Praktijkschool leert nieuwe boeren boeren

Het oogsten van zoete aardappels in Brits, nabij Pretoria. (\N)

Meer dan de helft van alle landhervormingsprojecten in Zuid-Afrika mislukt, simpelweg doordat de nieuwe zwarte boeren geen verstand van boeren hebben.

De Buhle Farmers Academy dicht die kenniskloof met gesponsord praktijkonderwijs. „Je kunt toch ook geen piloot worden met een schriftelijke cursus?”

Het lijkt wel Noord-Holland. Zo mooi staan ze erbij, de witte kolen. Afgewisseld met wortelen, rode bieten en sperzieboontjes. De blozende vollegrondsgroenten staan echter niet in de Wieringermeer, maar in de Zuid-Afrikaanse provincie Mpumalanga. Het zijn de oefenpercelen van studenten van de Buhle Farmers Academy in Delmas. Deze agrarische praktijkschool biedt cursussen vollegrondsgroenteteelt, akkerbouw, vee- en pluimveehouderij aan nieuwe zwarte boeren aan. En dat vrijwel gratis. „Zuid-Afrika wil de komende zes jaar twintig miljoen hectare ’blanke’ landbouwgrond overdragen aan zwarte boeren, maar verreweg de meesten hebben geen enkele landbouwachtergrond”, zegt directeur Neil de Smidt. „Zuid-Afrika zit nu op het randje van net wél of net géén voedsel importeren. De nieuwe boeren moeten wel kunnen bijdragen aan de voedselzekerheid. We moeten geen tweede Zimbabwe worden.”

In het landhervormingsproces wordt de grond veelal toegewezen aan zwarte gemeenschappen of aan individuen. Zij krijgen de boerderij en financiële steun van de overheid, en moeten van de ene op de andere dag maar boer worden, zonder opleiding of ervaring. „De regering ziet de landhervormingen vooral als een politieke kwestie: kijk, zóveel hectare hebben we overgedragen aan de zwarte bevolking. Dáár focussen ze op, niet op het trainen van de nieuwe boeren”, zegt Buhle’s businessconsultant Greg Lesabe. „Daarom gaat het zo vaak mis.”

De Sunday Times maakte onlangs een trieste rondgang over de landerijen. Een ooit florerend aardappelbedrijf in de provincie KwaZulu-Natal heeft inmiddels meer weg van een trapveldje. Twintig puike melkvee- en akkerbouwbedrijven in de Oostkaap, voor miljoenen randen gekocht en overgedragen aan een zwarte gemeenschap, zijn veranderd in één grote krottenwijk. Een grote theeplantage in het noorden van het land is volledig overwoekerd. Andere zwarte boeren beginnen op hun nieuwe lap grond een drankkeet, of gebruiken het perceel uitsluitend om op te wonen. In maart dit jaar besloot toenmalig landbouwminister Lulu Xingwana daarom het principe ’use it, or lose it’ in te voeren. Zij begon met het terugvorderen van niet-productieve boerderijen.

Het ministerie van landbouw probeert het gebrek aan kennis bij de nieuwe boeren te ondervangen met agrarische medewerkers in de buitendienst, die de nieuwkomers moeten begeleiden. Maar deze agricultural extension officers zijn doorgaans alleen maar theoretisch geschoold, weet De Smidt.

„Als je van de landbouwuniversiteit af komt, kun je nog niet boeren. Je kunt toch ook geen piloot worden met een schriftelijke cursus, zonder vlieguren? Maar zo’n papieren boer, die nog nooit één cent van zijn eigen geld in een boerderij heeft geïnvesteerd, moet wel nieuwe boeren gaan coachen.”

Gevolg is dat er zo’n twee, drie jaar later vaak weinig meer over is van het bedrijf. De Smidt schat dat de bedrijfsovername in zeker 60 procent van de gevallen uitdraait op een mislukking. „Het ligt niet aan de grond, het klimaat, de financiële middelen of de markt. Die voorwaarden zijn allemaal prima in orde. Het enige dat ontbreekt, is kennis.” De Smidt begrijpt dan ook niet dat de overheid Buhle niet wil financieren.

Buhle biedt cursussen in groenteteelt (veertien weken), akkerbouw (maïs en bonen: zeven maanden), veehouderij (melkvee, vleesvee, varkens en schapen: tien weken) en pluimveehouderij (legkippen en vleeskuikens: acht weken). Daarin komen alle basisprincipes aan bod, van grond en bemesting tot oogst, opslag en afzet van gewassen, en de rassen, voeding en huisvesting van vee en de afzet van hun producten. Theoretische kennis gaat gelijk op met praktische toepassing, oftewel: met de laarzen in de leem en in de kippenstront. Elke student krijgt de verantwoordelijkheid over zijn eigen productie-eenheid van 420 vierkante meter groente, twee hectare maïs of honderd kippen. De andere vee-cursussen worden op praktijkbedrijven gegeven. De Smidt: „Ze moeten zo veel mogelijk hun eigen beslissingen maken. Daar leren ze van, ook van fouten.”

Marktonderzoek, vraaggestuurde productie, geldstromen beheren en het maken van een businessplan voor het aanvragen van een lening, horen er nadrukkelijk bij. „We willen onze studenten leren om een levensvatbaar bedrijf te runnen”, aldus hoofd opleidingen Jabu Dliso. „De meeste zwarten zien boeren als iets hobbymatigs, iets wat je alleen doet voor eigen gebruik. Dat proberen we hier om te buigen naar een zakelijke benadering.”

De studenten krijgen kost en inwoning op school – zelfgeteelde groente, vlees van eigen kippen – en betalen voor de cursus alleen een klein bedrag aan inschrijfgeld. De werkelijke kosten bedragen afhankelijk van de cursus 1000 tot 3500 euro per leerling. Maar dat zouden ze nooit kunnen opbrengen, aldus Dliso. „We willen deze jongeren uit achterstandsgebieden vooruithelpen.”

Er wordt dan ook ruim aandacht besteed aan sociale vaardigheden zoals zelfdiscipline en werkhouding. De Smidt: „De meeste studenten zijn zo tussen de 20 en de 35 jaar, maar het gros heeft nog nooit een echte baan gehad waarvoor ze elke ochtend vroeg op moesten staan, of binnen een bepaalde tijd opdrachten moesten uitvoeren. Zelfdiscipline is heel belangrijk. Je kunt het beesten voeren niet een dagje overslaan.”

Buhle traint inmiddels zo’n driehonderd studenten per jaar en hoopt dit uit te breiden naar vijfhonderd. De Smidt wil ook graag een ondersteuningsmodel opzetten waarbij Buhle joint ventures aangaat met afgestudeerde cursisten. „Als een soort vangnet voor de studenten. Die weten dat de school er ook baat bij heeft als hun onderneming winst boekt.” De school krijgt dan het eerste jaar 60 procent van de winst, het tweede jaar 25 procent, het derde jaar 10 procent; daarna gaat de winst naar de studenten.

Ongeveer vier op de tien studenten hebben al de beschikking over eigen grond, de rest zit nog in de molen van het landhervormingsproces. De trage afwikkeling is een groot struikelblok voor aspirantboeren. „Maar een certificaat van Buhle kan wel helpen om de aanvraag te versnellen.”

De school heeft in maart een onderzoek gedaan onder 67 van de 950 alumni. Van de bezochte oud-studenten was 80 procent actief boer en haalde hier een inkomen uit. 38 procent had kans gezien het bedrijf sinds het afstuderen met 50 procent of meer uit te breiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden