Precies tien jaar geleden verklaarde Kosovo zich onafhankelijk, maar het land staat er beroerd voor

Pavaresia Sopi (midden) is net als Kosovo tien geworden. Ze viert het tijdens een ceremonie voor de onafhankelijkheid op haar school in het dorp Silovi. Pavaresia betekent onafhankelijkheid. Beeld AP

Vandaag precies tien jaar geleden verklaarde Kosovo zich onafhankelijk. Dat niet de hele wereld het daar mee eens is, maakt het leven van de Kosovaren behoorlijk lastig.

Als hij op de foto gaat, zet Armend Malazogu (44) zijn petje met het wapen en het blauw met geel van de Kosovaarse vlag nauwkeurig recht. "Staat ie goed zo?", vraagt de producent in fruitsappen met een grote glimlach. Hij poseert trots, aan het begin van de middag midden in een bomvol café in de hoofdstad Pristina. Het petje heeft hij speciaal voor de gelegenheid opgezet, ook al is hij naar eigen zeggen helemaal geen nationalist. "Maar 17 februari is toch wel een bijzondere dag."

In het grootste deel van Kosovo is het feest: precies tien jaar geleden verklaarde de overgrote etnisch Albanese meerderheid zich onafhankelijk. Daaraan voorafgaand hadden de Verenigde Naties ruim acht jaar de scepter gezwaaid in de Servische provincie. Daarvoor weer, in 1999, hadden Navo-bombardementen de Servische troepen al verdreven, na een oorlog van ruim een jaar met het Kosovo Bevrijdingsleger. 

Spandoeken met de vlag en het getal tien wapperen boven de straten in het centrum van Pristina. Wellicht het bekendste Kosovaarse exportproduct, de 27-jarige populaire popzangeres Rita Ora, geeft vanavond een gratis concert. Op het plein naast het Grand Hotel, waar tijdens de oorlog het Servische leger en paramilitairen een basis hadden. Dat Ora al op eenjarige leeftijd met haar familie naar Londen verhuisde en daar opgroeide, mag de pret niet drukken: er wordt een enorme toeloop verwacht.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Flessen Frutomania in de supermarkt, Malazogu's handel. Beeld thijs kettenis

Maar snel daarna zal iedereen weer overgaan tot de orde van de dag, en dan blijft er van de jubelstemming vermoedelijk weinig over. Economisch staat Kosovo er beroerd voor. Het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking bedraagt rond 3000 euro per jaar. In Europa zijn alleen Moldavië, Oekraïne en Armenië armer. Het Nederlandse bbp per hoofd ligt, ter vergelijking, ruim twaalf keer zo hoog. Meer dan een op de vier Kosovaren zit zonder werk. Wie wel een baan heeft, moet het doen met een salaris van een paar honderd euro. 

Geen Europees land is zo jong als Kosovo: meer dan de helft van de ruim 1,8 miljoen inwoners is jonger dan 25 jaar. Zes op de tien jongeren kan geen werk vinden. Niet zo vreemd dat de meesten van hen maar een ding willen: zo snel mogelijk naar het buitenland. Nu al draait de Kosovaarse economie vooral op emigranten die geld naar hun familie thuis sturen.

"Tsja, het was niet om economische redenen dat we onafhankelijk wilden zijn. Het was uit lijfsbehoud. En ik weet niet of we het onder Servië financieel veel beter hadden gehad. Met dat land gaat het ook niet geweldig", zegt Malazogu.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld thijs kettenis

Lichtpuntje

Met zijn productie en verkoop van vruchtensappen is hij een van de lichtpuntjes in de Kosovaarse economie. Twaalf jaar geleden kocht hij van de overheid een voormalige kersenplantage in de heuvels rond het dorp Kravarica, zo'n 30 kilometer ten zuidoosten van Pristina. "240 hectare struikgewas. Het was vijftien jaar niet onderhouden", zegt hij lachend. "Water en elektriciteit waren er niet." Hij volgde agrarische en managementcursussen. Kocht er land bij. Ging ook appels, aardbeien en abrikozen verbouwen. En begon met de productie van vruchtensappen met 100 procent fruit, zonder enige toevoegingen. Het bleek een gat in de markt.

Inmiddels heeft Frutomania honderd vaste werknemers en driehonderd seizoenswerkers. Daarnaast leveren vijfhonderd boeren fruit aan het bedrijf, plus nog eens driehonderd uit het naburige Albanië. De sappen zijn in vrijwel iedere horecagelegenheid en supermarkt in Pristina te vinden. Maar Frutomania exporteert inmiddels ook naar zes landen, waaronder Zwitserland, Hongarije en Roemenië. Vorig jaar schoot de productie voor het eerst door de grens van een miljoen flessen, de gemiddelde groei bedraagt 53 procent per jaar.

Een succesverhaal, maar Malazogu loopt elke dag tegen problemen op. Die hebben te maken met de vraag: is Kosovo nou een land of niet? Want alle feestvreugde ten spijt, is Kosovo tien jaar na de onafhankelijkheidsverklaring nog steeds geen algemeen erkende staat. De Servische sporen zijn in het grootste deel inmiddels beperkt tot kerken en kerkhoven en Belgrado is er de macht kwijt, maar toch beschouwt Servië Kosovo onverminderd als eigen provincie. De Serviërs hebben daarbij de steun van bijvoorbeeld Rusland en China. Maar ook van vijf EU-landen, waaronder Spanje, die vooral bang zijn voor precedenten die onafhankelijkheidsbewegingen binnen de eigen grenzen de wind in de zeilen kunnen geven. Zo'n 110 van de 193 landen erkennen Kosovo, niet genoeg voor een zetel bij de Verenigde Naties.

Tekst loopt door onder de afbeelding

. Beeld Louman & Friso
Beeld Louman & Friso

En dat heeft allerlei praktische gevolgen. Neem het transport om de sappen te exporteren. Kosovaarse voertuigen vallen niet onder internationale verzekeringsverdragen. Die gelden alleen voor algemeen erkende landen. Met enkele buurlanden heeft Pristina weliswaar aparte overeenkomsten gesloten, maar de EU komen Kosovaarse vrachtwagens niet binnen. "Voor de export moet ik dus trucks in Servië of Macedonië huren", zegt Malazogu. Hij roept de ober en bestelt een flesje kersensap van zijn eigen merk. "Dat kost geld en dat is niet handig in een competitieve markt waarin elke cent productiekosten per liter telt."

Maar de meeste problemen die Frutomania ondervindt, hebben volgens Malazogu weinig te maken met een gebrek aan erkenning van zijn land. Meer last heeft hij ervan dat Kosovo vrijwel niets produceert. Hij schenkt de sap in een glas en wijst op het lege flesje. "Dat importeren we uit Oostenrijk. De dop halen we uit Kroatië, en het etiket uit Griekenland. Waarom worden die dingen niet in Kosovo gemaakt?"

Ook voor de financiering van zijn bedrijf loopt hij tegen grenzen op. Vrijwel de enige manier zijn leningen bij een bank. Het uitgeven van aandelen kan niet; er is geen effectenbeurs. Allemaal het gevolg van een gebrek aan economisch beleid, zegt Malazogu. De nadruk van de regering ligt te veel op de lobby voor een zetel bij de VN. "Politiek belangrijk, maar die gaat de problemen van Kosovo niet oplossen. We hebben al handelsverdragen met de EU, de Verenigde Staten en Turkije. Taiwan is ook geen lid van de VN, maar heeft een bloeiende economie. De regering moet zich veel meer bezighouden met wat er al wél kan." Hij staat op en moet ervandoor; morgen vliegt hij naar Wenen om te praten over de mogelijkheid om zijn sappen naar Oostenrijk te exporteren.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Ingevroren bessen in Malazogu's fabriek. Beeld thijs kettenis

Een paar tafels verder heeft ook Norik Spahiu (28), die werkt op de marketingafdeling van een telefoonmaatschappij, kritiek op de machthebbers - maar om andere redenen. "Mensen van mijn leeftijd willen maar een ding weten: wanneer kunnen we eindelijk net als iedereen vrij reizen?" Kosovaren zijn de enigen in de regio die nog een visum nodig hebben om de EU binnen te komen. De belangrijkste reden daarvoor is dat de regeringspartijen weigeren een eerder gesloten akkoord over het verloop van de grens met buurland Montenegro te bekrachtigen, omdat ze zeggen dat Kosovo daarbij land moet inleveren. Ook is er verzet tegen een speciale rechtbank in Den Haag, die voormalige strijders van het Kosovo Bevrijdingsleger moet gaan berechten. Een aantal van de huidige machthebbers, onder wie premier Haradinaj, zou wel eens in de beklaagdenbank terecht kunnen komen. "Het is niet echt goed als de wereld je premier als een probleem ziet. De kwaliteit van onze politici is laag. Maar ja wat wil je, de meeste mensen komen van het platteland, zijn laagopgeleid en hielden zich niet met politiek bezig. Die gingen na de onafhankelijkheid ineens stemmen."

Rita Ora

Ook Spahiu gaat vandaag naar Rita Ora om te vieren dat zijn volk tien jaar geleden onder het juk van Belgrado vandaan kwam. Maar haat tegen Serviërs voelt hij niet. En zijn vrienden ook niet, zegt hij. Sommigen gaan een weekendje naar Belgrado - er vertrekken ondanks de gespannen verhoudingen dagelijks meerdere bussen vanuit Pristina. En ze komen terug met enthousiaste verhalen. Een enkeling vraagt zelfs een Servisch paspoort aan. Moeilijk is dat niet, aangezien Servië de Kosovaren nog steeds als zijn eigen staatsburgers beschouwt. "Ja, dan worden ze soms als verrader gezien", zegt Spahiu op gedempte toon. "Maar dat accepteren ze. Want met een Servisch paspoort kun je wel vrij naar de EU reizen."

De onafhankelijkheid van Kosovo

De onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo op 17 februari 2008 kwam niet onverwacht. Al in de jaren negentig streefden de Albanese Kosovaren naar onafhankelijkheid, nadat de Servische president Milosevic de bestaande autonomie van de provincie in 1989 drastisch had teruggeschroefd. De etnische spanningen leidden in 1998 tot een oorlog, die in juni 1999 ten einde kwam na bijna drie maanden van Navo-bombardementen. Kosovo kwam onder VN-bestuur, terwijl de Navo voor de veiligheid zorgde. Tijdens de oorlog vielen meer dan 11.000 doden.

Internationale onderhandelingen over een definitieve status liepen op niets uit. Kosovo wilde onafhankelijk zijn, terwijl Servië niet meer bood dan verregaande autonomie. Daarop scheidde Kosovo zich af, gesteund door onder meer de VS en de meeste EU-landen. In 2010 oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat dit niet in strijd was met het internationaal recht. De internationale gemeenschap speelt nog steeds een grote rol in Kosovo. De EU doet dat onder meer via de juridische en politiemissie Eulex.

Servië beschouwt Kosovo nog als provincie, gesteund door onder meer Rusland, China en vijf EU-landen. Het noorden van Kosovo, zo'n 10 procent van het grondgebied met 80.000 inwoners, kent een Servische meerderheid. Die onderhoudt nauwe banden met Belgrado; Pristina heeft er weinig in de melk te brokkelen. Vanzelfsprekend wordt het jubileum hier vandaag genegeerd, net als in de handvol Servische enclaves in de rest van Kosovo.

In 2013 sloten Belgrado en Pristina een akkoord, gericht op normalisering van de relaties met het oog op toetreding tot de EU van Servië en Kosovo. De uitwerking en uitvoering daarvan verlopen moeizaam. Zo hebben de overwegend Servische gemeenten nog steeds niet de toegezegde gezamenlijke bevoegdheden gekregen. Wel kreeg Kosovo na toestemming van Servië een eigen telefooncode +383. Die komt deze zomer in gebruik. Tot die tijd moeten bellers nummers in Servië (+381), Monaco (+377) of Slovenië (+386) bellen als ze iemand in Kosovo bellen. Telefoonaanbieders gebruiken tot nu toe noodgedwongen de internationale codes van die landen.

De ambities voor EU-toetreding van Kosovo kregen een knauw toen de Europese Commissie anderhalve week geleden een nieuwe uitbreidingsstrategie presenteerde. Kosovo kwam daarin veel minder prominent aan bod dan de andere mogelijke toekomstige leden. De afwaardering was een eis van Spanje, een van de landen die Servië steunen. Madrid vindt dat Kosovo als niet algemeen erkend land niet dezelfde rechten heeft als de andere kandidaten.

Lees ook: Een klooster in Kosovo omringd door Navo-tanks

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden