'Pre-pensioen' vervangt Vut

Van onze redactie economie VENLO - De vervroegde uittreding maakt bij Océ-Nederland (3 700 werknemers) begin volgend jaar plaats voor vervroegde pensionering. De uittredingsleeftijd gaat omhoog en de uitkering omlaag. Maar daar staat tegenover dat de werknemers “duidelijkheid en zekerheid” krijgen over hun toekomstperspectief.

In de nieuwe CAO, waarover gisteren een akkoord is bereikt, hebben Océ (dat kopieermachines, printers en plotters ontwikkelt, produceert en verkoopt) en de vakbonden afgesproken dat werknemers voortaan kunnen stoppen met werken als ze 62 jaar zijn.

Ze kunnen dan rekenen op 75 procent van het laatstverdiende loon. Werknemers gaan zelf sparen voor hun vervroegd pensioen en kunnen de opgebouwde rechten meenemen naar een andere werkgever.

Vorig jaar werden Océ en de bonden het al eens over de hoofdlijnen van een nieuwe regeling. Océ (dat een reputatie heeft te verliezen als sociaal vernieuwende werkgever) treedt met het 'pre-pensioen' in de voetsporen van concerns als Akzo, DSM, Bührmann-Tetterode, Gasunie, Wavin en de zuivelindustrie.

Kern van de nieuwe regelingen is dat werknemers zelf gaan sparen om eerder te kunnen stoppen met werken in plaats van te moeten betalen voor oudere collega's zonder de zekerheid zelf vervroegd te kunnen uittreden.

De vut-regeling bij Océ was met een uittredingsleeftijd vanaf 59 jaar en een uitkering van 85 procent royaler dan het pre-pensioen, maar volgens personeelsdirecteur P. Creemers op termijn niet meer betalen.

Océ heeft in de jaren zeventig vanwege internationale expansie tientallen nieuwe medewerkers in dienst genomen die nu rond de zestig jaar oud zijn. Als deze werknemers allemaal van de vut-regeling gebruik zouden maken -“Niets went zo snel als ophouden met werken”- zou de premie flink omhoog moeten. Met de afspraak over vervroegde pensionering is dat voorkomen.

Perfect De vakbonden zijn enthousiast over het “perfecte resultaat”, dat werknemers zekerheid en duidelijkheid biedt en Océ twee jaar lang arbeidsrust. De ondernemingsraad van Océ is het daarentegen oneens met de afspraak. De raad had een overgangstermijn van zeven jaar in plaats van de afgesproken twee jaar gewild.

De overgang van vut (waarbij bedrijf en werkenden betalen voor de collega's in de vut) naar pre-pensioen (dat moet worden betaald uit eigen premies) is een vrij kostbare zaak. In totaal is daarmee een bedrag van zo'n honderd miljoen gulden gemoeid. Dat is voor Océ op te brengen door de ruim vijf miljoen gulden (twee procent van de loonsom) te gebruiken die jaarlijks werd besteed aan de vut en extra vrije dagen voor oudere werknemers.

Zekerheid Door dat bedrag twintig jaar lang apart te zetten, wordt de overgang naar het pre-pensioen financieel mogelijk. Het pre-pensioen vergt een premie van 5,8 procent, waarvan de werknemers 2,8 procent voor hun rekening nemen. Dat is aanzienlijk meer dan de vut-premie, “maar hiervoor hebben de mensen wel maximale zekerheid”, aldus districtsbestuurder J. van Egmond van de Industrie- en voedingsbond CNV.

De tweejarige CAO voorziet verder in drie loonsverhogingen van elk 1 procent en het aannemen van veertig mensen in vaste dienst en vijftig mensen op tijdelijke basis.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden