'Prehistorische domkop' uitvinder van de kunst?

AMSTERDAM - Misschien stond niet de moderne mens, maar de Neanderthaler aan de wieg van de verfijnde werktuigtechniek en figuratieve kunst die zo'n 35000 jaar geleden opkwam. Die suggestie doen Duitse archeologen vandaag in het vakblad Nature.

Van onze redactie wetenschap

Het gebruik van het ideale werktuig, waar echt over is nagedacht, wordt doorgaans toegeschreven aan de moderne mens. Hij zou in West-Europa de gereedschapskist hebben uitgebreid met fijn bewerkte speerpunten, graveernaalden, schrapers en messen met hecht. En hij zou er ook de eerste figuren op hebben gegraveerd.

Bij de voorwerpen van deze zogenoemde Aurignacien-traditie, genoemd naar een vindplaats bij Aurignac (Zuid-Frankrijk), zijn hier en daar ook menselijke botten en schedels aangetroffen. Zoals die van de Cro-Magnon-mensen uit de grotten bij Les Eyzies. Zij leken zelfs al de handigheid te bezitten om met hun naalden tenten en kleding te naaien. Het bracht archeologen al vroeg tot de conclusie dat gereedschap en uitvinder hier verenigd lagen.

Maar aan die zekerheid wordt geknaagd sinds bleek dat de botten van de Cro-Magnon-mensen van Les Eyzies maar 27000 jaar oud waren. Dat is beduidend jonger dan de eerste gevanceerde spullen uit de Aurignacien-cultuur, van 35000 jaar geleden. Lagen in Les Eyzies soms moderne mensen begraven bij werktuigen en kunst van vóór hun dagen? Dat hoeft op zichzelf geen verbazing te wekken: tal van dit soort schuilplaatsen zijn duizenden jaren meegegaan.

Bewijs voor de theorie dat de moderne mens de uitvinder was van de Aurignacien-cultuur, vond de archeoloog Gustav Riek in 1931 in Zuidwest-Duitsland, in twee smalle grotten bij Ulm. Naast tal van handwerktuigen ontdekte hij ivoren beeldjes -mammoet en paard- en een opmerkelijke proeve van graveerwerk. De datering van de tientallen voorwerpen kwam uit op 30000 tot 40000 jaar oud. En Riek vond dat tussen schedels, botten en een onderkaak, die zonder twijfel aan moderne mensen hebben toebehoord.

Maar er klopt iets niet, melden archeologen nu in Nature. Zij hebben uit de mensenbotten van Vogelherd wat restantjes bindweefsel weten te peuteren en met de radiokoolstofdatering nauwgezet de ouderdom bepaald. Wat blijkt: alle botten zijn 'maar' tussen 3500 en 5000 jaar oud.

Schijnbaar zijn hier moderne mensen terechtgekomen tussen de nalatenschap van vroegere grotbewoners. En die is echt veel ouder. De 26 dateringen van de vele dierenbotten die naast de voorwerpen zijn gevonden, wezen alle op plus 30000 jaar.

Kortom, ook in Vogelherd druipt de moderne mens af als de zekere uitvinder van de vernieuwde gereedschapskist en de eerste kunstzinnige uitingen. Misschien was hij het, misschien ook niet. Zouden, speculeren de onderzoekers in Nature, de verguisde Neanderthalers wellicht dit vernuft in huis hebben gehad?

Hun laatste vertegenwoordigers liepen tot ongeveer 30000 jaar geleden nog in deze contreien rond, dat staat vast. En hun botten zijn op een vindplaats in Kroatië ooit aangetroffen tussen ontwikkelde werktuigen. Maar één bewijs is geen bewijs. De archeologen weten het niet, ze wachten op nieuwe vondsten.

En mogelijk blijkt er dan toch postuum een bedankje in de richting te moeten van die 'onooglijke prehistorische domkop', de Neanderthaler.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden