Preekverschillen tussen Durham en Naarden

DURHAM - Over een thema als 'heiligheid' zou menig predikant liever zwijgen dan preken. Maar een preekwedstrijd is op zo'n manier niet te houden; de jury van hoofdzakelijk andere predikanten was woensdag immers niet naar de kathedraal van Durham getogen om te zien hoe mooi de vijf finalisten konden zwijgen.

Voor de derde keer werd in Groot-Brittannië de prijs uitgereikt voor 'predikant van het jaar'. Ditmaal vond de plechtigheid plaats niet in Londen, maar in Durham, een oud stadje in het noordoosten van Engeland, beroemd om zijn kathedraal, die wel wordt gerekend tot de tien mooiste bedehuizen op aarde.

Heiligheid: het onderwerp maakt predikers verlegen en doet toehoorders ongemakkelijk schuiven op de harde banken. Heilig? Wie, waar? De reusachtige ruimte van de kathedraal, die al zoveel eeuwen de graven van de heilige Cuthbert en van de kerkleraar Beda Venerabilis herbergt, geeft voor de helft zelf het antwoord. Tussen de sobere muren en de enorme pilaren huist de heiligheid die zoveel eeuwen in Northumbrië gedijde; in deze kerk hebben duizend jaar lang adel en geestelijken, elite en paupers gebeden en samengezworen, gehuicheld en gezongen. Aan drie kanten ligt ze omspoeld door de rivier de Wear, als op een eiland, maar net niet. Bijna ontrukt aan het platte dagelijkse, maar toch niet heus. De bezoeker krijgt bij binnenkomst niet te lezen over Cuthbert of Beda of over Godric, die zich verderop als negentig, honderdjarige dagelijks in de ijskoude Wear liet zakken om de ontuchtige gedachten te verdrijven. Geen stichtelijk woord, maar meteen een aanmaning om gul te geven, want het onderhoud van het monument kost wel 5.000 pond per dag.

Heiligheid lijkt los niet verkrijgbaar; als pure verhevenheid blijft ze buiten bereik en dwarrelt ze slechts in flarden alledaagsheid en middelmatigheid naar beneden. Dat valt misschien extra schrijnend op als in zo'n ruimte die roept om eeuwige muziek een wel zeer oneeuwig gospelcombo jengelt. En ook als vanaf de kansel geen heilige bevlogenheid de pilaren en fundamenten en het glas-in-lood doet trillen, maar vijf gewone dominees in alle bescheidenheid meedingen naar de preektrofee.

Goed preken. In Engeland is het College of preachers een vereniging van, maar vooral vóór mensen die deze hachelijke kunst regelmatig bedrijven. Een hachelijke kunst, want het hoort bij een ambt, ook al wordt het talent ervoor niet zomaar meegegeven - zoals de onderwijzer die met de kinderen moet zingen, ook al zou het voor de Kunst beter zijn van niet.

Engeland heeft een grote oratorische traditie. De mensen weten er misschien meer dan in Nederland de verzorgde omgang met de gesproken taal te waarderen. Parlement, kansels en leerstoelen hebben fenomenale artiesten van het gesproken woord bezig gezien. Maar er zijn ook daar maar weinigen uitverkoren. En menig Britse kerkleider heeft de neergang in de kerk de laatste jaren geweten aan de teloorgang van dit ambacht.

Het College of preachers doet er met zijn cursussen wat aan. Stan Evans van het College kreeg enkele jaren geleden het idee van een preekwedstrijd. Gefronste wenkbrauwen van andere leden: een wedstrijd? Is er in onze wereld al geen competitie en concurrentie genoeg? “Daarom noemen we het geen wedstrijd, maar een festival,” legt hij uit aan Trouw. “Een feestelijke samenkomst van predikers en luisteraars, om deze vorm van communicatie te vieren en te bevorderen.” Evans bevestigt dat de gerenommeerde preektijgers uit het land hun neus ervoor ophalen. De 250 inzendingen van dit jaar kwamen van gewone, gemiddelde pastores en leken, die regelmatig moeten preken en die soms ook met de handen in het haar zitten hoe ze in hemelsnaam dan wel de mensen kunnen bereiken.

Evans vond voor zijn idee indertijd een willig oor bij het dagblad The Times, dat als vaste sponsor dient; eerst wel, toen weer niet, maar volgend jaar weer opnieuw looft het blad voor de winnaar behalve de trofee ook een bonus uit van duizend pond. Anders dan bij de preekwedstrijd van Trouw had het dagblad geen bemoeienis met de bepaling van het thema of de beoordeling; dat was geheel in handen van de preachers zelf. En die maakten er werk van: de dertig van de shortlist werden allemaal in situ beluisterd om tot de keuze van de finalisten te komen.

“Het is gewoon heel leuk om mee te doen”, aldus Paul Walker in een gesprek kort voor de plechtigheid. Bij het testen van het geluid geven de vijf elkaar goede raad: harder, langzamer. De competitie is dat iedereen het zo goed mogelijk moet doen. Later gaat Walker met de eer strijken en daarmee ging de prijs naar degene met de meeste grappen.

Toeval? Bij de criteria komt de vraag naar humor, een moment van lichtheid, een kwinkslag tussendoor alstublieft, niet voor. 'Was er een heldere boodschap? Werd de aandacht vastgehouden? Werd men zowel naar verstand als hart aangesproken? Werden voorbeeldjes effectief gebruikt? Was er een evenwicht tussen theologie en toepassing? Was de predikant persoonlijk betrokken bij het verhaal en sprak er iets van God doorheen?', zo stond het in het draaiboek van de jury.

Over hoe zij ermee hadden gewerkt zweeg voorzitter Joan Bakewell bij de bekendmaking van de winnaar. Tegenover The Times zei zij dat Walker “een warm gevoel” bij zijn gehoor had losgemaakt, “het geloof van de mensen weer een beetje had opgepept”. Misschien niet zo'n wonder, dat warme gevoel, want Walker had een bus met aanhang meegebracht.

De krant wist verder te melden dat alle vijf toespraken van 'uitzonderlijke kwaliteit' bevonden waren. Dat was de verslaggevers van Trouw niet opgevallen en was ook een wonderlijke constatering naast Stan Evans' waarneming van gewoon en gemiddeld. Het is misschien ook een hart onder de riem van de prekers in de Lage Landen, dat bij de preekwedstrijd in juni in Naarden het preekniveau bepaald niet onderdeed voor dat nu in het zoveel meer belovende Durham. Wat betreft liturgische aankleding en allure reikte 'Naarden' daarentegen niet verder dan de feestelijke uitstraling van droge gort.

Hoe aardig Walkers' voordracht ook was, hoe hard hij ook geschaafd had aan zijn grapjes en anecdotes, zijn aanpak behield iets meligs. Heiligheid zoeken niet in de wolken maar in het alledaagse; één wisecrack verder en alledaagse middelmatigheid is tot heiligheid verklaard.

Dan toch liever de heiligheid in zwijgen, althans zonder gepreek. De festivalgangers moesten voor vijven weer de kerk uit zijn om plaats te maken voor de dagelijkse Evensong. Het kathedrale koor van mannen en onbedorven jongensstemmen zong in muziek van de eeuwen de psalmen, over hoe ontzettend onmiddelmatig het Gods vijanden zou vergaan en dat tenslotte Gods oude dienstknecht Simeon het heil en het licht had gezien en nu wilde gaan in vrede.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden