Prachtig spel in de geest van Bergman: met spirit en intuïtie

Theater

Na de repetitie/Persona Toneelgroep Amsterdam ¿¿¿¿

Als geen ander is de Zweedse film- en theatermaker Ingmar Bergman zich bewust geweest van de kwetsbaarheid van acteurs. Hij zag hen niet als louter uitvoerende kunstenaars, maar besefte dat acteren een scheppende kunst is, die geen scherpe scheidslijn verdraagt tussen theater en realiteit.

Dat inzicht tekende hem als regisseur en tekstschrijver - hij gaf zijn acteurs almaar meer ruimte om zelf te improviseren - en het verklaart de ongekend authentieke intimiteit van zijn werk. Des te indringender is het verband tussen een rol spelen en het gewone leven, zoals Bergman die legt in een van zijn beste films 'Persona' (1966) en het oorspronkelijk als televisiescenario geschreven 'Na de repetitie' (1984).

In 'Na de repetitie' wordt een regisseur geconfronteerd met een jonge actrice die hem verleidt de relatie tussen echt en onecht, aan beide kanten van het voetlicht, onder ogen te zien. Wat tevens tot een fascinerend intermezzo met een vroegere minnares en topactrice leidt. 'Persona' is een emotionele krachtmeting tussen een met spreken gestopte actrice en een jonge verpleegster op een afgelegen eiland.

Door een zich fraai van repetitielokaal tot eiland transformerend decor (Jan Versweyveld) en door beide teksten in één voorstelling samen te voegen, suggereert regisseur Ivo van Hove, behalve thematisch, een indirect verband tussen de personages. Boeiend is dat het spanningsveld waarin zij verkeren gevoelsmatig een extra laag krijgt. Wat vooral ook is te danken aan het sublieme spel.

Hoe verbeelding en realiteit met elkaar aan de haal kunnen gaan, beheersen Marieke Heebink, Gijs Scholten van Aschat en Karina Smulders tot in hun vingertoppen. Spits, genuanceerd, transparant en tegelijk blijft er genoeg te raden over om de geest van de toeschouwer te prikkelen. Magistraal is Heebink. Eerst een overrompelende wervelwind, dan aangrijpend getraumatiseerd.

De identiteitsdilemma's van de personages laten zij zo dichtbij komen, dat je het fragiele grensgebied tussen spel en menens haast wordt binnengezogen. Een gevoel dat met subtiele details weer even speels als efficiënt wordt doorbroken. Zoals met het nuchtere glaasje water dat de jonge actrice, middenin in het hartstochtelijke droombeeld, aan de oudere actrice aanreikt.

Doodzonde dat Van Hove er toch nog weer camera's bij haalt om het relationele onvermogen van de regisseur vorm te geven. Overbodige poespas. Juist zonder hulpmiddelen tonen deze acteurs hun kracht in de zich spannend van relatief luchtig tot diep ontroerend ontwikkelende voorstelling. Op die spirit en intuïtie vertrouwde Bergman ook. En terecht.

Hanny Alkema

Tournee t/m 15-6-2013. Info: www.tga.nl

Klassiek

Academy of St Martin in the Fields ¿¿¿¿

Optreden als invaller, en dan Mendelssohns Vioolconcert uit je mouw schudden: Simone Lamsma deed het in Muziekgebouw Eindhoven.

Eigenlijk had de Noorse Vilde Frang zullen soleren met de Academy of St Martin in the Fields, maar zij was geblesseerd. En dus kwam onze landgenote middenin een Academy-weekend terecht; het gezelschap was voor concerten neergestreken in de lichtstad. Dirigent Neville Marriner gaf er een masterclass.

En toen waren daar Lamsma en haar Stradivarius. Zij, het orkest en Marriner kenden elkaar al, dat scheelt - voor gesmeerd samenspel leken de musici hun hand niet om te hoeven draaien, de muzikale hartslag was voortreffelijk en gelijk.

De Londenaren produceerden een directe klank, evenals de violiste. De recht door zee aanpak van de uitvoering maakte van deze Mendelssohn een krachtig en overtuigend totaalplaatje, maar zat ook de poëzie en de verhalende ontspanning wel eens in de weg. Het volledig relaxte element sloop vooral het derde deel binnen. Verder kunnen we op Lamsma's trefzekerheid, die glasheldere noten en dat verzorgde vibrato alleen maar erg jaloers zijn.

Sir Marriner is Life President van de Academy die hij ruim vijftig jaar geleden oprichtte, en kan lezen en schrijven met het kamerorkest. Hij dirigeert met compacte bewegingen, maar heeft een mild dwingende hand waar de musici op reageren met statig geluid, soms lekker ruig met een volumeknop die goed openstaat. Marriner had in Eindhoven een hele Mendelssohnavond geprogrammeerd, die getuigde van de goede opvoeding van de meester: als vroegtwintiger maakte Mendelssohn 'Bildungsreisen' naar Schotland en Italië.

De toon werd gezet in het openingswerk: zinderende lage strijkers in de ouverture 'Die Hebriden' met zijn filmische begin, en houtblazers strak in het gelid. In de Vierde symfonie overrompelde een flinke portie Londense energie de zaal. Sommige passages verleidelijk dansant, buigzame loopjes en spatgelijke pizzicato's. Een Vierde om door een ringetje te halen.

Frederike Berntsen

Jazz

Gregory Page ¿¿¿

Juist als de realiteit zich ruw doet gelden, is het aantrekkelijk om in een droom te verdwijnen. De Brits-Amerikaanse zanger/gitarist Gregory Page heeft dat goed begrepen. Zijn liedjes zijn een vlucht naar vroeger, naar een onbezorgde tijd, vrij van agressie en dreiging. Hij kan zijn eigen leven bovendien als voorbeeld stellen, in die zin dat het nooit te laat is om het roer om te gooien. Page was al wat ouder toen hij besloot zijn relatie te verbreken, ontslag nam en een loopbaan in de muziek begon. De laatste jaren zit Page's carrière flink in de lift, een prettig vooruitzicht waaraan het publiek zich kan spiegelen.

Zijn muziek is lieflijk, dromerig en op een opgewekte manier melancholiek. De basale inspiratiebronnen zijn jazzcrooners uit de jaren twintig. Daarnaast is de invloed van volksmuziek waarin Page's Ierse wortels doorklinken duidelijk waarneembaar. Kundig cultiveert Page de illusie alsof hij uit een ander tijdperk het onze is binnengestapt. Dat schiet soms door naar theater. Daar waar hij al te nadrukkelijk ouderwets wil overkomen, dreigt wat hij doet een gimmick te worden ofwel een weinig spannende herhalingsoefening. Er zit bovendien een zekere eenvormigheid in zijn akkoordenkeus en ook zijn zanglijnen volgen vaak de verwachte weg.

Daar staat tegenover dat Page innemende liedjes kan schrijven en dondersgoed weet wat zijn zwakke en sterke kanten zijn. Die eenvormigheid bestrijdt hij live bijvoorbeeld door op het juiste moment de schijnwerpers aan zijn drie begeleiders te gunnen. Het sterkst is hij echter toch solo. Man, gitaar, liedje. Heel diep graaft het niet, maar het is wijs wat Page zegt en doet. De set is bovendien zo uitgekiend dat tegen de tijd dat hij in zijn eentje het concert besluit, de brave, saaie momenten vergeten zijn en Page's sterkste melodieën nog even nazingen. En als de wind in de Rotterdamse haven stram en kil in het gezicht slaat, is Page's droomwereld met terugwerkende kracht toch een aanlokkelijk toevluchtsoord.

Mischa Andriessen

Klassiek

Berio en Mahler Noord Nederlands Orkest ¿¿¿¿

Het Noord Nederlands Orkest (NNO) gaf zaterdag een geslaagd muzikaal feestje in Leeuwarden. Het was een van de jubileumconcerten die het NNO dit seizoen op touw zette omdat het ensemble 150 jaar bestaat. In die anderhalve eeuw is uit kleine en grotere muziekstroompjes in Noord-Nederland een brede muzikale NNO-rivier ontstaan. Het orkest dat nu op het podium zit, is een Gronings-Fries fusieorkest dat in 1989 zijn eerste concerten gaf.

Na een vruchtbare tijd met Michel Tabachnik heeft het NNO sinds 2011 de Brit Stefan Asbury als chef-dirigent. Op basis van wat die zaterdag liet horen, mag het orkest zich in zijn handen knijpen.

Op het programma stonden Luciano Berio's 'Sinfonia' en Mahler Eerste symfonie. Prachtige combi, omdat Berio in zijn muzikale collage omstandig Mahler citeert - weliswaar uit diens Tweede symfonie, maar dat mocht de pret niet drukken. Want het NNO gaf met de keuze voor 'Sinfonia' toch maar mooi acht Nederlandse zangers een podium. Gewapend met een microfoon murmelden, fluisterden en zongen zij zich met grote overtuiging door de ingewikkelde partituur heen, nog steeds zó modern orend dat enkele Leeuwarders voortijdig vertrokken.

Dankzij Asbury en het alert spelende orkest kwam 'Sinfonia' behoorlijk goed uit het bakblik, al had de balans tussen orkest en zangers nog wel iets meer in het voordeel van de laatsten uit kunnen vallen.

Met de Eerste van Mahler nam het NNO revanche op het allereerste concert na de fusie in 1989, toen deze partituur ook op de lessenaar stond. Toen was de uitvoering bar en boos, maar nu dwongen orkest en dirigent respect af voor hun interpretatie. Niet overal spatgelijk, maar wel gedreven, met mooie klankmengingen en vooral in het derde deel magnifieke orkestrale vervoering. Asbury heeft een prima Mahler in zijn vingers.

Peter van der Lin

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden