Praten met handen en voeten

Een Rotterdamse basisschool heeft sinds kort 25 kinderen uit Polen en Bulgarije. De taalbarrière is voor iedereen lastig.

Hoeveel bonbons zitten er in deze zak? Die vraag is een uitdaging voor groep 3 van openbare basisschool De Kameleon in Rotterdam. Geconcentreerd zitten de kinderen te tellen boven hun rekenboekjes, terwijl juf Elvi met schouderklopjes en uitleg strooit.

Alleen de roodharige Gracjan (7) kijkt verloren om zich heen. Hij is nog maar drie weken geleden uit Polen gekomen en snapt niet wat hij moet doen. Zijn redding komt van Kacper, die al wat langer in Nederland is. Die fluistert hem wat Poolse woorden toe, die iets moeten betekenen als: ’tel de bonbons op het plaatje!’ Meteen gaat Gracjan aan het werk.

Vorig jaar had De Kameleon, een zwarte school met 210 kinderen in de oude Rotterdamse wijk Carnisse, nog maar twee Poolse kinderen. Sinds begin dit schooljaar zijn daar 15 kinderen uit Polen en 10 uit Bulgarije bijgekomen. Die spreken bij aankomst geen woord Nederlands, hun ouders evenmin. Communicatie met hen verloopt dus met handen en voeten, zegt schooldirecteur Marjan de Willigen.

Nou zijn de leerkrachten dat wel gewend: op De Kameleon zitten kinderen van dertig nationaliteiten, veelal met een taalachterstand. Voor nieuwkomers heeft de school een zogenoemde schakelklas, met intensieve begeleiding en taalles.

Maar, zegt De Willigen, dat is dus het probleem: die klas zat al zo’n beetje vol toen de Oost-Europese kinderen zich meldden. En voor een extra schakelgroep heeft de school geen geld.

En dus moeten kinderen als Kacper en Grazjan zich zien te redden in gewone groepen: ze moeten meedoen met de rekenles, de tekenles en de taalles, allemaal in het Nederlands. Voor extra ondersteuning ontbreekt het de juf helaas aan tijd én kennis, zegt De Willigen. „Want zeg maar eens in het Pools of Bulgaars: ’Pak je pen’.” Zij vindt de bestaande situatie zorgelijk: „We kunnen deze kinderen niet het onderwijs geven waar ze recht op hebben.”

Voor de jonge nieuwkomers is de school dus een sprong in het diepe: haast niemand die ze begrijpt. Een van haar Poolse leerlingen ging naar haar grommen, zegt leerkracht Carla van Est (32): „Uit pure frustratie, omdat hij zich niet kon uiten. Ik dacht: zal ik teruggrommen?”

En een ander nieuw jongetje – niet Pools maar Portugees – arriveerde in haar klas met een luier om: „Hij was allang zindelijk. Maar zijn moeder dacht: ’een luier is handig, want hij kan niet in het Nederlands vragen of hij naar de wc mag’.”

Taalproblemen zijn er dus te over, al heeft De Kameleon één Poolse moeder die geregeld als tolk optreedt. Zij heet Dorota Fioekowska (41) en ze spreekt een mengelmoesje van Duits, Engels en Nederlands. Hiermee helpt zij andere Poolse ouders – die volgens haar werken „met tomaten, met bloemen, met bouwen, met alles” – een beetje op weg in Nederland.

Nu tolkt ze voor Kasia Kulik (29), die met haar man en drie kinderen sinds een half jaar in Rotterdam woont. Moeder spreekt nog geen woord Nederlands, haar oudste zoon (6) en dochter (8) inmiddels wel. Het gezin wil zich blijvend in Nederland vestigen, zegt Kulik: „In Polen is geen werk, of wel werk maar weinig geld. En de kinderen zijn echt happy hier op school.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden