Prachtige ruïne zal verdwijnen

Sanatorium Zonnestraal in Hilversum, nu een ruïne, zal gerestaureerd worden. Dat betekent afscheid nemen van de mystieke sfeer rond een van de belangrijkste monumenten van het Nieuwe Bouwen.

Sanatorium Zonnestraal in Hilversum is een ruïne. Een prachtige ruïne. De aanblik is precies zoals architect Johannes Duiker die bedacht: een door nieuwe medische inzichten overbodig geworden gebouw, dat ineenstort en feitelijk kan worden afgebroken. Duiker had niet veel op met monumentenzorg. En toch krijgt zijn werk die zorg nu. Het beroemde sanatorium wordt gerestaureerd. Want het is een icoon van de modernistische stroming van het Nieuwe Bouwen uit de jaren twintig. Een bedevaartsoord voor architecten en architectuurliefhebbers. Daarom mag het niet weg.

Staatssecretaris Rick van der Ploeg (cultuur) kondigde het midden juni trots aan: de officiële start van de restauratie van Zonnestraal. Een vreugdevol moment, want al sinds de jaren tachtig ijvert de architectuurwereld voor deze restauratie. En die niet alleen. Sanatorium Zonnestraal (bouwjaar 1926-1931) is niet louter een architectonisch monument, maar ook -zoals Van der Ploeg met genoegen constateerde- een sociaal monument. Zelfs een geneeskundig monument, vanwege de rol in de behandeling van tuberculose.

De sociale historie is terug te vinden in de manier waarop Zonnestraal gebouwd kon worden. De socialistische vakbondsman Jan van Zutphen richtte aan het begin van de vorige eeuw het zogeheten Koperen Stelen Fonds op. Het maakte afval uit de diamantslijperij te gelde om daarmee als een particulier instituut diamantwerkers bij te staan. Tuberculose-bestrijding hoorde daarbij. Al in 1919 had het fonds grond aangekocht in de Loosdrechtse bossen met als doel er een nazorgkolonie te stichten. Duiker werd aangezocht als architect, nadat hij eerder al samen met Bernard Bijvoet een wasserij voor het fonds had ontworpen. Bijvoet was ook nog betrokken bij de plannen voor Zonnestraal, hoewel de samenwerking tussen hem en Duiker ten einde liep. Vandaar dat Zonnestraal vaak alleen aan Duiker wordt toegeschreven. Maar er was zelfs nog een derde architect bij het project betrokken: Jan Gerko Wiebenga, die vooral bij de constructie van het gebouw een belangrijke rol had.

De architect J.P. Kloos (die woensdagavond overleden is, zie elders op deze pagina zijn in memoriam; red.) was tijdens de bouw van Zonnestraal opzichter en noemde het voltooide gebouw ooit 'een symphonie op één meter vijftig'. Het is een lyrische omschrijving van een functionalistisch ideaal. Eén meter vijftig was de standaardmaat voor de betonsegmenten waaruit het hele complex is opgebouwd. Het gaf Duiker en Bijvoet de mogelijkheid om hun rationele, heldere architectuur op een elementaire manier vorm te geven.

'Licht en ruimte' was het credo van de meesters van het Nieuwe Bouwen en licht en ruimte is ook wat de tbc-patiënten nodig hadden. Ideaal voor modernisten die hielden van veel glas en dunne stalen stijlen. Wiebenga ontwikkelde een 'licht' betonskelet met kolommen die dwarsbalken dragen. Hierdoor werden de geveldelen verlost van hun dragende functie en konden de tussenruimtes worden ingevuld met in staal gevatte glaspuien (een dunne 'vliesgevel'), zodat een maximum aan invallend licht werd gegarandeerd. Eén van de opvallende elementen in de architectuur is het gebruik van vloerdelen van de eerste verdieping die anderhalve meter uit de gevel steken en daardoor bij minder weer voor beschutting zorgden, zodat patiënten toch buiten konden zitten.

De totale opzet van het complex volgt de lineaire beeldtaal die het modernisme eigen is. Het hoofdgebouw heeft drie parallel geplaatste, langgerekte vleugels met daar bovenop nog een kruisvormige verdieping. Daar schuin achter liggen twee paviljoens: opnieuw twee vleugels, die ten opzichte van elkaar een hoek van 45 graden maken en zo geplaatst zijn, dat de tbc-patiënten er vroeger optimaal konden genieten van het genezende zonlicht. De horizontale lijnen in de vleugels worden doorbroken door cilindervormige opgangen, waarbij het glas de beweging van de trap volgt. Compositorisch mooie vondsten.

Het witgestucte, 'lichte' betonskelet van Zonnestraal -ingevuld met de 'ijle' vliesgevel- wordt internationaal gezien als een prachtig staaltje van rank bouwen, met de zo bewierookte helderheid en openheid tot gevolg. Zonnestraal diende bijvoorbeeld als inspiratie voor de Finse architect Alvar Aalto bij het ontwerp van zijn gelauwerde sanatorium bij Paimio. Duurzaam is het bij deze bouwstijl gebruikte materiaal echter niet. Dat bleek met de jaren. In 1981 werd Zonnestraal op de Voorlopige Monumentenlijst gezet. Toen al vertoonde het complex -op dat moment nog steeds in gebruik als ziekenhuis, al was het niet voor tbc-patiënten- tekenen van verval. Na het vertrek van het ziekenhuis, begin jaren negentig, zette het verval in verhevigde vorm door en nu staat er dus niet veel meer dan een ruïne.

Hoe beledigend misschien ook voor de ontwerpers, het gebouw heeft in de huidige vervallen staat bijna een sprookjesachtige aanblik die je haast zou willen behouden. Het groen dat het wit van dit rationeel gebouwde complex overwoekert, het silhouet van het karkas dat zich steeds duidelijker manifesteert en scherp afsteekt tegen de lucht... de sfeer is er bijna mystiek en het bouwsel krijgt daarmee een meerwaarde die de status ervan alleen maar lijkt te verhogen. Even komt de gedachte bij je op dat het eigenlijk zonde zou zijn om het complex te bestemmen voor restauratie.

Toch gaat dat gebeuren, tot groot genoegen van velen. Het restauratieplan is opgesteld door Wessel de Jonge die ook de Van Nellefabriek in Rotterdam renoveerde, en Hubert-Jan Henket -voorzitter van de Stichting Docomomo (Documentation and conservation of Modernist monuments) en al jaren lang voorvechter van restauratie. Geldschieters zijn behalve de overheid, die 13,7 miljoen beschikbaar stelde voor met name de restauratie van het hoofdgebouw, onder meer het VSB Fonds en het Prins Bernhardfonds.

Restaureren is één ding, verval in de toekomst voorkomen een ander. Het te restaureren complex moest een bestemming krijgen en die werd uiteindelijk gevonden in de zorgsector. De consequenties daarvan zijn, dat aan het complex nieuwbouw zal worden toegevoegd. Er komt een gebouw met behandelruimtes te staan en er zullen tevens 75 zorgappartementen verrijzen. Henket en De Jonge zijn zo lang bij de problematiek van dit soort architectuur betrokken, dat ze bij de 'reanimatie' van Zonnestraal zeker op harmonieuze wijze de historische aspecten zullen weten te verenigen met de toekomstige gebruiksfunctie ervan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden