Preek tegen teksten die jodenhaat oproepen

Weet dominee niet wat hij met Israëlzondag aanmoet? Prof. Pieter van der Horst weet raad: lees de teksten voor uit het Nieuwe Testament die oproepen tot jodenhaat, en preek daartegen.

Kerk, wetenschap en politiek ’zwijgen over Israël en het groeiende antisemitisme’ en veel predikanten en gemeenten ’weten op Israëlzondag niet wat te doen en doen daarom maar niets’. Reden voor het Appèl Kerk en Israël (zie inzet) om, al was het maar voor een middag, dit ’oorverdovende zwijgen’ te doorbreken.

Een opdracht die de sprekers afgelopen maandag, voor een gehoor van meer dan honderd belangstellenden in de Maranathakerk in Driebergen, op het lijf geschreven was. Ds. Sjirk van der Zee, dr. Geert Cohen Stuart en prof. Pieter van der Horst hebben alledrie een warm kloppend hart voor Israël, zonder overigens aan het lot van de Palestijnen geheel voorbij te willen gaan. Zo zijn ze het erover eens dat de muur die Israël bouwt ’verschrikkelijk’ is (Van der Zee), dat het een ’hartverscheurend drama’ is dat Palestijnen hun bezit en werk kwijtraken (Van der Horst) en een ’politieke fout van de Israëlische regering’ dat de muur over Palestijns gebied loopt (Cohen Stuart).

En toch, zeiden ze even eendrachtig, is die afschuwelijke muur begrijpelijk en nódig. Er mag dan maandag, voor het eerst in maanden, weer een zelfmoordaanslag zijn gepleegd – dit keer in de badplaats Eilat – feit is dat het aantal aanslagen op Israël sinds de muur sterk is gedaald.

Kijkend door de bril van zijn leermeester Eli Wiesel, overlevende van de Shoah en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede (1986), waarschuwde Van der Zee voor de ’onverschilligheid van de toeschouwer’. Wiesel noemde onverschilligheid de verraderlijkste van alle gevaren.

Meteen na de Tweede Wereldoorlog sloeg de onverschilligheid jegens de Joden alweer toe in de kerk, memoreerde Van der Zee. In haar pinksterboodschap van 1945 propageerde de synode van de hervormde kerk de opbouw van een nieuwe samenleving op grondslag van de christelijke gerechtigheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid. „Dat betekende in de praktijk zorg voor de arbeiders die uit werkkampen in het buitenland terugkeerden. En de Joden? Daar werd over gezwegen. De terugkerenden uit de concentratiekampen zagen zich geconfronteerd met een ’kleine Shoah’.”

Het duurde vele decennia voordat de notie van een ’onopgeefbare verbondenheid’ met het volk Israël in de kerkorde belandde. En dan nog: „Hebben wij de Joden eigenlijk gevraagd wat zij daarvan vinden? Zitten zij wel te wachten op onze verbondenheid? Auschwitz is niet vergeten.”

Om nieuwe wegen in te slaan, zei Van der Zee, is een ’boetvaardige theologie’ nodig. „Als het theologische en kerkelijke bedrijf doorgaat alsof er niets gebeurd is, hebben wij alle recht op voortbestaan verspeeld. Vergeet niet wat Eli Wiesel zei: ’Ernstige christenen weten dat niet het Joodse volk stierf in Auschwitz, maar het christendom’.”

Cohen Stuart, de vroegere ’lastige’ luisterpost van de hervormde kerk in Jeruzalem, staat bekend om boude uitspraken en deed ook nu die reputatie eer aan. Over Israëlzondag, de eerste zondag in oktober: „Als de synode zich op de vlakte houdt, wat moet je dan als dominee? Vier dan dierendag in plaats van Israëlzondag – dat is veel aaibaarder. Ook Hitler was heel lief voor zijn hond.”

En over de ontwikkelingen in de theologie: „Miskotte, Berkhof en Flesseman-Van Leer stonden aan de basis van wat werd gezien als het ontluiken van een nieuwe lente voor het christendom. Wat is daarvan over? Prof. Bram van de Beek, die zegt dat de Joden zich moeten bekeren tot Christus. We gaan terug naar vóór Auschwitz! Het anti-judaïsme is nog steeds springlevend.”

Waar is het Israël-elan gebleven, vroeg Cohen Stuart zich af. „Hoe groter de doodsstrijd van Israël lijkt te worden, des te meer kijkt de wereld weg. Niet God is ontrouw aan zijn volk, maar die brave dominees die dierendag vieren.”

Van der Horst, onderzoeker Nieuwe Testament en vroege jodendom, die vorig jaar juni van het Utrechtse Universiteitsbestuur ettelijke pagina’s over islamitisch antisemitisme moest schrappen uit zijn afscheidsrede, deed als enige de in verlegenheid verkerende dominees een concrete handreiking: ga op Israëlzondag preken tegen de teksten in onze eigen Heilige Schrift die het haten van Joden effectief rechtvaardigen.

Het Nieuwe Testament bevat er meer, hij noemde de drie meest saillante. „De ergste is Johannes 8, vers 44. Daar zegt Jezus tot de Joden dat zij de duivel tot vader hebben. Dan 1 Thessalonicenzen 2, vers 15, waar Paulus schrijft dat de Joden Jezus hebben gedood en daarom God mishagen en vijandig staan tegenover alle andere mensen. Tenslotte de beruchte tekst uit Mattheüs 27, vers 25, ’Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen’.”

De mate van onheil die in de loop der eeuwen door deze teksten is aangericht, is volgens Van der Horst met geen pen te beschrijven. „Talloze Joden en Jodinnen zijn met een beroep op deze passages vermoord.” Daarom, en om te voorkomen dat bij ’eenvoudige gelovigen’ een gedemoniseerd beeld van de Joden en het jodendom kan ontstaan, moeten deze teksten op de bijbelleesroosters van de kerken blijven staan, moeten ze worden voorgelezen en moet er niet over maar tegen worden gepreekt.

„We moeten de gemeenteleden laten zien dat die teksten nooit geschreven hadden mogen worden en dat Johannes, Paulus en Mattheüs dat inmiddels ook met ons eens zouden zijn.” Pas als Israëlzondag wordt gebruikt om tegen deze gevaarlijke bijbelteksten te preken, „krijgt die dag écht inhoud”, vindt Van der Horst, „en dan pas geven we écht blijk van onze onopgeefbare verbondenheid met het Joodse volk.”

Ook de theologische faculteiten, waar studie van de judaïca gevaarlijk marginaliseert, zullen wat hem betreft de hand in eigen boezem moeten steken. „Zij moeten hun studenten zo opleiden dat die, gewapend met grondige kennis van het jodendom, in staat zijn de mensen die aan hen worden toevertrouwd weerbaar te maken tegen jodenhaat.”

En wat doen de kerken, wereldwijd, om hun verbondenheid met Israël in de huidige benauwende situatie tot uitdrukking te brengen? Het beeld is treurig, constateert Van der Horst. Nog steeds komt in protestantse, katholieke, en zeker in pinkster- en oosters-orthodoxe kerken jodenhaat voor. Op zijn vraag onlangs aan een Grieks-orthodoxe theoloog, waarom zij zich niet met de studie van het jodendom bezighouden, kwam de tegenvraag ’waarom zouden we?’. „Bijvoorbeeld om Jezus beter te begrijpen, die immers zelf Jood was”, probeerde Van der Horst. Waarop de theoloog de even oprechte als verbijsterende reactie gaf: ’Dat geloof je toch zelf niet!’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden