interview

Precies twintig jaar geleden vond Freddy Vaatstra zijn zus in een weiland. Sindsdien beheerst de moord zijn leven.

Freddy Vaatstra, de broer van de in 1999 verkrachte en vermoorde Marianne (16) uit Zwaagwesteinde Beeld Reyer Boxem

Vandaag precies twintig jaar geleden werd de zestienjarige Marianne Vaatstra verkracht en vermoord gevonden in een weiland bij Veenklooster. In 2013 werd na een grootschalig DNA-onderzoek Jasper S. uit Oudwoude aangehouden. Twintig jaar na de moord vertelt Mariannes oudste broer Freddy (56) over het verschil tussen wél en niet weten wie de dader is. Over de zware jas die hij heeft uitgetrokken.

Trots laat Freddy Vaatstra zijn huis zien in De Westereen (in het Nederlands: Zwaagwesteinde). Waar vroeger de tuin was, bouwde hij een tweede woonkamer, zodat iedereen kan kiezen waar hij wil zitten, zodat de bonusdochters voor de tv kunnen chillen als er bezoek komt waar ze geen zin in hebben. Of andersom natuurlijk. Een bank, veel hout, een grote eettafel, lampen aan stoer touw. Een houtkacheltje, want hij wil het wel lekker warm kunnen stoken. 

Exact tien jaar geleden had hetzelfde huis voor hem echter een heel andere gevoelswaarde. Toen woonde Freddy hier ook. Althans, zijn moeder woonde er. En hij was weer bij haar ingetrokken, nadat zijn wereld was ingestort. Hij had zijn vrouw en zijn werk verloren, zijn rijbewijs moeten inleveren en was in de schuldsanering beland. Alles ging mis. Niets kon hem nog wat schelen. Het was de ultieme vernedering, zegt hij: op je 46ste weer bij je moeder intrekken.

Uiteindelijk vallen al die tegenslagen terug te voeren op die ene dag. Die zaterdagochtend vroeg, 1 mei 1999, toen hij zijn zusje Marianne zag liggen in een weiland bij Veenklooster. Die morgen rond half zeven had zijn moeder hem wakker gebeld. “Marianne is net thúskaam”, “Marianne is niet thuisgekomen.”

De scholiere was die Koninginnedag gaan stappen in Kollum. Met haar vriendje en beste vriendin Aafie was ze in de Ringobar geweest. Die is ergens bij vrienden blijven hangen, dacht Freddy in eerste instantie. Marianne nam eigenlijk altijd een taxi en dat zou ze dit keer ook doen. Haar vriendje zou in elk geval zorgen dat ze veilig thuiskwam. Dat had hij beloofd.

Vóór de moord op Marianne was Freddy net min of meer opgekrabbeld na een hectische periode. Hij was getrouwd op zijn negentiende, had twee kinderen gekregen, en op zijn 34ste – twee jaar voor de moord – gescheiden. “En dan begin je te léven”, zegt hij over die tijd. Hoe dat eruitzag? Veel werken, hard werken. Elk weekend op stap met vrienden. “Mijn jeugd inhalen. Een leuke tijd hoor, maar uiteindelijk houd je dat natuurlijk niet vol.”

Het vaarwater bedaarde. Freddy kreeg een nieuwe relatie, kwam wat tot rust. Hij weet nog precies wat hij op donderdag 29 april, 1999 tegen zijn vriendin zei: Dit weekend wordt fantastisch. Koninginnedag viel op een vrijdag, een lekker lang weekend. En er was prachtig weer voorspeld.

Wat bisto kâld

Maar toen, 1 mei, die zaterdagochtend, dat telefoontje. Die autorit, de route die ze genomen moest hebben. De vriendengroep op het fietspad langs de Keningswei. Zijn vader en een politieagent in het weiland. Het lichaam van zijn zusje, half voorover, half ontkleed. “Famke, famke, wat bisto kâld”, zei vader Bauke. “Meisje, meisje, wat ben je koud.”

Freddy: “Dan ga je in de overlevingsmodus.”

De broers en zussen moesten gebeld, onderweg stopten hij en zijn vader bij de benzinepomp waar een zus werkte, toen naar huis. Mem zat op de bank, grote vragende ogen, ze wist nog van niets. “Toen we het vertelden viel ze flauw.”

Je wordt geleefd, zegt Freddy. Hij praat bedachtzaam, laat stiltes vallen. “Er moest van alles geregeld worden. Politie, Openbaar Ministerie, vrienden, journalisten, iedereen wil je spreken. Aan je verdriet kom je niet toe.”

Onzekerheid

Freddy vluchtte. Dat heeft hij veel gedaan na de dood van zijn kleine zusje, vertelt hij. Altijd maar bezig zijn. Zo lang mogelijke weken draaien. Jezelf uitputten. Nog maar iets erbij gaan doen. Leider worden van de voetbalclub. Alles om maar niet te hoeven nadenken. Slapen deed hij amper. Hij werd ook onverschillig, ging rijden met drank op achter het stuur. Wat maakte het uit? Hij werd gesnapt. Moest zijn rijbewijs inleveren. Zijn huwelijk strandde, zijn zaak liep op de klippen, het huis moest verkocht. De schuldsanering. En weer bij mem intrekken.

Lange jaren van onzekerheid volgden. Van vragen. Wie had zijn zusje vermoord? En waarom? Het niet-weten, zegt hij, doet dingen met je hoofd. “Ik had een beeld van de dader. Een grote, sterke man. Als ik mannen tegenkwam die aan dat beeld voldeden, op straat, in de kroeg, dacht ik: zou hij het zijn? Of hij? Elke keer als ik iets las, iets op het nieuws hoorde. Een fiets gestolen, een meisje aangerand. Steeds weer die gedachte: zou het hem zijn?”

Ze overleefden, zegt hij: hijzelf, zijn broer en zussen, zijn ouders. Horten, stoten, vallen, opstaan. Iedereen op zijn eigen manier. Zijn ouders raakten elkaar kwijt in hun verdriet. Na 44 jaar huwelijk gingen ze uit elkaar, ze konden elkaar niet meer bereiken. “We vierden wel verjaardagen”, zegt Freddy. “Ergens ging het leven ook door. Maar het was altijd met een stempel.”

Het werd zondag 18 november 2012, Freddy lag al in bed toen de telefoon ging. Zijn zus. Er is nieuws, zei ze, het OM, een DNA-match, honderd procent. Een aanhouding. Jasper S. bekende vrij snel. Van het ene op het andere moment sliep hij weer goed, zegt Freddy. “Alsof ik een zware jas uittrok.”

Het graf van Marianne Vaatstra Beeld ANP

De vragen, de gedachten, ze waren weg. “Het wéten verandert je denkwijze. Ik kan natuurlijk alleen voor mezelf spreken, we doen het allemaal op onze eigen manier. Maar ik merk dat ik nu weer aan de toekomst denk. Vooruit kijk.” Hij merkt het ook bij zijn broer en zussen, zegt hij, het stempel op de verjaardagsfeestjes is verdwenen, alsof er een mist is opgetrokken. “We gaan anders met elkaar om. Losser, ontspannener ook.”

Moeder Maaike woont nu kleiner, verderop in het dorp, alle kinderen kwamen helpen en op één dag verhuisden ze haar. Op wat kwalen na maakt ze het redelijk goed. Ze fietst nog, komt geregeld langs voor een bakkie bij haar oudste kind, in haar oude huis.

Ook vader Bauke, die al die jaren de media bleef zoeken, heeft een zekere rust gevonden, zegt Freddy. “Hij is 81, begint wat moeilijker te lopen, maar is nog prima bij de pinken. Als ik op die leeftijd nog zo ben – ik teken ervoor.”

Vertrouwen

Het gaat goed met Freddy. Ook zijn band met zoon Bouke-Geert en dochter Hammie werd beter, zegt hij. “Tussen 1999 en 2012 ben ik duidelijk tekort geschoten als vader en voorbeeld. Vanaf de aanhouding van Jasper S. is die band zich stukje bij beetje gaan herstellen. Nu is die weer zoals hij hoort te zijn: onvoorwaardelijk geloof en vertrouwen in elkaar.”

Het weten wie de dader was bleek ook een drijfveer om zijn leven weer op te pakken. Het werd de impuls voor een carrièreswitch. Twee jaar geleden stopte hij als huisschilder en ging hij mensen begeleiden met een afstand tot de arbeidsmarkt. De verandering maakt hem blij, geeft hem voldoening. “Ze zeggen dat ik een natuurlijk overwicht heb”, knipoogt hij. “Ik denk wel dat de hele geschiedenis me meer mensenkennis heeft gegeven. Meer inzicht. Ik ben ook gevoeliger geworden, alsof ik betere voelsprieten heb gekregen voor andermans leed.”

Er kwam ook een nieuwe liefde: Anita. Vorig jaar trouwde hij met haar, nadat hij haar tijdens een vakantie op de Malediven een aanzoek had gedaan. Ze mengt zich even in het gesprek. “Volgens mij had je die voelsprieten altijd al”, zegt ze tegen hem. “Maar drukte je die kant van jezelf weg in je verdriet.”

Grote broer

Marianne was een nakomertje, ze scheelde twintig jaar met Freddy. Ze was het zonnetje in huis, altijd vrolijk, veel vriendinnen. Soms kwam ze bij Freddy thuis naar muziek luisteren, want bij haar grote broer mocht de stereo tenminste lekker hard. En ze deed wel eens klusjes voor hem, waste zijn auto en verdiende zo een zakcentje bij. Maar hij stopte haar ook zó wel eens wat toe.

Ze had zin in het leven, in de toekomst, zou eindexamen doen en naar de kappersschool gaan. Zesendertig zou ze nu zijn, net zo oud als Freddy was toen hij haar vond. Maar Marianne bleef voor altijd zestien. Gestold in de tijd.

Dochters

Freddy’s eigen dochter Vera, uit zijn tweede huwelijk, is nu zeventien. Toen zij, en ook de dochters van Anita, voor het eerst op stap gingen, maakte dat hem best onrustig. Hoe oud ze ook zijn, en hoe laat het ook wordt, de meiden melden zich altijd even als ze thuiskomen.

Kijk, zegt hij, gebarend in de woonkamer van het huis waar hij op het dieptepunt van zijn leven woonde bij zijn moeder: “Hier was een muur. Die hebben we eruit gebroken. Nu komt er veel meer licht binnen.”

Freddy Vaatstra spreidt zijn armen. “Dit is thuiskomen”, zegt hij. “Als de basis goed is, geeft dat rust.” Maar toch, erkent hij. Het verdriet gaat nooit over. “Over vijf jaar komt Jasper S. vrij. Ik hoop dat-ie zo ver mogelijk van hier gaat wonen.

Lees ook:

Boer bekent moord op Marianne Vaatstra

Een verrassing was het niet, maar de bekentenis van Jasper S. dat hij in de nacht van 1 mei 1999 de zestienjarige Marianne Vaatstra heeft verkracht en vermoord, gaf toch een schok in het dorpje Oudwoude.

Na 14 jaar mysterie vonnis in zaak-Vaatstra

Een overzicht van gebeurtenissen in de zaak Marianne Vaatstra.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden