’Praten over doodswens werkt juist opluchtend’

Natuurlijk, iedereen mag hun boek lezen, zeker psychiatrische patiënten en hun familie. Maar met hun boek over hulp bij zelfdoding richten Jeannette Croonen en Carine de Vries zich in de eerste plaats op hulpverleners in de psychiatrie. „Want op een doodswens wordt vaak heel bot gereageerd”, zegt Croonen.

Croonen is de moeder van Monique, die op 27-jarige leeftijd zichzelf doodde. De Vries is de moeder van Tjeerd, die 25 was toen hij voor een trein sprong. De moeders hadden hun kinderen, beiden psychiatrische patiënt, die gruwelijke dood graag bespaard. „Ze wilden hun leven verlaten op een humane, waardige manier. Met hun vader en moeder naast zich, met een kus, met liefde”, schrijven de twee in het boek ’De strijd voorbij’, dat vandaag wordt gepresenteerd.

Het boek is meer dan een beschrijving van de geschiedenis van hun kinderen. Het boek biedt ruimte aan ervaringen van andere ouders, kinderen, familieleden, vrienden van psychiatrische patiënten. Gezamenlijke klacht is dat er in de behandelkamer weinig tot geen ruimte is voor het bespreken van een doodswens, laat staan dat de patiënt zich vrij voelt te vragen om hulp bij zelfdoding, een verzoek dat de wet sinds 2002 onder strikte voorwaarden toestaat, maar wat bij psychiatrische patiënten zelden wordt ingewilligd – ook bij Tjeerd en Monique niet.

Croonen en De Vries zijn ervan overtuigd dat hulp bij zelfdoding niet altijd dé oplossing is. „Wij pleiten voor een keuze, maar wij pleiten er vooral voor dat er geluisterd wordt. Dat geeft een patiënt zoveel rust”, zegt Croonen. „Doordat de patiënt serieus genomen wordt in zijn doodswens, doordat er openlijk over gepraat kan worden, kan dat de kracht geven om toch nog door te gaan. Dat zou het leven kunnen verlengen”, vult De Vries aan. „Maar als een patiënt letterlijk op sterven na dood is, als het lijden ondraaglijk en uitzichtloos is, dan moet het mogelijk zijn dat de psychiater helpt bij zelfdoding.”

Ook psychiater Martin Roeten, geneesheer-directeur van psychiatrische instelling Altrecht in Utrecht, vindt dat die uitweg er uiteindelijk moet zijn. Maar hij zet in het boek van de twee moeders óók uiteen waarom psychiaters slechts zelden overgaan tot het daadwerkelijk bieden van hulp bij zelfdoding. Zo’n verzoek moet, schrijft Roeten, ’in eerste instantie’ worden opgevat als een vraag om (weer) te kunnen leven. Hij wijst er ook op dat een patiënt die van de arts geen hulp krijgt, soms wel voor de dood kiest, maar dat de doodswens ook vaak verdwijnt.

„De insteek hoort vooral te zijn: de doodswens willen begrijpen en op zoek gaan naar wat die uitdrukt”, adviseert Roeten. Voorwaarde daarvoor is wel, dat de patiënt voelt dat hij zijn doodswens kan uiten, vindt de geneesheer-directeur: „Praten over die wens werkt meestal opluchtend en schept ruimte voor andere keuzes.”

In de behandelrichtlijn voor hulp bij zelfdoding, stelt ook de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) dat de doodswens van de patiënt bespreekbaar moet zijn. De vereniging weet echter ook, zegt haar woordvoerder Hilke Verdijk, dat maar iets meer dan de helft van de psychiaters op de hoogte is van die richtlijn. Om die meer bekendheid te geven, heeft de NVvP de richtlijn op het openbare deel van haar website gezet.

Hulp bij zelfdoding is bovendien onderwerp op de publieksdag Open Mind. De NVvP heeft Croonen en De Vries uitgenodigd om daar in een panel uitleg te geven over hun ervaringen en hun standpunten. „Wij zien wel dat dit leeft”, zegt Verdijk van de NVvP. De twee auteurs hebben inmiddels ook een uitnodiging gekregen van de GGZ in Amsterdam. Croonen: „Het debat begint te lopen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden