brabantse aandeel buitenproportioneel - profiteren daarvan tot op de dag van vandaag.

Cees Meijer: Jan de Quay (1901-1985). Een biografie. Boom; 528 blz. euro 34,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden