Praktische vragen staan te zeer centraal bij euthanasiewet

Hoezeer ik het ook met collega Hans Visser uit Rotterdam eens ben, dat de grote kerken zich in het euthanasiedebat gemengd hebben vanuit een ethiek van oude en koude grond, zijn artikel onder de kop 'Afwijzen euthanasiewet duidt op oud godsbeeld' (Podium, 5 december) lost een paar fundamentele vragen niet op.

Ik leg daarbij de nadruk op het fundamentele karakter van de vragen die ik overhoud. Zou het namelijk om louter praktische vragen gaan, dan zie ik de noodzaak van deze euthanasiewet in het geheel niet in.

Thans staat het wetsartikel waar het altijd over gaat bij euthanasie, nog in het Wetboek van Strafrecht (art. 293; ook 82a en 422). En het is vanzelfsprekend mogelijk om met een enkele wetswijziging kwesties te regelen als die waar Visser het over heeft: mensen die in alle waardigheid afscheid willen nemen, mensen die, volgens de inmiddels platgeslagen bewoordingen, ondraaglijk en uitzichtloos lijden.

Sterker nog: het hele parcours van schuivende ethiek kan zijn weerslag krijgen in, soms fundamentele, verschuivingen in bestaande wetten. Grote delen van de wetsgeschiedenis geven dergelijke verschuivingen ook steeds te zien.

Het is derhalve nogal oneigenlijk, dat de discussie over de nieuw voorgestelde wet steeds maar op het niveau van de praktische vragen gevoerd wordt. Er is een enorm belangrijke maatschappelijke vraag, die om een antwoord roept. Maar de weg die de regering en de Tweede Kamer gekozen hebben, is naar mijn idee nogal mistig en ongemakkelijk.

De principiële vragen rondom zelfbeschikking en het recht op een zachte dood wordt het zwijgen opgelegd in een stelsel van regels en verplichtingen: als een arts aan deze regels voldaan heeft, hoeven er geen fundamentele vragen meer gesteld te worden. En dat maakt het debat zo ondoorzichtig en onaangenaam.

Heel pregnant gezegd, is het effect: wie niet voor deze nieuwe wet is, is kennelijk ook tegen iedere vorm van euthanasie.

En dat is een uiterst onaangenaam effect: het drijft zelfs voorstanders van een goede, wettelijke basis uiteen. Dat speelt in de politieke praktijk waarschijnlijk minder, omdat zeker regeringspartijen elkaar de hand boven het hoofd moeten houden, maar in andere delen van de maatschappij werkt deze simplificatie heel onaangenaam.

Ieder weldenkend mens, die bijvoorbeeld vanuit zijn of haar beroepspraktijk of levenservaring met vragen rondom euthanasie geconfronteerd wordt, wil tenminste een goede regeling. Maar onzeker is, of een nieuwe wet zoveel meer biedt dan een wijziging van de bestaande wet.

Het grote voordeel van een wijziging van het bestaande wetsartikel zou zijn, dat in eerste instantie de beschermwaardigheid van het leven in algemene zin gefundeerd wordt. Euthanasie, vrijwillig en omgeven van goede randvoorwaarden, kan binnen dat kader een royale plaats krijgen.

Met andere woorden: ik zie niet in, waarom er niet een fatsoenlijk geformuleerd nieuw artikel 293a in het Wetboek van Strafrecht opgenomen had kunnen worden, waarin bepaalde vormen en voorwaarden met betrekking tot euthanasie, als uitzondering op het algemene verbod op 'levensberoving op verzoek', vastgelegd hadden kunnen worden.

Dan was een grote verworvenheid van de joods-christelijke traditie, waarin het leven als verantwoordelijkheid aan de mens is gegeven, op de eerste plaats blijven staan.

Nu lijkt het paarse pragmatisme gewonnen te hebben, door al die praktische kwesties in één keer in een aparte wet te 'regelen'.

Dat de fundamentele vragen daardoor maar moeilijk bespreekbaar te maken zijn, verlamt naar mijn idee tevens de mogelijkheid om nog zinnig en diepgaand met elkaar over deze kwestie te debatteren. De voortgang van een ethisch debat over deze vragen mag naar mijn gevoel door geen enkele wetgeving belemmerd worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden