Review

Praten is voor Finnen tegengif

De bloedige Burgeroorlog van 1918 en de turbulente decennia daarna waren in Finland lange tijd taboe. Kjell Westö schreef er een bekroonde roman over.

Een foto uit 1918. Op de achtergrond een suikerzoet landschap, met pilaar, heuvel, koeien, meertje, dreigend onweer. Op de voorgrond Finse Rode Gardisten, klaar voor de strijd tegen het kapitalisme. Enkele maanden later is er van hun bravoure niets over.

De speelse jonge krijgers die die 18e januari 1918 nog met gericht geweer zelfverzekerd in de camera kijken, sneuvelen bij gevechten met de klassevijand, komen in concentratiekampen terecht of krijgen de kogel van hun Witte anti-revolutionaire landgenoten. Het is de Finse burgeroorlog, een uiterst bloedig moment in de geschiedenis van de dan piepjonge natie, waarin ongeveer 30.000 Finnen omkwamen.

„Zo mooi, maar ook zo wrang”, zegt Kjell Westö. De Zweedstalige Finse schrijver praat vol mededogen over de jonge Gardisten, die zich lieten meeslepen door het vuur van de revolutie. In zijn roman ’Waar we ooit liepen’ beschrijft Westö de foto’s in detail, evenals de gevechten en de afrekeningen met het opstandige proletariaat. Actoren in het zeshonderd pagina’s tellende werk zijn de fictieve zonen en dochters van de Zweedstalige Finse bourgeoisie en de Finse arbeidersklasse tussen 1905 en 1938. Westö (1961) kreeg er de Finlandia Prijs voor, de belangrijkste literaire prijs in Finland.

Hij beschrijft directeurszoon Eccu Windig, diens zwager Cedric, die ’rode’ landgenoten standrechtelijk executeert, de vrijgevochten Lucie, de communistische voetballer Allu en de intellectueel Ivar. Met een Makkiaans gevoel voor historische details laat Westö de lezer meeleven; met de bewustwording van de arbeiders, het opkomend nationalisme, de onafhankelijkheid van Rusland in 1917, het veranderend Helsinki.

De diepe verscheurdheid van de Finse maatschappij in het interbellum blijft het meest hangen. „Ik beschrijf een generatie mannen en vrouwen”, zegt Westö. „Nog voor ze volwassen waren beleefden zij de Eerste Wereldoorlog. Net adolescent was er de Finse Burgeroorlog. Voor hun veertigste kwam daar de Tweede Wereldoorlog overheen. Daartussen had je de glamourous jaren twintig, ook in Helsinki. Toen realiseerde ik me dat het Helsinki van de jaren twintig en dertig vol zat met jongemannen met een slecht geweten – die niets zeiden, niets vertelden. Dat moet verschrikkelijk zijn geweest.”

Voor de Nederlandse lezer, door de bank genomen nauwelijks op de hoogte van de fascinerende Finse geschiedenis is het boek een eyeopener. Dat geldt, getuige de reacties in zijn vaderland, ook voor veel Finnen zelf. „Zij dachten dat Finland een vreedzame samenleving was, altijd op zoek naar harmonie. Maar het was wel een van de eerste landen met concentratiekampen.” Weinig bekend is ook dat Finland zich bijna bij de fascistische staten in Europa had gevoegd.

De Lapua-beweging, nationalistische Finse boeren die het communisme fel wilden bestrijden, kreeg steun uit de hoogste industriële, politieke en militaire kringen. In navolging van Benito Mussolini en zijn zwarthemden ondernamen 12.000 Lapua-aanhangers in 1930 een mars op de hoofdstad, daar verwelkomd door het establishment. Het Finse fascisme was echter niet zo strak georganiseerd als dat in Italië, laat staan in het latere nazi-Duitsland – de Lapua-leiders verloren zich in chaos en drank.

De herinneringen aan oorlogen, opstanden en revoluties die in West-Europa inmiddels honderdmalen zijn geboekstaafd en duizendmalen zijn besproken, lagen in het noordelijke land decennia onder het stof. „De enige manier om ermee om te gaan was je mond houden. Daarna moesten we weder opbouwen en waren we weer stil.” Bovendien, zegt de schrijver, „staan wij Finnen niet bekend als goede sprekers.”

Schrijvers en historici begonnen in de jaren zestig over de Burgeroorlog te schrijven. „Het was een serieuze poging om het verleden onder ogen te zien. Maar die is, naar mijn mening, verpest door de toenmalige politieke verhoudingen. Rechts en links stonden die dagen pal tegenover elkaar. Rechts noemde de burgeroorlog de Vrijheidsoorlog, die diende om de Russen uit het land te houden. Links, vooral radicaal links, noemde het de klassenstrijd. De definities lagen zo wijd uit elkaar dat discussie niet mogelijk was.” De precaire positie van Finland tijdens de Koude Oorlog werkte bijvoorbeeld door in het onderwijs. Westö’s geschiedenisdocenten in de jaren zeventig „verzwegen weliswaar niets, maar legden op sommige onderwerpen meer nadruk dan op andere.”

Pas de laatste zeven, acht jaar komt de discussie los, zegt Westö. Er verschijnen films en romans, er wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan. Kennelijk is de tijd er nu naar, maar het gebeurt nog niet genoeg, meent hij: „Anders had ik dit boek niet geschreven. Maar hij wil niet dat straks de kop ’Finnen nog steeds getraumatiseerd’ boven het artikel staat. „Zo simpel ligt het niet.”

Toch verkeren hij en vele landgenoten in shock: na de tweede schietpartij op een Finse school in twee jaar, deze september. „Na de eerste keer (in 2007 toen een achttienjarige jongen acht mensen doodschoot, hl) konden we nog denken dat het toeval was, een idioot incident. Na de tweede schietpartij moeten we accepteren dat er iets ernstig fout zit met sommigen van onze kinderen, met onze maatschappij.” We hebben ons land altijd als vredig en veilig beschouwd, zelfs al hebben we angstaanjagende hoge cijfers in de internationale geweldsstatistieken.”

Wellicht ligt er toch een link met het verleden: de nooit helemaal verwerkte (burger)oorlogen moeten ergens blijven, tenslotte. „We moeten het accepteren: er ís een gewelddadig trekje in onze cultuur.” De bloedbaden op de scholen is één kant van de Finse samenleving, zegt hij: „de neiging tot het uiterste te gaan, tot het gewelddadige.” Maar er is ook die andere kant: de contemplatie, de twijfel, de angst voor de consequenties. Zo laat Westö de radicaal-rechtse Cedric terugschrikken op het moment dat hij de Lapua-boeren door Helsinki ziet marcheren. Uit het boek: „Hij pendelde tussen het strenge en bezinning, hij was niet meer zo verbeten en angstaanjagend.”

Typisch Fins? Nee, Cedric is universeel, vergelijkbaar met zoveel jongemannen in Europa destijds, zegt Westö. „Maar nu je het zo vraagt: misschien toch wel. Tegenover de neiging tot het extreme is er de behoefte om toch met elkaar in gesprek te blijven; een noodzakelijk tegengif.” Finland is een natie die op het wereldtoneel topdiplomaten levert, zoals de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede Martti Ahtisaari. In de binnenlandse politiek is Finland goed in het sluiten van coalities. „Eigenlijk”, zegt hij ferm, „doen we voortdurend een evenwichtsact. Dat is wel iets om trots op te zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden