Huldiging van de Feyenoord-spelers op het bordes van het stadhuis aan de Coolsingel in 1970.

Reconstructie50 jaar later

Precies vijftig jaar geleden: De gelukzalige dagen van de Europacupwinst van Feyenoord

Huldiging van de Feyenoord-spelers op het bordes van het stadhuis aan de Coolsingel in 1970.Beeld ANP

Vandaag vijftig jaar geleden won Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europacup voor Landskampioenen. Dat bracht voor Rotterdam onvergetelijke dagen met zich mee. 

Woensdag 6 mei 1970 zat ik om een uur of vier ’s middags met een kopje thee in de tuin van mevrouw Ras. Dat was niet eerder ­gebeurd. Spontaan een kopje thee drinken met een overbuurvrouw, die niet meer was dan een goede kennis van mijn moeder. Als ik er nu op terugkijk, was het best gezellig in die tuin. Mevrouw Ras, een nuchtere Rotterdamse van destijds achter in de zestig, had niets met voetbal en dat was precies de reden waarom ik spontaan bij haar had aangebeld. Wat zij niet voelde, maar ik wel, was de spanning en de gekte die ons, Rotterdam en in het bijzonder Zuid, in de avonduren volledig in hun greep zouden hebben.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat mijn moeder eerder die middag, nogal tegen haar gewoonte in, chagrijnig had opgemerkt of ik niet een uurtje de deur uit wilde. Ik was erg druk, voornamelijk aan het zeuren en niet voor rede vatbaar, verweet ze me. “Je lijkt wel niet wijs”, ging ze voorbij aan de gevoelsmatig penibele situatie, waarin ik al dagenlang verkeerde. Schuldbewust zocht ik naar tijdelijke afleiding. Een kortstondige vlucht naar een wereld, die weliswaar niet mijn wereld was, maar waarin ik Feyenoord voor een uurtje uit mijn hoofd kon zetten.

Want daar draaide het op 6 mei 1970 allemaal om: de Europacup-finale voor landskampioenen in het San Siro-stadion in Milaan ­tussen het Schotse Celtic en Feyenoord. Ons Feyenoord, dat als eerste Nederlandse club die cup kon winnen, waar rivaal Ajax een seizoen eerder deze mogelijkheid onbenut had gelaten.

Dat ik er niet bij kon zijn daar in Milaan, voelde voor mij onrechtvaardig

Nee, fysiek was ik niet in Milaan. Ik zat op de middelbare school en was dat niet het geval geweest, dan zou ik het hoogtepunt in Feyenoords historie evenmin hebben bijgewoond. We hadden er thuis eenvoudig het geld niet voor. Mijn hart lag wel op het Milanese Piazzo del Duomo, het Domplein, waar in de aanloop naar de finale twintigduizend Feyenoorders en evenzoveel Schotten de sfeer opschroefden, terwijl ik in de tuin van mevrouw Ras aan de thee lurkte. Dat ik er niet bij kon zijn daar in Milaan, voelde voor mij onrechtvaardig. Dat was het niet. Ik ben er van overtuigd dat ik na eindeloos drammen en zaniken een kansje bij mijn vader had gemaakt, als zijn spaarrekening beter gevuld was geweest. Zijn voetbalhart was er groot genoeg voor. Mijn moeder daarentegen zou het reisje voor het ‘goede doel’ resoluut hebben afgewezen. Een 16-jarige ‘alleen’ met twintigduizend anderen naar het, in de ogen van toen, verre Milaan? Nou, vergeet het maar. ‘Je hebt nog tijd genoeg in je leven om naar Milaan te gaan’, zou ze hebben gezegd.

De legendarische linksbuiten Coen Moulijn op het bordes van het Rotterdamse stadhuis aan de Coolsingel tijdens de huldiging op 7 mei 1970. Beeld ANP

Alle thuiswedstrijden van Feyenoord in dat Europacup-seizoen had ik lijfelijk aanschouwd. Er zat zelfs één uitwedstrijd bij, ­tegen KR Reykjavik, maar die werd óók in de Kuip gespeeld, omdat de IJslanders na een blamerende 12-2 nederlaag in het eerste duel in Rotterdam vanwege de recetteopbrengst financieel wijzer werden van die omzetting. Hierna volgde het échte werk. Europacup-winnaar AC Milaan werd in de Kuip opzij gezet met goals van mijn favoriet Wimpie Jansen en Willem van Hanegem. Bij de tweede en beslissende goal voelde het op vak DD, waar ik zat, alsof het Legioen veranderde in een wild fladderende onontdekte dinosaurus. Juichen, over elkaar heen tuimelen, springen en eindigen met de hoed van mijn buurman in de hand.

Na AC Milaan volgden Vorwärts Berlin en Legia Warschau. ’s Nachts vanaf twee uur met een paar honderd ‘lotgenoten’ bij een van de voorverkoopadressen in de rij voor een kaartje. Ik koos telkens voor sigarenmagazijn De Vries op de Groene Hilledijk. Níét voor de een eindje verderop in de Polderlaan gevestigde sigarenwinkel van Rinus Israël, waar de toeloop nóg groter was. De Vries was een voornamelijk zwijgende, in mijn herinnering in grijs colbert gestoken heer. Met zijn brede postuur en borstelige wenkbrauwen maakte hij indruk op mij. Hij boezemde ontzag in. Achteraf vermoed ik dat dit mede kwam doordat mijn lot, wel of niet een kaartje, volledig in zijn handen lag. Het idee dat hij net als ik aan de beurt was, zou zeggen: ‘Ze zijn op’! Dat spookbeeld hield mij uit de slaap, met als voordeel dat ik moeiteloos in het holst van de nacht naar de Groene Hilledijk snelde.

Eenmaal thuis kuste ik het kaartje menig maal

De Vries opende stipt om 8 uur. In de tussenliggende uren schalde vanuit de wachtende rij in de stilte van de nacht meermaals uit de honderden kelen het ‘Hand in hand, kameraden’. Onderwijl knoopten uit de slaap gehouden omwonenden sneetjes ontbijtkoek aan een touwtje en lieten dat vanuit hun vensterraam boven de supportersschare vieren, telkens tot een van hen onder veel gejuich raak hapte. Zodra op de prille zaterdagochtend het wachten eindelijk was beloond met een kaartje, dat De Vries van een rol afscheurde alsof het nota bene een postzegel betrof, kon ik hem als het ware een zoen geven. Uiteraard liet ik dat na, maar eenmaal thuis kuste ik het kaartje menig maal.

Zo leefde heel Rotterdam op ieder zijn of haar eigen wijze toe naar de finaledag. Terug van de theevisite bij mevrouw Ras nam ik in mijn slaapkamer verscheidene maatregelen die de kans op een voor Feyenoord goede afloop zo veel mogelijk moesten vergroten. De eerste maatregel was het voetbalbroekje, dat ik als junior van Zwart-Wit ’28 had, gelijkmatig over het lampekapje in mijn kamer hangen. De tweede was een fles Royal Club Tonic en een fles gazeuse onder mijn bed zetten, in posities waarvan ik vermoedde dat die de juiste waren. Ongelukkig bijgeloof! Foute boel, want Tommy Gemmell zette na 28 minuten de 0-1 op het scorebord. Ogenblikkelijk heb ik ingegrepen. Als een zot ben ik de trap opgerend, heb mijn voetbalbroekje herschikt en de fles gazeuse terug naar de keukenmand gebracht. Of deze ingreep doorslaggevend was, valt niet te bewijzen, maar onweerlegbaar is dat wel­geteld vier minuten na de openingsgoal Rinus Israël de gelijkmaker binnen kopte en dat de Zweedse spits Ove Kindvall in de zeventiende minuut van de noodzakelijk geworden verlenging ‘ons’ de historische winst bezorgde.

De Zweedse aanvaller Ove Kindvall scoort in de verlenging het tweede en beslissende doelpunt voor Feyenoord. Beeld ANP

Rotterdam: wat een gelukzalige dag, avond, nacht en weer dag kenden we op de zesde en zevende mei 1970. Mijn evenals Willem van Hanegem oorspronkelijk uit Breskens afkomstige neef Camiel, die achteraf bezien precies op tijd naar de Jonker Fransstraat in Rotterdam was verhuisd, kwam ons tegen middernacht thuis feliciteren. Met zijn Citroën – model ­Lelijk Eendje – reden we samen naar de Coolsingel. De verzamelde menigte vormde er een haag, van waaruit de stapvoets rijdende auto’s van links naar rechts werden geduwd en soms zelfs opgetild. Gezang, honderden rood-witte vlaggen en een eindeloze stoet van claxonerende auto’s vulden het centrum. Op wat vuurpijlen boven de stad na was er nauwelijks vuurwerk. De Hofpleinvijver stroomde vol en over.

En de politie? Die was er wel, maar bleef werkloos. Of toch niet helemaal. Voorzien van rozetten lieten de platte petten zich tot ieders vermaak lachend jonassen. Na terugkeer op Zuid hebben Camiel en ik nog een afzakkertje genomen in café De Kuip in de Riederlaan. Waarna een kort nachtje volgde.

Het was niet alléén de winst van Feyenoord die aanleiding gaf voor euforie

De vreugde in de stad deed oudere Rotterdammers denken aan het bevrijdingsfeest na de Tweede Wereldoorlog. Het was niet alléén de winst van Feyenoord die in de harten telde en die aanleiding gaf voor euforie. Misschien was het nog meer de trots op hún stad, die nog maar dertig jaar eerder zo zwaar door oorlogsgeweld was getroffen en die nu dan toch maar mooi weer op de Europese kaart stond. Met dank aan Feyenoord. Op Hemelvaartsdag, 7 mei, stroomden tweehonderdduizend mensen naar de Coolsingel, het Stadhuisplein, Hofplein en wijde omgeving, om de cup met eigen ogen te zien en spelers en coach Ernst Happel bij hun terugkeer uit Milaan toe te juichen en te huldigen. Zo massaal was de belangstelling dat hun vliegtuig moest uitwijken naar Schiphol, omdat de landingsbanen op Zestienhoven vol stonden met uitzinnige supporters.

Zelf stond ik met een jeugdvriend uit de straat vanaf half tien op de Coolsingel. Recht voor het stadhuis met prima uitzicht op het bordes waar de Europacupwinnaar zijn opwachting zou maken. We waren niet de eersten. Het weer was broeierig, warm. De spelers zouden om twee uur of hieromtrent in Rotterdam aankomen maar het noodgedwongen uitwijken naar Amsterdam veroorzaakte een forse vertraging. Het gaf niks. In de massa en door dorst, trek en emoties overmand, kregen her en der mensen last van flauwtes. Ze werden opgelapt met vlugzout, ik meen van het Rode Kruis. Er werden flesjes water uitgedeeld. Onderwijl zette het Legioen telkens het ‘Hand in hand’ in en het ‘Wie heeft er weer een goal gescoord?’ Zelf heb ik slechts mijn ogen de kost gegeven. Zolang ze tenminste niet betraand waren.

Terugkijkend op die dagen en met de kennis van decennia later was het heel bijzonder dat zich geen incidenten voordeden. Géén rellen, géén vernielingen, géén agressie. Alleen oprechte vreugde en saamhorigheid. Ongeveer zeven jaar nadat ik voor het eerst aan de hand van mijn vader mee mocht naar de Kuip, ging in die twee dagen mijn verliefdheid op Feyenoord over. Ze maakte plaats voor ‘houden van’, tot mijn dood ons ooit scheidt.

Lees ook: 

Voetbalfans over de competitie: ‘Bij de KNVB zullen ze héél creatief moeten zijn’

Het lijkt bijna uitgesloten dat de voetbalcompetities nog worden afgerond dit seizoen. Is er dan een kampioen? Kunnen clubs promoveren? Vier verstokte fans aan het woord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden