Prachtige sprong van de jonge danser ingeruild voor intensiteit van rijpheid

White Oak Project 4 en 5 okt. in Danstheater Den Haag. Op 5, 6 en 7 okt volgt NDT3.

ISABELLE LANZ

In het Haagse festival is Besserer misschien te zien in beide groepen. In ieder geval bij NDT3, waar hij danst in 'An uncertain hour', het avondvullende dansstuk dat de Amerikaanse choreografe Martha Clark voor NDT3 creeerde. Clark is een van de choreografen waar Besserer graag mee samenwerkt, nu voor de vijfde keer. Haar werk is lyrisch, soms zeer dramatisch, maar altijd theatraal. Dat bevalt hem.

Net als de NDT3 dansers Gary Christ, Martine van Hamel en Sabine Kupferberg is hij de veertig jaar gepasseerd en volstrekt uitgekeken op wat hij 'technische dans' noemt.

“Je lichaam kan op mijn leeftijd geen hoogstandjes meer en de energievoorraad slinkt. Daarvoor in de plaats komt de rijping van de theaterpersoonlijkheid, het inleven in je rol, zelfs bij abstractere dansstukken. De uitstraling die vroeger zat in een prachtige sprong, schuilt nu wellicht met eenzelfde intensiteit in een geste, in de houding van het hoofd. Het komt meer aan op timing en op een natuurlijke beheersing van het toneel.”

“ Martha benut die kwaliteiten optimaal. Zij dwingt je door minimaliseren van bewegingen tot een extreme verstilling. Soms heb ik daar wel moeite mee. Dan denk ik, laat mij nou even lekker flink uithalen, zo oud ben nou ook weer niet!”

Rob Besserer lacht jongensachtig.

Twintig jaar terug werd de opmerkelijk rijzige danser bestempeld als 'blonde reus', nu gloort het grijs aan zijn slapen. Uitgeblust is hij niet. In het festival danst hij misschien als vervanger in het programma van de White Oak Dance project, in een solo die Jaochim Schlömer oorspronkelijk voor hem maakte. Geen probleem. Flexibiliteit typeert deze moderne danser.

Hij verkoos een freelance bestaan boven een vaste verbinding met een groep. Komt die zelfstandigheid door zijn achtergrond? Besserer begon pas op zijn 21-ste met dansen, aanvankelijk bij de moderne groep van José Limón, daarná bij Lar Lubovitch, bekend om zijn abstract vitale stijl. Na tien jaar wilde Besserer iets anders en besloot te gaan freelancen. Hij volgde zijn interesse en ging werken met choreografen uit het avantgarde-circuit als Bill T. Jones, Tere O'Conner en Mark Morris. Laatstgenoemde bood hem een contract voor zijn groep in Brussel Daar ontmoette Besserer de ster Michail Barishnikov.

“Barishnikov had toen net het American Ballet Theatre als artistiek leider de rug toegekeerd. Vreemdgenoeg kwam hij met eenzelfde idee als ik had, namelijk om oudere, rijpe dansers samen te brengen met interessante choreografen in een bescheiden repertoiregroep.”

De ideeën klikten. Alleen had Barishnikov met zijn goudglanzende reputatie ook de mogelijkheid om de financiën te vinden. Een rijke geldschieter uit Florida wilde graag miljoenen pompen in dit uiterst sjieke dansproject, dat uitgedacht en voorbereid werd in de rust van diens landgoed 'White Oak'. Het White Oak Dance Project ging in 1990 van start met een programma dat bestond oud en nieuw werk van Mark Morris. De belangstelling bleef niet uit want het publiek kwam vooral en masse kijken naar de vroegere Kirov-ster die in 1974 overgestapt was naar de balletvernieuwer van deze eeuw, George Balanchine.

Barishnikov keek nog verder, naar het (dansante) werk van moderne choreografen, zoals dat van Twyla Tharp. Als artistiek leider van het ABT had hij haar uitgenodigd en doorbrak daarmee de traditionele kloof tussen klassiek en modern. Dat werd een succes want de puur klassiek opgeleide Barishnikov bleek ook het juiste gevoel voor moderne dynamiek, flair en show te bezitten, en was bovendien niet te eigenwijs om te leren.

“Misha heeft zich niet door zijn ego laten overtroeven”, zegt Besserer. “Hij heeft op tijd de brug kunnen slaan tussen het glansrijke bestaan als virtuoos balletdanser naar dat van een integer vertolker van moderne dans en van danstheater. Dat is moedig en getuigt van persoonlijkheid. White Oak Dance Project is het resuktaat van die mentaliteit.”

Een vergelijking van White Oak met NDT3 ligt voor de hand. Beide groepen zijn opgezet om oudere dansers die de zware fysieke dans niet meer aankunnen, voor het podium te behouden door het accent te verleggen. De groepen zijn klein van formaat (White Oak is met tien leden twee keer zo groot) en hebben een repertoire.

Dat laatste was bij NDT3 niet de opzet, elk programma moest uniek zijn, maar dat bleek niet vol te houden. Beide groepen eten (ten dele) uit dezelfde ruif van (bekende) choreografen: een die bij beide op de verlanglijst staat, is Pina Bausch. Ook is bij beide de inbreng van alle deelnemers belangrijk, maar komt de definiitieve handtekening uiteindelijk van het hoogste gezag, respectievelijk Barishnikov en Kylian.

Verschillen zijn er ook. Barishnikov nam gaandeweg ook jongere dansers op terwijl NDT3 exclusief gericht blijft op de oudere kernleden. NDT3 heeft met Kylian een topchoreograaf in huis, terwijl Barishnikov zich aan dat metier wijselijk niet meer waagt. Het grootste verschil is de aanwezigheid van een megaster: Barishnikov. In elk programma neemt hij een of meer soli voor zijn rekening. Dat zorgt nog steeds voor een uitverkochte zaal. Toch begint het tot het publiek door te dringen dat het het White Oak Project om iets anders gaat dan om een avondje verlekkerd gapen naar de dans van een ster. Wellicht dat zo de goodwill geschapen kan worden voor moderne dans, danstheater voor interpretatie.

NDT3 moet het zonder zo'n publiekstrekker doen, ook al zijn alle betrokken dansers en choreografen nog zo gerenommeerd. Om 'the talk of the town' te worden moet je kennelijk eerst Barisnikov heten en daar is er zoals bekend maar een van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden