Praten over radicalisering in de klas

Beeld Eva Hilhorst

Ze overwoog te stoppen na de aanslagen in Parijs, vanwege de reacties van haar leerlingen. Maar gelauwerd lerares Trudy Coenen gaat door en liet Trouw meekijken in een van haar heftigste klassen. 'Nu práten we tenminste over radicalisering.'

Liefste juf, kijk niet zo suf
Luister naar mij dan word je
even blij ik schreef een gedicht
Waar het antwoord klaar ligt
Op de vraag van vandaag

Zo begint het gedicht van een eersteklas vmbo-leerling van Trudy Coenen. Een jongen uit een klas die menigeen tot wanhoop drijft, zo ook Coenen (60) zelf. Voor het eerst in de 25 jaar dat ze Nederlands doceert op het Montessori College Oost, een 'zwarte' school in Amsterdam, overwoog Coenen te stoppen. Na de aanslagen in Parijs, waarbij in januari twaalf mensen het leven lieten door moordende moslimextremisten, schrok ze zich kapot van de reacties van haar eigen leerlingen, kinderen die ze zo lief heeft.

"Het was allemaal niet waar, zeiden ze. Die redacteuren van Charlie Hebdo zijn helemaal niet vermoord. Het zou één groot complot zijn van de Amerikanen, in hun ogen terroristen. Eersteklassers zijn het, pubers die alles nog durven zeggen. Ze hebben geen idee van de impact van hun woorden."

Nooit wegkijken
Veel docenten vragen zich af hoe ze kunnen doordringen tot islamitische leerlingen die een andere waarheid geloven dan de westerse. Hoe ze gehoor moeten geven aan de oproep van onderwijsminister Jet Bussemaker, die vindt dat docenten zich meer moeten richten op hun maatschappelijke taak om groepen bij elkaar te brengen en radicalisme aan te pakken. "Het onderwijs mag nooit wegkijken", zei Bussemaker onlangs in deze krant.

Coenen - in 2010 gekozen tot Leraar van het Jaar - was de dagen na 'Charlie Hebdo' niet zo zeker van haar geroemde optimisme. "Ik heb me vier dagen beroerd gevoeld. Ik stop er mee, dacht ik. Wat een achterlijk zooitje. Hoe verzin je het om in een complot te geloven? Je ziet de beelden toch, hoe kunnen ze zoiets afschuwelijks niet geloven?"

Een maand later, op de dag na de moord op een cineast en een Joodse bewaker in Kopenhagen, ziet ze ontspannen haar les met dezelfde klas tegemoet. "Elke les begin ik met 'roddelen', dan praten we over de actualiteit, over wat de leerlingen bezighoudt. Het zou me niet verbazen als het straks over Kopenhagen zal gaan. Dat is prima, ik schuw geen enkel onderwerp."

Naar Ghana
Maar de leerlingen van 1D beginnen er niet over vandaag. Hun 'juf', zoals ze Coenen noemen, besluit het zelf in de groep te gooien: "Hebben jullie gehoord wat er in Denemarken is gebeurd?" Geroezemoes en onrust golft door de groep. "Wat heeft dat met IS te maken?", roept Bassit (12) na een kort verslag van Coenen over de gebeurtenissen. Over Kopenhagen gaat het niet meer, het antwoord op Islamitische Staat lijkt de kinderen veel meer bezig te houden. "Waarom kunnen de landen niet met z'n allen iets tegen IS verzinnen?", vraagt Bassit opnieuw.

Via de onthoofdingsfilmpjes op YouTube gaat het gesprek vervolgens over kinderen die zich voor de webcam uitkleden en hoe hun ouders daarop zouden moeten reageren. "Maar juf, dat kan echt niet hoor. Als mijn dochter dat later doet dan ga ik haar slaan en vervolgens stuur ik haar naar Ghana", zegt Faith vol overtuiging. "En daar zijn ze beter in opvoeden?", vraagt Coenen. "Mijn zoon vond mij een heel strenge moeder. Ik heb hem nooit geslagen maar wél opgevoed. Hij is tandarts geworden. Een ouder die slaat, is laf. Nu gaan we aan het werk over 'nieuwsbegrip'. En als ik nog iemand hoor steunen en kreunen", grapt ze, "dan ga ík slaan."

Als criminelen benaderd
'Dit is niet mijn islam', werd in het weekend na Parijs geroepen door een groep moslims. "Hartstikke fijn, maar ik ben er van overtuigd dat de meerderheid van de moslims in Nederland niet zo keurig denkt", zegt Coenen. Het bewijs zat immers in haar klas. En daarom schreef ze een brief naar de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan en minister Bussemaker. "Zij moeten weten wat deze kinderen denken, vond ik. Niet alle moslims in Nederland veroordelen wat daar is gebeurd."

Coenen - gelauwerd en geliefd door politiek en media vanwege haar tomeloze inzet voor haar leerlingen - realiseerde zich dat het onwetendheid is waar deze kinderen door worden gevoed. "Na vier dagen kon ik het weer relativeren. Ik dacht: wat als ik begin met een handreiking naar hen. Ik laat zien dat ik naar ze wil luisteren. Dat ik het allemaal heel erg vind wat ze zeggen, dat ik zo geschrokken ben. Dat ik het idee heb dat het komt doordat ze zich aangesproken voelen, en dat ik ook vind dat zíj niet verantwoordelijk zijn voor de verschrikkingen in Parijs, Kopenhagen of waar dan ook. Want dat is wat erachter zit: deze kinderen voelen zich aangesproken op de daden van moslims elders. Ze schieten collectief in een verdedigingsmechanisme. Onterecht natuurlijk."

"Waarom? Omdat ze nu eenmaal anders worden behandeld. 'Rot op naar je eigen land', krijgen ze regelmatig op straat te horen. Ze stappen de tram in en een oude dame trekt meteen haar tas op schoot. Dat zijn de signalen die ze dagelijks krijgen. 'Juf, je denkt toch niet dat ik hetzelfde word behandeld als een Nederlandse jongen van vijftien?' zei een jongen. In die opmerking zit de confronterende waarheid."

Vooroordelen
"Je moet ermee dealen", zegt Coenen tegen haar leerlingen. Dealen met het feit dat ze vanwege hun uiterlijk als criminelen worden benaderd. Wat jij kunt, probeert ze de kinderen mee te geven, is zorgen dat jij niet de crimineel wordt.

Waar discriminatie toe kan leiden, dat probeert Coenen te tonen door haar klas naar de jeugdfilm 'Oorlogsgeheimen' te laten kijken, over de Tweede Wereldoorlog. Ook vanmiddag bekijken ze een deel van de film. "Ze hebben fikse vooroordelen over Joden. Ik heb contact met het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam, over de negatieve beeldvorming. Ze komen hier voor een gastles. Ik heb de kinderen verteld over het begin van de oorlog. Ik heb het bewust geen 'Joden' genoemd, maar mensen met zwart haar en donkere ogen. Totdat iemand riep: 'Maar juf, dat hadden wij ook kunnen zijn! Dan zeg ik: zo gaat dat dus, een groep uitsluiten, zo werkt racisme."

Niet aanpassen
Haar begrip brengt haar dicht bij de leerlingen, het haalde na Parijs de kou uit de lucht, ze konden in gesprek, vertelt Coenen. Maar de docente hanteert duidelijke grenzen in haar discussies. "We hebben hier in Nederland vrijheid van meningsuiting, dat is ons grootste goed en daar blijf je van af. We gaan dat niet aanpassen vanwege een religie of cultuur. Dit is waar we eeuwen voor hebben gevochten, en als je daar niet tegen kan, dan moet je weg gaan. Als vaders homo's vies vinden en niet kunnen accepteren dat zij hier dezelfde rechten hebben als ieder ander, dan moeten ze maar weggaan."

"Dan zeggen ze: juf, het is toch beledigend, die spotprenten? Dat kan zijn, zeg ik dan, maar het is maar een spotprent. Je hoeft er niet naar te kijken! Maar het moet wel kunnen, zo leven wij hier. Daar mogen ze ons niet om vermoorden."

"'Ja juf, het is ook wel heel erg', kreeg ik te horen. 'De Koran zegt niet dat je mensen moet doodmaken. Die daders zijn moslims, maar ze hebben dat boek verkeerd begrepen', zeggen ze dan. Dat is toch weer genuanceerder dan wat ze aan het begin riepen. Het is een begin. En het stemt mij hoopvol."

Extra aandacht en liefde
Coenens brieven zijn niet onopgemerkt gebleven. In dezelfde maand nog leidde ze minister Bussemaker rond op school. Met burgemeester Van der Laan zit ze binnenkort aan een ontbijt. Maar naast haar ongerustheid heeft Coenen ook een antwoord, een boodschap voor worstelende collega's op andere scholen.

"Ik ben geschrokken van wat ze riepen maar voor radicalisme ben ik nooit bang geweest. Ik heb het in mijn carrière slechts één keer vermoed, bij een jongen die opeens op een vreemde manier driftig bezig was met Koranteksten. Daarvan heb ik melding gemaakt bij de gemeente en zij hebben het overgenomen. Het zijn pubers en die vinden make-up, voetbal en kleding terecht veel belangrijker dan het politieke gebeuren. Aan Nederlandse meisjes die opeens veganistisch worden ga je ook niet vragen of ze radicaliseren."

"Het enige wat ik kan doen, is zorgen voor veiligheid en vertrouwen in de klas. Door de leerlingen te helpen en te steunen. De grote boze buitenwereld, daar heb ik helemaal geen invloed op. Maar als de kinderen weten dat ze mij kunnen vertrouwen, dan is dat al iets. Extra aandacht en liefde, het besef dat het kinderen zijn, een grapje maken en hard werken voor een diploma. Dat is het recept. Ik lees over collega's op andere scholen die sommige onderwerpen niet durven te bespreken. Onbegrijpelijk vind ik dat. Vroeger was het bijvoorbeeld not done om met moslimkinderen over homoseksualiteit te praten. Nu hebben we een gesprek. Daarin worden soms ongenuanceerde dingen gezegd, maar we práten tenminste in de klas."

Waar dat toe leidt? In ieder geval tot hartverwarmend gedichtjes, zegt Coenen, zoals het gedicht van die jongen uit die moeilijke vmbo-klas. Dat eindigt zo:

Dit schooljaar ga ik niet gauw vergeten
met een reden: jij bent de beste juf
die ik ken en daarom zeg ik:
DANK JE WEL

Om privacyredenen zijn alleen de voornamen van de kinderen vermeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden